TROUW, IN VREUGDE OF SMART
We mogen elkaar weer treffen in dit bijzondere jaar. Het is voor onze partij een jubileumjaar. De partij mag over enkele weken precies negentig jaar oud zijn. Dat is een respectabele leeftijd. De Heere wil ons dat schenken. Grote reden tot dankbaarheid dus. Negentig jaar oud, maar gelukkig nog altijd een zeer vitale partij. Moet je alleen al onze SGP-jongerenorganisatie eens zien! Dat geeft moed voor de toekomst.
Onze partij mocht in het jaar dat tussen de vorige algemene vergadering en deze bijeenkomst zit, een bijdrage leveren aan het politieke bedrijf. Het was om allerlei redenen een veelbewogen jaar. Voor de politiek in het algemeen, waar er een nieuw kabinet aantrad met voor het eerst in de geschiedenis daarin bewindslieden uit de ChristenUnie. Maar ook voor onze partij in het bijzonder.
Omstandigheden van voorspoed en tegenspoed, van vreugde en verdriet wisselen elkaar in het leven af. Ze liggen allemaal onder de voorzienige leiding van God, ze komen ons door Zijn Vaderlijke hand toe (Heid. Catech. Zondag 10). Het is een hele levensles om in alle tegenspoed geduldig en in voorspoed dankbaar te zijn. Als we het proberen, komen we er wel achter hoe moeilijk dit is.
Koning David wist zich in dergelijke omstandigheden. Zie Psalm 17. Hij werd onderworpen aan de toets of er bij alle aantijgingen en verdachtmakingen tegen hem, onrecht en bedrog in hem werden gevonden. Hij doorstaat die toets: de Heere vindt van dat alles niets. Ook overtreedt hij met zijn mond niet. Blijkbaar geen onvertogen woord. Hem wordt van alles en nog wat nagegeven. Ten onrechte, dat weet God. Hij hoopt op publieke erkenning daarvan. Een rechtvaardig vonnis. Dat is een zaak van gebed voor hem, een gebed dat genadig door God wordt verhoord.
Gij toetstet mij bij dag en nacht; Gij vond mij trouw, in vreugd’ of smarte; De mond sprak steeds de taal van ’t harte; Door beide is hun plicht betracht. Wat ook de zondaar aan moog’ vangen, Ik heb voor zijn afschuw’lijk pad Een haat, een afkeer opgevat; Ik gruw van zijn verkeerde gangen. Psalm 17: 2 berijmd.
Twee gerechtelijke uitspraken
Trouw, in vreugde of smart. De tweede regel van dit psalmvers. Waarom deze titel voor de politieke rede op deze partijdag? In deze algemene vergadering kunnen we niet om de gerechtelijke uitspraken van december vorig jaar heen. Twee uitspraken, die onderling totaal verschillen in strekking, motivering en uitkomst. De eerste kwam op 5 december en gaf aanleiding tot gepaste vreugde; de tweede op 19 december en stemde ons bedroefd en bezorgd. Eerst vreugde en kort erop smart. In beide omstandigheden is het zaak trouw te blijven aan onze roeping in de politiek.
De eerste uitspraak kwam van de Raad van State, die oordeelde dat de Staat der Nederlanden onze partij de subsidie in het vervolg en over de jaren 2006 en 2007 alsnog moet verstrekken. De argumentatie die tot dit oordeel leidde, staat als een huis! We zijn daar dankbaar voor. Zij sluit naadloos aan op de visie die we er zelf, in navolging van juristen van naam en faam, altijd over hebben gegeven. Het gaat daarbij, als bekend, om de interpretatie en consequenties van het VN-vrouwenverdrag dat Nederland indertijd zonder voorbehoud ratificeerde. Tegen dat licht is het voor de Raad van State van belang dat in Nederland is verzekerd dat vrouwen binnen het gehele spectrum van politieke partijen lid kunnen worden van een politieke partij, die vrouwen op gelijke voet met mannen voordraagt voor vertegenwoordigende functies. Van een daadwerkelijke beperking van het passief kiesrecht is geen sprake. “Ook een partij wier gedachtegoed wat betreft de gelijkheid en gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen afwijkt van heersende opvattingen en actuele rechtsontwikkelingen, dient, behoudens ieders verantwoordelijkheid ingevolge het strafrecht, onbelemmerd te kunnen deelnemen aan het publieke debat”, aldus de Raad van State. Omdat onze partij voldoet aan de criteria in de Wet subsidiëring politieke partijen en ook aan de wettelijke eis dat zij nooit strafrechtelijk is veroordeeld voor discriminatie, vindt de Raad in deze uitspraak dat de Staat gehouden is onze partij subsidie te verstrekken. Dit is intussen ook (weer) gebeurd. We hebben het als onrecht ervaren dat onze partij subsidie werd onthouden, deze einduitspraak geeft ‘gerechtigheid’. Gepaste vreugde dus.
De tweede uitspraak werd gedaan door het Gerechtshof te Den Haag. Daarin bleef de kern van het eerdere vonnis van de rechtbank in hoger beroep overeind. Zij houdt in dat de overheid onze partij tot de orde moet roepen over het voorbehoud dat onze partij hanteert bij het opstellen van kandidatenlijsten. Daarop worden vanuit onze partij geen vrouwen voorgedragen. Dat onderscheid nu, mag naar het oordeel van het Gerechtshof niet meer worden gemaakt. In de argumentatie wordt verwezen naar het VN-vrouwenverdrag én naar onze Grondwet die in artikel 1 elk ongerechtvaardigd onderscheid tussen mannen en vrouwen uitsluit. Hoewel andere grondrechten spreken van de vrijheid van godsdienst en van vereniging, waarop door onze partij steeds een beroep is gedaan, moeten deze volgens het Hof in dit geval wijken voor de gevolgtrekkingen uit het eerste artikel van onze Grondwet. Hier komt een vermeende hiërarchie tussen grondrechten om de hoek kijken. Een rangorde in de onderscheiden grondrechten is door de grondwetgever altijd ten stelligste ontkend. Het Gerechtshof verontschuldigt zich op voorhand, in het geval er op dit punt commentaar zou komen, met de in onze ogen uiterst laakbare redenering dat de exegese door de SGP van de Bijbel die leidt tot de in geding gestelde opvatting, hooguit de schil van de vrijheid van godsdienst raakt en bij lange na niet de kern. Alsof een Gerechtshof – hoe binnen ons bestel ook hoog te achten – gerechtigd is zich uit te spreken over wat binnen een godsdienstige kring tot de kern van zijn overtuiging behoort. Verbazingwekkend!
