Gezien de ‘huizenmarkt’, is het voor starters op de woningmarkt steeds moeilijker om een koophuis te betalen. Zeker voor de alleenverdieners onder hen is dat zwaar. Dat leidt er niet zelden toe dat de beide partners moeten blijven werken. Ook als het voor één van hen beter is om -met het oog op de kinderen of om een andere plausibele reden- minder of helemaal niet betaald te werken. Dat is een ongezonde situatie, die waar mogelijk moet worden gecorrigeerd.
Jongeren en starters die hun eerste huis willen kopen, krijgen financiële steun van het Rijk door middel van een renteloze lening bovenop de reguliere hypotheek.
Voor starters op de woningmarkt moet de overdrachtsbelasting worden afgeschaft. Lokale startersfaciliteiten dienen door het Rijk te worden ondersteund.