Standpunten

A B C D
E F G H
I J K L
M N O P
Q R S T
U V W X
Y Z
zoeken
Home   |  Standpunten
printen   |   doorsturen          Inloggen
A
Abortus provocatusAcceptatieplichtAdoptieAdulte stamcellenAfghanistanAgrarische sectorAidsAIVDAlcoholgebruikAlleenstaandenAntillenAntisemitismeAOWArbeidArbeidsparticipatieArtikel 23 GrondwetAsielbeleidAutoloze zondagAutonomie van gemeenten

Arbeid

Wie z’n leven zinvol wil besteden, kan dat het best doen door te leven ten dienste van God en van zijn naaste. Dat kan door onder meer je belangeloos in te zetten voor anderen. Velen doen dat: vrouwen, mannen, meisjes en jongens die op tal van manieren anderen een handje helpen. Hun bijdrage aan de maatschappij is letterlijk en figuurlijk van onschatbare betekenis.
Een andere, en eveneens onmisbare manier om de Bijbelse opdracht in te vullen is deelname aan het arbeidsproces. Dat is ook hard nodig, wil een gezin en wil de huidige gecompliceerde samenleving ‘draaiende’ gehouden kunnen worden. Iedereen is in eerste instantie zélf als eerste verantwoordelijk voor het levensonderhoud van zichzelf en zijn gezin. Daarbij geldt het (bijbelse) uitgangspunt dat de arbeider zijn loon waardig is en dus een eerlijke beloning krijgt voor zijn inspanningen. Op de schouders van alle werkenden, werkgevers, werknemers en zelfstandigen, drukt een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de hele economie.

  • Er moet meer worden gedaan om jongeren aan het werk te krijgen. Jongeren beneden de 23 jaar krijgen alleen een uitkering als ze een opleiding volgen of aangeboden alternatief werk accepteren.
  • De regeling voor spaarloon moet worden gehandhaafd.
  • De levensloopregeling moet flexibeler ingezet kunnen worden. Er moet een breed pakket aan mogelijkheden komen, zodat gespaarde gelden ingezet kunnen worden om arbeid en zorg beter te verdelen over het leven. Ook moet het mogelijk worden om de gespaarde tegoeden in te zetten voor scholing of ten behoeve van aanvullend pensioen bij het bereiken van de AOW-leeftijd.
  • Werknemers uit binnen- en buitenland moeten gelijk behandeld worden. Werknemers uit het buitenland mogen niet oneerlijk concurreren, bijvoorbeeld door te werken met lagere inkomens dan hun ‘binnenlandse’ collega’s.
  • Het moet eenvoudiger worden mensen in vaste dienst te ontslaan. Dit zorgt ervoor dat mensen ook weer sneller in dienst worden genomen. Een soepeler ontslagrecht kan alleen, als dit gepaard gaat met de plicht voor werkgevers om zich in te zetten voor plaatsing van werknemers op een andere plek binnen het bedrijf of begeleiding naar een werkplek buiten het bedrijf. Dit kan door werkgevers meer verantwoordelijk te maken voor de financiering van de Werkloosheidswet.
  • Het belang van scholing, ook van werkenden, is groot. De overheid moet daar meer op inzetten. Dat kan via de levensloopregeling; dat kan bovendien door fiscale aftrek voor opleidingskosten.
  • Loonmatiging zal noodzakelijk blijven om de Nederlandse bedrijven concurrerend te houden met het buitenland. Dit sluit niet uit dat in bepaalde sectoren de lonen meer mogen stijgen als dat nodig is om mensen aan te trekken.
  • Voor salarissen waarmee overheidsgeld gemoeid is, moet er een salarisschaal komen die is gekoppeld aan de salarisschalen van de overheid. Onevenredig hoge inkomens worden hiermee zoveel mogelijk voorkomen. IJkpunt is het salaris van de minister-president.
  • Jong geleerd, oud gedaan. Uitgaande van de waarheid van dit gezegde, moet overwogen worden of er een ‘sociale dienstplicht’ moet worden ingevoerd die met name jongeren in staat stelt om de handen uit de mouwen te steken en nuttige ervaring op te doen. Dit dient vorm te krijgen via het onderwijs.

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Selecteer hier andere SGP-websites
> Verk.Programma
> Tien speerpunten van de SGP