Voor zover valt te overzien is dit een novum in de rechtspraak op dit niveau. Een uitspraak die naar onze overtuiging verstrekkende consequenties kan krijgen voor kerken, verenigingen en stichtingen die een beroep menen te moeten doen op grondwettelijke vrijheden. Als deze redenering in stand blijft, gaat het echt niet alleen om de SGP, maar volgt er meer. Een zeer principiële kwestie dus, waarin we niet mogen berusten. Het gaat om niet minder dan onze visie op de fundamenten van onze samenleving. Zowel de Staat der Nederlanden als onze partij tekent cassatie aan bij de Hoge Raad. Naar verwachting zal het nu weer geruime tijd kunnen duren voordat er een definitieve uitspraak komt van dit hoogste rechtscollege. Misschien wel weer anderhalf jaar. Deze juridische kwestie over onze partij loopt nu al jaren. Erg lang dus, te lang! Maar we zien uit naar het oordeel van dit hoogste rechtscollege, in de hoop dat dit voor ons definitief gunstig is.
Trouw!
Dat het zo ver heeft moeten komen, levert ons de nodige, intense zorg op met het daaraan verbonden verdriet. Een langjarige, zich voortslepende zaak. Om nu trouw op onze post te mogen zijn en blijven, mag onze bede wel zijn. Trouw in vreugde of smart. Allereerst en allermeest trouw te zijn in het gebed tot God, om Hem deze ernstige zaak voor te leggen en te vragen om Zijn leiding, zegen en uitzicht in de weg die we moeten gaan. De Heere regeert. Hij heeft altijd het laatste woord. Er geschiedt ook niets bij geval. Met eerbied gesproken: het loopt Hem niet uit de hand.
Trouw te blijven aan de beginselen van onze partij, juist in een tijd waarin er tegen die principes en uitgangspunten veel opkomt omdat deze niet meer van deze tijd zouden zijn. Minister Plasterk maakte het op dit punt wel erg bont toen hij publiekelijk onze opvattingen over de plaats van de vrouw als “van de ratten besnuffeld” bestempelde. Zo blijkt er dus tegenaan gekeken te kunnen worden. Ongehoord toch! Het is de vraag over wie dat nu precies wat zegt!
Trouw te blijven op de plaats waar we door de Heere God zijn geroepen tot de politiek. Om daar op te komen voor de rechten en inzettingen des Heeren, te getuigen van Zijn Naam en de weg tot behoud bij God in Christus. Het gaat om de Bijbelse waarden en normen. Het bevorderen van recht en gerechtigheid, het vormgeven aan een Bijbels genormeerd rentmeesterschap, het ophouden van het overheidsschild voor “de zwakken” en het staan voor de beschermwaardigheid van alle leven. Om van daar uit een constructieve bijdrage te leveren aan de politieke besluitvorming. Denk bijvoorbeeld aan godslasterlijke uitingen, die maar moeilijk zouden zijn aan te pakken vanwege de vrijheid van meningsuiting. Wij schromen niet om deze toch maar eerlijk aan de kaak te blijven stellen. Ten tweede: hoezeer ook het bijzondere karakter van de zondag als de dag des Heeren in onze moderne samenleving wordt genegeerd, we blijven toch overheid, land en volk trouw opwekken zich gelegen te laten liggen aan een Bijbels te verantwoorden leefpatroon. Daarbij kan concreet worden gedacht aan het openstellen van winkels, sportcomplexen en dergelijke. Voldoende werk aan de winkel.
Soms levert dat taai werk op. Maar regelmatig smaken we het genoegen dat er voorstellen van ons de eindstreep halen. Voorstellen over zeer uiteenlopende al of niet tot de verbeelding sprekende onderwerpen. Onderwerpen, vaak met een duidelijk principiële achtergrond en bedoeling. Zo werd een SGP-amendement aanvaard dat 6 miljoen euro extra beschikbaar maakte voor humanitaire hulp aan Assyriers (vooral christenen) in Irak. Een ander voorbeeld betreft een forse extra inspanning om kindersekstoerisme vanuit ons land in Zuidoost Azië te bestrijden. Onze inzet voor bijvoorbeeld boeren en kleine middenstanders, en de visserijsector niet te vergeten, is bekend. We kregen de Tweede Kamer mee in voorstellen die opvang en verdere begeleiding voor ex-prostituées en ex-gedetineerden mogelijk maakten. Onze bestrijding van internetsites met laakbare boodschappen (haatzaaien, opruien, porno en geweld) ondervindt steun. Hetzelfde geldt voor voorstellen die zich richten tegen ‘pooiers’ en het gewelddadige computerspel Manhunt-2. Zo kan gelukkig meer worden genoemd. Wij zijn dankbaar voor deze mogelijkheden en resultaten. We hopen en bidden dat de Heere er zo Zijn zegen aan wil blijven verbinden.
Trouw blijven aan onze partij, aan haar identiteit, haar traditie en haar cultuur. Juist nu we elkaar zo bijzonder hard nodig hebben. We doen een beroep op jongeren en ouderen, op u allen dus, om er de schouders onder te blijven zetten. Velen doen dat gelukkig ook, in grote trouw, zowel in tijden van “vreugde”, maar gelukkig ook onder omstandigheden van “smart”. Wij zijn daar dankbaar voor. De vraag naar het perspectief is reëel, maar niet alles beslissend. Laten we op God vertrouwen en de uitkomst in Zijn handen weten.
