Begroting OCW 2010
Het is raar dat er wél in het hart van het onderwijs wordt gesneden, maar dat de ledematen buiten schot blijven. Dat zei SGP-kamerlid Van der Vlies in de Tweede Kamer bij de handeling van de Onderwijsbegroting. Van der Vlies doelde daarmee op de bezuinigingen op OCW: het onderwijs moet inleveren, maar op het gebied van cultuur, media en kinderopvang lijkt het Kabinet veel coulanter. Dat is een "raar signaal", aldus Van der Vlies. De woordvoerder van de SGP ging verder in op het vmbo, de positie van leerkrachten en de wat de SGP betreft onwenselijke tendens om scholen meer en meer op te zadelen met maatschappelijke taken.
Begroting OCW 2010 Van der Vlies 10 november 2009
Er is een hoop bedrijvigheid binnen de begroting OCW, zeker als het gaat om langdurige processen. Ook deze begroting is opgenomen in de brede heroverweging die door het kabinet is ingezet. Het verrast de SGP-fractie dat de onderdelen cultuur en media daarin niet vermeld zijn. Juist het hart van de OCW-begroting wordt onder de loep genomen en de overige ledematen niet. Vindt de minister dat ook niet een raar signaal? Om de druk op de echte onderwijsuitgaven te minimaliseren moeten juist heroverwegingen op gebieden als media, cultuur, kinderopvang en studiefinanciering een plaats hebben. De SGP-fractie is daarom van mening dat de onderdelen cultuur en media alsnog opgenomen moeten worden. Zeker vanuit het perspectief van de begroting OCW bevredigt het schriftelijke antwoord niet.
Vmbo Recent is het tienjarig bestaan van het vmbo gevierd, een goed moment om over de koers ervan na te denken. Door de ontwerpers van deze onderwijsstructuur werd gemeld dat zij duidelijk een beweging in de goede richting zien. Wel pleitten zij voor een verdere ontwikkeling van wat de oude mavo was en van meer vakgericht onderwijs, zoals zij oorspronkelijk al bedoeld hebben. Het aantal praktijkuren is in het vmbo voor veel leerlingen te beperkt. Inmiddels schieten daarom vakscholen uit de grond. Hoe bewaakt de staatssecretaris de eenheid en helderheid van het vmbo? Welke mogelijkheden ziet zij om met geringe aanpassing de gewenste profilering op beide flanken te versterken? Dat gaat verder dan de programma’s die er zijn voor een soepele overgang tussen vmbo en mbo.[1]
Bezuinigen op bestuur De overheid verwacht steeds meer van het bestuur van onderwijsinstellingen, denk aan de wet goed bestuur. Een bezuiniging op het bestuur is daarom nauwelijks uit te leggen. De SGP-fractie vindt het onjuist om te bezuinigen voordat de evaluatie van de lumpsum is besproken. Bovendien heeft de commissie-Don het een en ander over het vermogensbeheer van scholen gezegd. Hoe neemt de staatssecretaris dit mee? De SGP-fractie plaats ook vraagtekens bij de wijze waarop bezuinigd wordt. Neemt het kabinet de lumpsumgedachte serieus wanneer een bestemming van de bezuiniging wordt aangegeven? Welke garanties heeft de staatssecretaris dat het primaire proces niet geraakt wordt?
In kwaliteitsbewaking van scholen is een nieuw speeltje in opkomst: het oprichten van een schandpaal voor scholen die niet aan bepaalde normen zouden voldoen. Onder de vlag van openheid en kwaliteit wordt toch een cultuur van wantrouwen en oppervlakkigheid gevoed. De SGP-fractie vindt dit een kwalijke ontwikkeling, waarop het kabinet zich moet bezinnen. Denk bijvoorbeeld aan de site bevoegd.nl. Uit onderzoek van SBO blijkt bovendien dat de verzuimregeling door de Inspectie onvoldoende wordt gecontroleerd. Is het kabinet ook van mening dat we eerst de reguliere instrumenten moeten optimaliseren voordat we aan alternatieve geneeswijzen beginnen? Welke stappen worden hiertoe gezet?
Positie leerkracht De SGP-fractie steunt het actieplan voor verbetering van de positie van de leerkracht. Daarbij zal het gezamenlijke belang van school en leerkracht wel meer benadrukt moeten worden. Het toekennen van nieuwe rechten kan ook nadelig werken. Twee vragen nog over het actieplan:
Het toekennen van meer LB schalen voor lestaken levert in het basisonderwijs vaak moeilijke vragen op. Er blijken vaak onvoldoende criteria te zijn om onderscheid te maken tussen leerkrachten. Tussen gelijkwaardige leerkrachten is het onmogelijk om onderscheid te maken. Hoe wil de minister dit probleem ondervangen?
In het kader van de werkdrukverlaging kunnen leerkrachten in het voortgezet onderwijs 24 uur opnemen, het zogenaamde trekkingsrecht. In praktijk lijken docenten er weinig in te zien. Heeft de minister inmiddels inzicht in de omvang van het gebruik? Erkent de minister dat dit recht in de planning van scholen wel problemen kan opleveren? Is handhaving van dit recht dan gewenst?
School moet school blijven Onderwijs mag niet opgezadeld worden met maatschappelijke behoeften. In dat licht is het nieuwste ideaal van staatssecretaris Dijksma ronduit verbazingwekkend. Zij stelde vorige week dat de school waar alleen onderwijs wordt gegeven eigenlijk uit de tijd is. Ze droomt van algemene maatschappelijke voorziening waarin een kind van A tot Z verzorgd wordt. Is dit zonder Grondwetswijziging mogelijk? Blijft er genoeg ruimte voor scholen die zich volledig op onderwijs willen richten? Bovendien: waarom zijn nieuwe experimenten nodig, aangezien dit idee momenteel ook al in de brede school ontwikkeld wordt?
Er valt nog meer op te merken als het woord onderwijsvernieuwing valt. De inzet van het kabinet op opbrengstgericht werken, met name ten aanzien van rekenen en taal, is duidelijk een onderwijsvernieuwing te noemen. Het sinds ‘Dijsselbloem’ gevreesde woord cultuuromslag wordt door de bewindslieden zelfs gebruikt. De SGP-fractie heeft fundamentele reserves bij de voorgestane economisch-technische benadering van het onderwijs. De school moet getoetst worden op de vorming van leerlingen in zijn totaliteit. Aandacht voor resultaten is vooral een stimuleringsmiddel binnen de school, geen absolute meetlat. In de visie op rekenen taal onder leerkrachten en leerlingen moeten we bovendien waken voor angst en paniekvoetbal. Spreken over ‘een offensief richting scholen’ geeft wat betreft te denken.
|