Schreeuw om waardigheid
Media aan voeten Van der Vlies
Dat het debat van donderdagavond 18 februari een vertoning was, is iedereen duidelijk. “Genant”, zo zei Geert Wilders, met een onvervalste zachte ‘g’. Maar lag dat alleen aan het kabinet? Een rondje langs het optreden van de oppositie leert iets anders: van waardigheid hebben politici weinig kaas gegeten.
Henri Pool
Agnes Kant (SP) mocht aftrappen. Helaas, haar schreeuwerige stem en snelle spreken vielen niet in de smaak. Tactisch was ze ook niet sterk: door meteen in de overtreffende trap te spreken (“nu breekt echt mijn klomp”), vond ze later geen woorden meer om een juiste kwalificatie aan haar gevoelens te geven. Toch was haar vooraf veel lof toegezwaaid. Met haar motie zou zij immers de PvdA klem zetten. Niets was minder waar: Marriëtte Hamer (Pvda) lachte donderdagavond als laatst.
Alexander Pechtold (D66) koos een andere toon – zo’n ééntje van ‘ik heb er recht op om alles te weten’ – met bijpassende lichaamshouding: borst vooruit, hoofd omhoog. Wie doet me wat? En toch. Hoeveel bewondering hij de laatste jaren ook kreeg, zijn imago lijkt tegenwoordig tanende. Zou hij zichzelf overschreeuwd hebben de laatste tijd? Wordt zijn bijdrage niet meer als kritisch-scherp, maar als arrogant ervaren? Zou Nederland zijn hoogdravendheid zat zijn?
Vreemd genoeg leek er in de media maar één winnaar te zijn: Bas van der Vlies (SGP). Van hem geen “krenkende superlatieven”, maar een waardige, constructieve bijdrage. Niet dat hij niet scherp was. Integendeel! Toen de storm van de oppositie geluwd was en Bos werkeloos in vak K stond, kwam Van der Vlies pas. Drie scherpe vragen volgden met als resultaat dat Bos’ gedraai meer dan eerder in het debat werd bloot gelegd. Voor Bos bleef niets anders over dan verlegen weg te kijken. Van der Vlies dat ziende: “U gaat morgen een standje tegemoet in de ministerraad!”
Maar Van der Vlies had niet alleen voor Wouter Bos een standje: ook de kamer kreeg een vermaning. Het gebezigde taalgebruik was “schandelijk voor het aanzien van het parlement”. En: “Als dit de stijl wordt van het parlement kunnen we het vergeten nog enig gezag te houden in de samenleving”.
Van zulke woorden worden niet alleen twitterende SGP-jongeren warm. Ook de media hebben hier oren naar. De Telegraaf schreef zijn webpagina’s ermee vol. De Stentor besteedde haar twee belangrijkste pagina’s in de zaterdagkrant eraan. De NOS liet Van der Vlies duidelijk in beeld komen. En bij Knevel in Dit is de dag was het Van der Vlies voor en Van der Vlies na.
Wordt Nederland het populisme van de oppositie eindelijk zat? Het lijkt er wel op. De media kunnen niet zo veel meer met hun optredens. Gevolg is dat ook zij aan waardigheid en daadkracht gaan hechten. Dit opmerkelijk resultaat mag de SGP best uitventen. SGP-gemeenteraadsfracties mogen voor 3 maart verwijzen naar de waardige optredens van Van der Vlies: “Kijk, zo opereren wij ook!” En Van der Staaij mag bij de komende landelijke verkiezingen ook naar hem verwijzen: “Kijk, zo probeer ik ook te opereren”. SGP, laat je onderscheidend vermogen maar duidelijk zien! Dat is niet populistisch, wel hartverwarmend.
Tot slot: niemand was gebaat bij de val van het kabinet, maar ook niemand zou wat hebben gehad aan het vervolg van Balkende IV. Waardigheid en daadkracht: daar zit Nederland wel op te wachten! Bij de SGP ben je daarvoor aan het goede adres. Dat mag heel Nederland weten.
|