Eén jaar Balkenende-IV
Het kabinet Balkenende-IV staat ruim een jaar aan het roer. Na de roemruchte honderd- dagentoer het beleidsprogramma, door enkelen meesmuilend een plaatjesboek genoemd. De presentatie en verdediging van de rijksbegroting voor het dienstjaar 2008. De perikelen rondom het ontslagrecht, het boerka-verbod en nog wel meer. De beeldvorming rondom dit kabinet is bepaald nog niet positief. Integendeel, eerder negatief. Niemand minder dan de fractieleider van de ChristenUnie, de heer Slob, had het rond de jaarwisseling over een uitstraling van “nikserigheid”. De media speuren naar opvattingen onder politici over de kwaliteit en kansen van het kabinet, over de veronderstelde levensduur ook. Wij hebben die boot wat afgehouden, want we vinden het nog te vroeg om tot een oordeel te komen. Maar het loopt nog lang niet zo voorspoedig als is gehoopt. Er zijn ook diverse signalen die zeer te denken geven. Enkele voorbeelden daarvan.
We herinneren aan het beschamende gedoe over de zogeheten trouwambtenaar. In plaats van ruimte voor ambtenaren met onoverkomelijke bezwaren tegen het sluiten van een verbintenis tussen twee mensen van hetzelfde geslacht, werd in diverse gemeenteraden tot het tegendeel besloten. Nota bene na een oproep van coalitiepartner PvdA bij monde van niemand minder dan de heer Bos. We denken aan de genante wijze waarop over de Winkeltijdenwet wordt gesproken. Inderdaad, het oneigenlijke gebruik van de toerismebepaling in deze wet, moet aan banden worden gelegd. Maar de al veel te ver doorgeschoten praktijk op dit punt wordt niet terug gedraaid en de minister van Economische zaken, die een eventuele wetswijziging door het parlement moet loodsen, nota bene zelf behorend tot het CDA, erkende desgevraagd op zondag gewoon te winkelen als haar dat zo eens uitkomt. Want ja, wanneer moet ik dat met mijn drukke baan ánders doen! En om niet méér te noemen: de PvdA-fractie in de coalitie beijvert zich om te beklemtonen dat er op medisch-ethisch terrein, vooral ten aanzien van abortus en euthanasie, écht niets “verslechtert”. Dat kunnen CDA en ChristenUnie wel willen, maar daar kan geen sprake van zijn.
Dit moet voor deze christelijke fracties een bittere pil zijn, en nog wel het meest voor de ChristenUnie. Toch moet hiermee ernstig rekening worden gehouden. Zowel in het feministische blad Opzij, als in een bijeenkomst van de PvdA-achterban, beklemtoonde staatssecretaris mevrouw Bussemaker, dat er geen sprake is van enige merkbare invloed van de ChristenUnie op haar beleid. Zij is niet zomaar een staatssecretaris, neen, zij is nu juist verantwoordelijk voor de medisch-ethische vraagstukken. Zij bezwoer haar ongeruste en vrijzinnige achterban met woorden die niet voor tweeërlei uitleg vatbaar zijn dat er absoluut geen wijziging komt in het scharnierpunt in de Wet afbreking zwangerschap, zoals zij dat ziet, te weten dat de vrouw uiteindelijk helemaal zelf beslist. Voor de zaal partijgenoten: “Nee, absoluut niet. Er is geen enkele achteruitgang op het gebied van abortus en euthanasie.” Wel erkende ze bij die gelegenheid dat de ChristenUnie nadenkt over vragen als: “Wanneer start je de behandeling van te vroeg geboren baby’s? En hoe ga je om met mensen die lijden?” Geen denkrichting echter, laat staan een oplossingsrichting. Zeer pover dus. Dat moet Rouvoet en de zijnen goed dwars zitten en als dit niet snel verandert behoorlijk gaan opbreken. We zijn benieuwd hoe zij hier weerstand tegen bieden. Ze kunnen dat niet maar over zich heen laten komen.
Toen het kabinet aantrad, werden veel verwachtingen gewekt. Er zou het één en ander veranderen op principieel gebied. En inderdaad, enkele papieren voornemens wijzen in die richting. Maar dan moet het er nu ook wél van gaan komen. Het CDA en de ChristenUnie mogen het niet laten gebeuren dat opnieuw tot een soort van uitstelscenario wordt vervallen, waarmee indertijd ook D66 aan het lijntje werd gehouden als het ging om hún kroonjuwelen. Het tij mag niet verlopen door nog weer eens een onderzoek in te stellen en voor de zoveelste keer een advies te vragen. In de politiek zit daar niet zelden de verborgen agenda achter dat van uitstel uiteindelijk wel afstel komt. De genomen tijd doet dan zijn werk. Wij zouden deze gang van zaken zeer betreuren!
Als voorbeeld mag strekken dat dezer dagen bekend werd dat het in het coalitieakkoord in het vooruitzicht gestelde onderzoek naar de psychosociale gevolgen voor vrouwen die een abortus ondergingen, zeker vijf jaar gaat duren. En dus binnen deze kabinetsperiode niet meer tot beleidsconclusies zal leiden. Daar ga je met je voornemens voor de kortere termijn. Maar zien wat er veel later dan nog wél van terecht komt. Je zou zeggen dat dit onderzoek toch binnen twee jaar moet kunnen!
Er zijn door deze coalitie wel al hobbels genomen die vanaf het begin erg moeilijk lagen. Het generaal pardon, waarbij het CDA door de knieën moest. Geen referendum over het document dat de verworpen Europese “grondwet” moet vervangen, wat slikken betekende voor de PvdA. En de mogelijk gemaakte adoptie door homoparen, die toch bij de ChristenUnie moeilijk te verteren moet zijn. De pijn is verdeeld, offers om in een coalitie mee te kunnen doen.
Fundament
Voor het vormen van een coalitie komen enkele politieke stromingen bij elkaar op grond van helder gemaakte afspraken. Een coalitieakkoord met een beleidsprogramma. Meestal is het gewoon een “verstandshuwelijk”, soms iets meer. Belangwekkende vraag is altijd wat nu precies samenbindt. Wat is het fundament onder de coalitie? En hoe verplichtend is dat? Zo kan bijvoorbeeld in de verschenen beleidsbrief over de medisch ethische thema’s wel gesproken worden over een goed evenwicht tussen de fundamentele noties van beschermwaardigheid van het leven én zelfbeschikkingsrecht of autonomie, maar de klemmende vraag is of deze noties wel te verzoenen zijn. Als de praktijk wordt beoordeeld, is al gauw de verzuchting: hoezo evenwicht! Beschermwaardigheid van het leven valt niet te verenigen met zelfbeschikkingsrecht. In wat voor “mensenrechtenjasje” je het ook stopt.
En om nog een tweede voorbeeld te noemen. Er kan nog wel een vaag besef zijn dat de zondagsrust moet worden bevorderd, al was het alleen maar om sociale redenen. Maar hoe zwaar weegt dat besef als daarnaast het motief wordt aangedragen van keuzevrijheid voor burgers om die dag in te vullen naar eigen snit? In deze en dergelijke dilemma’s moet kleur worden bekend. Daarover moeten duidelijke afspraken zijn gemaakt, waaraan men elkaar binnen de coalitie houdt. Zeker als een gemeenschappelijk fundament eigenlijk gewoon ontbreekt! Te vaak geldt in dit type vraagstellingen dat al werkende weg de koers wordt bepaald. Zo in de trant van: komt tijd, komt raad. Als het om fundamentele kwesties gaat, leidt een dergelijke aanpak zelden tot wijze en verantwoorde resultaten. CDA en ChristenUnie: kom op! Laat zien wie je bent. Waar je voor staat!
Jeugd en gezin
In de achterliggende verkiezingscampagne was ons eerste speerpunt de aandacht voor het gezin, een hernieuwde investering in de opvoeding van onze kinderen en de begeleiding van onze jeugd. Op deze fronten bestaat immers een schrijnend tekort. Het is hoog tijd dat dit tekort wordt aangepakt. In dit verband hebben we het accent van het huidige kabinet op juist deze kwestie zeer verwelkomd. Een programmaministerie voor Jeugd en Gezin. Prima! De minister staat voor een geweldige uitdaging om een wending ten goede te bewerkstelligen. Er komen in elke gemeente Centra voor jeugd en gezin, waarin diverse functies van signalering, advies, opvang en begeleiding bijeen komen. Waar deze centra van de grond zijn gekomen, vormen zij veelal een succes. Directere hulpverlening, integrale aanpak, geen kinderen en jongeren – met op de achtergrond hun gezinnen – meer tussen wal en schip. Wij stimuleren deze beleidsontwikkeling, maar hebben daarbij vervolgens nog wel een paar wezenlijke vragen.
In de richting van minister Rouvoet hebben we de vraag wat zijn definitie nu precies is van het gezin. Zijn alle samenlevingsvormen voor hem evenveel waard in het creëren van een veilige plek waar kinderen zich geborgen kunnen weten? Ook de vraag waar precies de grenzen liggen van de overheidsbemoeienis met de opvoedingssituatie binnen een gezin. In welke gevallen is die bemoeienis er wél, en onder welke voorwaarden? Het zal duidelijk zijn dat dit nauw luistert. Minister Rouvoet heeft over deze toch fundamentele vragen toegezegd er in zijn in het vooruitzicht gestelde Gezinsnota (ook al een keer uitgesteld) op in te gaan. We zijn daar om diverse redenen zeer benieuwd naar. Zullen het de Bijbelse kaders voor huwelijk en gezin zijn die tot maatstaf dienen, of zal een compromis gesloten zijn met de moderne tijdgeest? Het spanningsveld ten voeten uit bij deelneming aan een kabinet van een coalitie waarbinnen fundamenteel verschillende uitgangspunten gelden.
Een probleem dat zich niet alleen op minister Rouvoet, maar op het hele kabinet richt, is het volgende. Enerzijds wordt – en terecht – beklemtoond dat ouders aandacht en tijd moeten hebben voor hun kinderen, maar anderzijds worden dezelfde ouders, in de praktijk vooral de vrouwen dus, aangesproken op hun aandeel aan de betaalde arbeid. Op de arbeidsmarkt komen we handen tekort. Tegen het licht van de vergrijzing zal dat eerder erger dan minder worden. Daarom wordt van alle mensen die werken kunnen, verwacht dat zij beschikbaar zijn, ongeacht hun eventuele zorgtaken voor kinderen, zieken, gehandicapten en ouderen. Daar moet dan maar opvang voor geregeld zijn of worden. Het is duidelijk dat het beleid hier wringt door tweeslachtigheid.
Zelfs de keuzevrijheid voor mensen om wel of geen baan te nemen als en zolang er thuis nog kinderen te verzorgen zijn, wordt gaandeweg ingeperkt. Zo hebben wij er grote moeite mee dat de overdraagbare algemene heffingskorting wordt beëindigd. Nota bene op initiatief van het CDA. Deze fiscale maatregel werd indertijd getroffen in het kader van het wegnemen van het kostwinnersbeginsel in de belastingwetgeving. Momenteel beloopt die een bedrag van ruim € 2.000. Gelukkig neemt de belangstelling voor deeltijdbanen nog toe, als beter in te passen in een traject waarin arbeid en zorg moeten worden gecombineerd. Maar de overheid is er als de kippen bij om er toe aan te zetten dat die deeltijdbaan omvattender worden. Men wil de moeders vaker en langer op de arbeidsmarkt zien dan nu het geval is. De overheid heeft daar ook veel geld voor over. Honderden miljoenen worden gestopt in de opvang van kinderen in dagverblijven, buitenschoolse opvang of bij erkende gastouders. Toch blijkt uit een recent rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau “Nederland deeltijdland” dat de gemiddelde Nederlander meent dat kinderen het beste door de eigen ouders kunnen worden opgevoed. Het geloof in de bijzondere zorgkwaliteiten van vrouwen en het belang van hun aanwezigheid in het gezin, is de afgelopen jaren toegenomen, luidt klip en klaar de conclusie. We horen het zo ook eens van een ander. Uit onverdachte hoek. We stellen de vraag welke gevolgen aan dit rapport worden verbonden voor het beleid. Wordt wel voldoende gebruik gemaakt van deze ervaringswijsheid? Wat ons betreft moeten de ouders met rust worden gelaten om hun eigen werkverdeling te maken, met als eerste vereiste dat de kinderen goed worden verzorgd en opgevoed. Wij vragen ook aandacht voor vormen van informele kinderopvang, een vorm die vanouds bestaat, het verzorgen van kinderen in gevallen waarin dat echt moet door mensen in de eigen omgeving (familie, vrienden, buren).
Investeren in de jeugd betekent investeren in de toekomst van onze samenleving. Het beste dat we kunnen geven, is dan nauwelijks goed genoeg. In de gezinnen zelf, in het onderwijs, in de kerk, in de media, op straat. Het onderwijs moet en kan hier en daar stukken beter. Die conclusie valt te trekken uit een onderzoek dat onder leiding van collega Dijsselbloem door de Tweede Kamer zelf is ingesteld. Rode draad er in is dat afgerekend moet worden met het veel te ver doorgeschoten gelijkheidsdenken in het onderwijs. Ook de kerken zullen hun verantwoordelijkheid in deze moeten invullen. Daar gaat de politiek uiteraard niet over. Maar we hebben elkaar hard nodig om bijvoorbeeld front te maken tegen de overmatige alcoholconsumptie onder zeer jeugdigen. Het is schrijnend dat evident kerkelijk gestempelde burgerlijke gemeenten niet als de minsten onder deze problematiek gebukt gaan. Wie kent de discussie niet over de keten waarin naast gezellig kletsen niet zelden ook de alcoholische drank rijkelijk vloeit. De media, waaronder er zijn die jongeren zoeken te binden met apert zedeloze programma’s. Provocerend, schokkend soms. De SGP heeft hier sinds jaar en dag tegen gewaarschuwd. Op principiële gronden, omdat religieuze en fatsoensnormen worden gebruuskeerd. Om de vervlakking en verruwing die er het gevolg van zijn, zeker op termijn.
Daarom roepen wij de overheid op om op dit terrein eindelijk eens door te pakken met een gezaghebbend en daadkrachtig optreden. We hebben concrete voorstellen gedaan in de notitie “Waarden, normen en media”, die we hebben aangeboden aan de minister voor mediabeleid, de heer Plasterk. Versterking van de rol van ouders bij het toezicht op naleving van de Kijkwijzer, een klachtenregeling voor ouders, gewetensvorming van jongeren bij mediagebruik en aanscherping van de strafrechtelijke bepalingen voor tegengaan van programma’s en dergelijke die aanstotelijk zijn voor de eerbaarheid.
Er kan naar onze overtuiging over het algemeen veel meer dan nationale en internationale kaders, waarnaar men verwijst, voorgeven. Als we nu eens beginnen met de ruimte te benutten die er is tot aanscherping van beleid. Niet meer gedogen van brutaliteit en losbandigheid. Niet meer accepteren dat hulpverleners (artsen, ambulancepersoneel e.d.), gezagsdragers (politie, docenten e.d.) en bijvoorbeeld ouderen op straat agressief worden bejegend. Daar schamen we ons toch voor? Nou dan!
Waar “paars” nog terugschrok voor het toestaan van interlandelijke adoptie door homoparen, heeft déze regering ons opgeschrikt door een voorstel door het parlement te loodsen, dat dit wél mogelijk maakt. Met mooie woorden over het belang van het kind wordt er aan voorbijgegaan dat een kind het beste af is als het wordt opgevoed binnen een liefdevolle relatie tussen een vader en een moeder. De regering heeft ook nog eens een commissie ingesteld die onderzoek moet doen naar de ‘meemoeders’. Deze commissie heeft geadviseerd om te komen tot een eenvoudiger methode om ook een vrouwelijke partner binnen een relatie moeder te laten worden van het kind dat bij de andere vrouw wordt geboren. Ook hier geldt dat zelfs “paars” hier nog voor terugdeinsde. Deze uitholling van het familierecht gebeurt allemaal onder het motto dat gelijke gevallen gelijk moeten worden behandeld. Het is duidelijk: de invoering van het ‘homohuwelijk’ was slechts het begin van het verder op zijn kop zetten van de familierechtelijke verhoudingen binnen Nederland. Waar een accentueren van het gelijkheidsbeginsel al niet toe kan leiden. Het kabinet moet nog een definitief standpunt bepalen. We mogen toch aannemen dat vooral de ChristenUnie voor deze wezenlijke verslechteringen geen verantwoordelijkheid wil dragen.
Gelijkheidsbeginsel
Voor velen is het gelijkheidsbeginsel een allesoverheersend dogma, waarvoor veel, zo niet ongeveer alles wijken moet. Het aangrijpingspunt is voor hen artikel 1 van onze Grondwet, dat voornamer wordt gevonden dan de andere grondrechten. Alsof er een hiërarchie zou zijn tussen de grondrechten. De grondwetgever weet daar niet van. Maar toch blijft men dat van een bepaalde kant in de politiek maar suggereren. Met verstrekkende consequenties. De Staat der Nederlanden is ter verantwoording geroepen door een Euro-commissaris over de wijze waarop onze anti-discriminatiewetgeving ruimte laat bij arbeidsrechtelijke verhoudingen voor kerken en scholen om onderscheid te maken naar aanleiding van iemands leefwijze. Enkele linkse fracties sprongen er bovenop en eisten op stel en sprong aanpassing van de wet. Binnen een paar weken! Het moet nu maar eens definitief afgelopen zijn met de eigen beleidsruimte die bijvoorbeeld scholen hebben om sollicitanten met een homoseksuele leefwijze, zij het niet op grond van dit enkele feit, “buiten de school te houden”. Hiermee is de discussie over de Algemene wet gelijke behandeling opgelaaid. Geen storm in een glas water, naar we vrezen. De gevolgen kunnen heel ver gaan voor verenigingen, stichtingen en scholen. Maar naar onze overtuiging uiteindelijk ook voor kerken. We rekenen op een zorgvuldige behandeling door het kabinet.
We roepen het CDA en de ChristenUnie op om standvastig te blijven en in deze aangelegenheid niet toe te geven aan de PvdA. Deze kwestie lijkt ons, mocht dat nodig worden, alleszins een kabinetscrisis waard. Het raakt immers overduidelijk karakter en kwaliteit van de ordeningen in onze samenleving. Daarbij moet de wacht worden betrokken. Vanzelfsprekend keuren ook wij het ten sterkste af als mensen met een gerichtheid op hetzelfde geslacht met geweld worden bedreigd. Dat kan natuurlijk niet. Toch schijnt dat bijvoorbeeld onder scholieren en op plaatsen waar vertier wordt gezocht, best veel voor te komen. Daar moet tegen worden opgetreden. Alleen, dat mag niet ook een vervaging van de Bijbels gefundeerde ethische norm op dit punt met zich brengen. Daarom is het ook zo spannend hoe deze discussie van onderop in de ChristenUnie aanhangig werd. Er tekenen zich tot in het kader van de partij twee lijnen af. Enerzijds die van acceptatie van de homoseksuele leefwijze voor de eigen vertegenwoordigers in de politiek, anderzijds die van principiële bezwaren hiertegen. Het zal een hele toer worden om deze twee lijnen met elkaar te laten accorderen in een door de hele partij gedragen beleidslijn. We hopen dat men trouw blijft aan de Bijbelse lijn zoals die op dit punt ook altijd door RPF en GPV aangehouden is. Kwestie van geloofwaardigheid!
Voor de wet zijn alle burgers gelijk. Een basaal uitgangspunt. Toch worden de wenkbrauwen van velen opgetrokken als het gaat om autochtonen en allochtonen. Bij de botsing van godsdiensten en culturen binnen onze landsgrenzen en zo langzamerhand wereldwijd. Collega Wilders is niet de enige die de vinger legt bij de negatieve kanten van de islamisering in onze samenleving. Iets wat hij wél wil doen geloven en nog erg luidruchtig ook. Hij gaat namelijk regelmatig te ver in het demagogisch bespelen van het volkssentiment op dit punt en het altijd zoeken van een nog weer sterkere uitspraak zonder met constructieve voorstellen te komen. Het gebruiken van de overtreffende trap! Goedkope bedoening om in de peilingen te scoren. Ook wij zien absoluut de negatieve kanten van de oprukkende islamisering in onze samenleving, die mevrouw Vogelaar die verantwoordelijk is voor het integratiebeleid, helaas niet wil zien of al te gemakkelijk weg wuift. Onze fractie wil daar met een helder geluid en concrete voorstellen iets tegen doen. Maar we willen daarbij wel onze waardigheid behouden. De vrijheid van meningsuiting niet laten kapen door hen die daarin een recht op kwetsen zien. Niet polariseren als doel in zichzelf. Niet opzetten van bevolkingsgroepen tegen elkaar. Niet generaliseren en alles maar op één hoop gooien. De praktijk wijst ook uit dat het niet echt helpt.
Problemen zijn er dus wel. Moskee-bouw, die van zodanige omvang moet zijn dat het object beeldbepalend is en dominant overkomt. “Straatterreur” door doelloos rondslenterende Marokkaanse jongeren. Signalen dat antisemitisme eerder groeit dan afneemt. Internetsites, met boodschappen waar de honden geen brood van lusten. Bedreigingen met de dood zelfs, die beveiliging vragen van hen op wie het gemunt zou zijn. Dat moet anders worden!
Het zou verzaking zijn van roeping en plicht, als aan deze en dergelijke zaken (we hebben die echt niet uitputtend opgesomd) nonchalant wordt voorbij gegaan. Dat kan natuurlijk niet. Onze partij is vanouds opgekomen voor het protestants-christelijke karakter van onze natie. Daarom heeft de pluriformiteit van onze samenleving ons nooit bekoord. We moeten altijd blijven verwijzen naar de enige weg tot de zaligheid, ontsloten in de Heere Jezus Christus. Er is naar Bijbels getuigenis géén andere weg. Daarom staan we niet “onpartijdig” in de botsing van godsdiensten en culturen en mogen noch kunnen we denken vanuit een zekere gelijkwaardigheid van religies. Dat geeft ons ook een eigen plaats in het islam-debat. Bewogen en ernstig, respect waar nodig en mogelijk, kritisch waar geboden.
Het is een geestelijke strijd en daarbij past niet élk middel. Als onze kerken steeds leger worden, valt niet snel te verwachten dat het geestelijke vacuüm waarin een groot deel van onze bevolking verkeert “christelijk” wordt gevuld. Daardoor kunnen andere geestelijke stromingen hier te gemakkelijk emplooi vinden. Daarom is in wezen een Bijbels georiënteerde Reformatie nodig. Een Reveil, een krachtige doorwerking van de Heilige Geest. Daartoe roepen wij op, daarom moeten we ernstig bidden. Wat wijsheid zal er zijn, als de Bijbel dicht blijft! De profeet Hoséa zegt het: Komt, laat ons wederkeren tot de Heere! Deze oproep behoren we te volgen. Wee ons, als dat niet gebeurt.
Verruwing
Het zit ons dwars dat de omgangsvormen in de politiek aan verruwing lijken onderhevig te zijn. Platvloerse taal, weinig verheffende discussies over de orde van de vergadering, onverzorgde kleding, een losjes omgaan met ons eigen vergaderreglement. Zelfs staatsrechtelijke regels worden regelmatig geschoffeerd. En dan maar klagen over het tanende gezag en aanzien van het parlement. Het is toch nu en dan volstrekt begrijpelijk als meeluisterende en meekijkende burgers zich verbouwereerd afvragen waar dat parlement nu toch wel mee bezig is. Men haalt er de schouders over op. Het parlement heeft zich dit aan te trekken. Stijl en waardigheid moeten terug in de Tweede Kamer. Gelukkig hebben niet alleen wij hier zorgen over, het leeft breder. Vandaar een commissie voor interne reflectie. Het moet ánders en de geschiedenis heeft bewezen dat het ook anders kán. Aan ons mag het niet liggen!
Trouw in smart
We behoren trouw te blijven, ook als het ons tegen zit. Idem als ons ernstig leed wordt berokkend. We hebben daaraan gedacht toen we onze houding moesten bepalen tegenover het voorstel van de regering om de militaire missie in Afghanistan met twee jaren te verlengen. Het is absoluut een ingrijpende beslissing om daar mee in te stemmen. Gevaarlijk, er vielen doden. Het is en blijft riskant. De keerzijde er van is dat je de plaatselijke bevolking toch moeilijk aan krachten kunt overlaten die tyrannie beogen uit te oefenen, aan de Taliban. We moeten een betrouwbare partner zijn, juist als de prijs mentaal hoog is. Tegelijk hopen we vurig dat het einde van het diepe conflict snel in zicht komt en er werkelijk aan wederopbouw kan worden gewerkt. Het mag wel een plaats hebben in onze voorbede dat er niet nog meer slachtoffers vallen en dat er spoedig vrede komt.
Dezelfde trouw willen we blijven betonen ten opzichte van het land en volk van Israël. Israël bestaat binnenkort 60 jaar. Daarbij zal door onze partij stil worden gestaan. Terecht! Elke keer weer wisselen hoop en vrees elkaar af, als we op ons laten inwerken in wat voor lastige en soms uitzichtloze situatie dat land zich bevindt. In de nood leer je je vrienden kennen. Daarom moeten we niet wankelmoedig worden onder alle intriges in deze regio, de regio waarin de Oudtestamentische tijd zich voltrok en van waar uit een voornaam stuk van de christelijke kerkgeschiedenis zich over de wereld ontrolde. De beminden om der vaderen wil. Jeruzalem, “een lastige steen” (Zach. 12:3). Israël, intussen ook een modern op het Westen georiënteerd land, waarvan we de tekorten en fouten niet over het hoofd zien. Het zijn immers nog altijd je vrienden die jou je feilen tonen. Ook hier spreken we de hoop uit dat er veel gebed mag zijn om uitkomst uit deze nood: Vrede over Israël.
We noemen als terloops nog het bijzondere jaar voor de Verenigde Staten. Een wisseling van de wacht in het Witte Huis. Het is niet om het even wie aan het hoofd komt te staan van het machtigste land ter wereld. Het zal vooral een voorrecht zijn als het iemand wordt voor wie het besef leeft president te zijn bij de gratie van God. Hoe moeilijk de afwikkeling van bijvoorbeeld de oorlog in Irak ook wordt en hoezeer de strijd tegen het internationale terrorisme inzet blijft vergen, dan mag worden geweten waar met al die moeiten en zorgen heengegaan kan worden.
Trouw in vreugde
Wat in het begin al werd opgemerkt, in de komende maand mogen we er bij stil staan dat onze partij negentig jaren bestaat. Dat is een gedenkwaardig feit, dat tot gepaste vreugde stemt. We vormen met elkaar veruit de oudste politieke partij in ons land. Gelukkig mogen we vaststellen dat de partij vitaal is. Verwezen mag worden naar het feit dat we veruit het grootste jongerenverband hebben van alle politieke partijen. Een feit dat tot grote dankbaarheid stemt. Ik mag er wel opnieuw toe oproepen juist nu trouw te zijn in het betonen van verbondenheid aan de inzet voor de partij die ons toch lief is. Bovenal mogen we de onmisbare zegen van God wel inwachten. Aan Zijn gunst en zegen immers, is alles gelegen. Ook met de blik op de toekomst. In het besef dat er aan onze kant geen verdienste ligt. Alleen Zijn lankmoedigheid en trouw hebben ons tot hiertoe geleid. Het is onze wens en bede dat die ons mogen bijblijven.
Kortom: We hebben de roeping het goede te zoeken voor ons land en ons volk. Heel praktisch. Als de boeren en visserlui, zoals nu, moeilijke tijden doormaken, mogen ze op de SGP rekenen. Als de kleinere middenstanders door de grote winkelketens worden weggedrukt, mogen ze van onze SGP aannemen dat we al het ons mogelijke zullen doen om concurrentieverstorende elementen aan te pakken. Als er hele regio’s zijn op de wereld waar zware honger wordt geleden en van het allernodigste aan medicijnen en dergelijke zin verstoken, dan mag men terecht uitzien naar onze inzet om deze noden te helpen lenigen. We zullen meedenken over de personeelsproblematiek in het onderwijs en de zorgsector. Ouderen, gehandicapten, chronisch zieken en dergelijke, kloppen niet tevergeefs bij ons aan. Zo kunnen we nog wel even door gaan. De intentie zal al wel duidelijk zijn. Kwestie van trouw, in tijden waarin het mee zit en juist ook in tijden van forse tegenwind.
Tegenwind
En die tegenwind is er. Van diverse kanten wordt ons betwist dat we ons in de politiek baseren mogen op onze godsdienstige overtuiging. De scheiding van kerk en staat wordt doorgetrokken tot een scheiding tussen religie en politiek. Religie of godsdienst, dat houd je maar voor jezelf, dat doe je thuis. De overheid is neutraal en je moet een ander niet vermoeien met religieuze overwegingen en tegemoet treden met aan je godsdienstige overtuiging ontleende argumenten. Immers die gelden voor een andersdenkende niet. Is dan de redenering. Niet in te voelen, niet gezaghebbend. Alsof het ons mogelijk zou zijn tussen onze overtuiging en ons optreden een knip aan te brengen. Beschouwingen en publicaties over het thema religie en politiek, of scherper gezegd religie in de politiek, buitelen over elkaar heen. Voor de SGP uiteraard een zeer aangelegen punt. Er is daarin een trend om het weer vanzelfsprekender te vinden dat religie in de politiek qua argumentatie en besluitvorming weer een rol speelt. Dat biedt mogelijk kansen voor onze partij. Mits we er ons intensief op beraden hoe dat dan kan en gaat, hoe we daar getuigend en constructief op inspelen. We wisten het al lang: alleen Bijbels genormeerde politiek heeft écht dé toekomst. Tegen dit licht past ons bescheidenheid en beslistheid beide.
Bescheidenheid: dr. Maarten Luther tekent bij de bekende tekst: “Het kromme kan niet recht gemaakt worden; en hetgeen ontbreekt, kan niet geteld worden” uit het Bijbelboek Prediker (1:15) het volgende aan. De voorzitter van de kiesvereniging te Ederveen wees me er op. Hij vond het in de Bijbelverklaring van Dächsel. Luther schrijft: Want het kan op aarde niet zo goed toegaan, dat er toch niet veel gebreken overblijven. Daarom is het best, dat men van ganser hart op God vertrouwe, Hem het bestuur overlate, en gelovig bidde: “Uw koninkrijk kome”. Verdraag intussen het onrecht, u door de goddelozen aangedaan en draag uw zaak de grote Rechter op. Wanneer gij nu niet alleen wijs, maar ook heilig en vroom zijt, zo bemerkt gij ook wel, dat niet alle dingen recht toegaan. Maar dewijl gij toch niet al het kromme recht kunt maken, zo verricht het werk dat u op de hand gesteld is en doe het met al uw macht. Het andere dat niet goed gaan wil, beveel dat Hem aan, Die wijzer en sterker is dan gij, namelijk de Heere in de hemel, die kerk, land en volk, huis en hof, vrouw en kind beter kan regeren dan gij.”
Beslistheid: om het met de woorden van de enkele jaren terug op zeer hoge leeftijd overleden dr. W. Aalders te zeggen: “Wat onze tijd het meest dringend nodig heeft, is een nieuwe doorbraak van Bijbels en dus evangelisch getuigen. Tegenover de velen, die in de netten van de leugengeest van deze tijd verstrikt zijn geraakt, en die het Evangelie niet anders meer kunnen verstaan dan in de fatale verkleuring van het moderne bewustzijn, is het nodig, dat er gelovigen zijn, die moedig en krachtig de tegenstelling tussen Evangelie en wereld, als de tegenstelling tussen licht en duister, waarheid en leugen, naar voren brengen. Want het domein van de vader der leugenen is in de geschiedenis het domein van het schemerdonker, waarin waarheid en leugen vervloeien; maar het rijk van Christus is het rijk van het licht, waarin waar en onwaar scherp en duidelijk onderscheiden worden.” Tot zover dr. Aalders. Om daartoe nu de kracht, wijsheid en gedrevenheid te ontvangen! In afhankelijke trouw.
Trouw?
Valt deze trouw van onze zijde te verwachten? Niet uit eigen kracht. De trouw van ons is in zichzelf kwetsbaar en uiterst wankel. Maar de Heere is zo getrouw als sterk. Hij zal Zijn werk voor mij, zo gaat de psalmdichter door, voleinden. Hij bidt dan: Verlaat niet wat Uw hand begon, o Levensbron, wil bijstand zenden. (Psalm 138) Dáár gaat het om. Onze trouw is wankel, Gods trouw onwankelbaar! Het is genade dát te mogen leren.
In deze lijdenstijd mogen we elkaar ook wijzen op het diepste blijk van Gods trouw in het zenden van Zijn Zoon. De Heere Jezus Christus, Die Zichzelf vrijwillig in de dood aan het vloekhout van het kruis op Golgotha overgaf, om door die dood de weg te banen tot het leven voor hen die in zichzelf schuldig zijn tot de dood.
Het is ten diepste alleen van Zijn kant te verwachten. Dr. Hoedemaker formuleerde het kernachtig in klemmende vragen aan zijn geestverwant dr. De Savornin Lohman (we bevinden ons dan in de buurt van de overgang van de negentiende naar de twintigste eeuw): “Gelooft u dat God Nederland weer een christenland, de Nederlandse overheid een christelijke overheid en Nederlands kerk een welingerichte kerk kan maken? Laat me het anders zeggen: gelooft u dat Hij het op Zijn eigen tijd en langs Zijn eigen weg doen zal? Neen, ook deze vraag is nog niet helemaal terzake: wenst u dat Hij dit doet? Zoudt u het een zegen achten als Hij het deed? Bent u overtuigd dat wij verloren zijn als Hij het niet doet?” Indringende vragen, die aan actualiteit en kracht bepaald nog niet hebben ingeboet. We maken ze graag tot de onze. De God aller genade gedenke ons, ons land en volk en niet in het minst ook onze regering en ons Vorstenhuis. Hij gedenke in Zijn gunst en zegen.
|