Besluit afbreking zwangerschap
De belofte dat de overtijdbehandeling onder de Wet afbreking zwangerschap/het Abortusbesluit gaat vallen is niet ingelost. De bestaande gruwelijke abortuspraktijk verandert feitelijk niet. Dat zei SGP-woordvoerder Van der Vlies in het debat met staatssecretaris Bussemaker over het herziene Abortusbesluit. De constructie waar dit kabinet voor heeft gekozen is "gewrongen" en "schimmig", "juridisch een misbaksel," aldus Van der Vlies, die zich daarbij mede beriep op het oordeel van een vrijwel voltallige Eerste Kamer. De SGP vroeg ook opheldering van de staatssecretaris over haar besluit om de schulden bij te passen van twee door mismanagement in de problemen gekomen abortusklinieken in Amsterdam. "Ziekenhuizen krijgen toch ook geen geld bij wanbeheer?" vroeg de SGP. De SGP maakt zich grote zorgen over het feit dat er geen zicht is op de levensbeeindiging van pasgeborenen, ondanks pogingen om meer duidelijkheid te krijgen. De SGP is voor een toetsing vooraf, en niet achteraf.
Algemeen overleg Wet afbreking zwangerschap / levensbeëindiging pasgeborenen 18 november 2009 B.J. van der Vlies
Abortusbesluit In haar antwoorden op de vragen over het Abortusbesluit was de staatssecretaris eerlijk, onthullend en onthutsend. In duidelijke bewoordingen stelt zij dat juridisch gezien de overtijdbehandeling nog steeds buiten de Waz en het Besluit vallen. De wijziging verandert dus niets aan de bestaande gruwelijke abortuspraktijk, maar verplicht slechts tot het vaststellen van de zwangerschap. Dat is iets heel anders dan het in het regeerakkoord beloofde onderbrengen van de overtijdbehandeling onder de wet. Het is ongeloofwaardig wanneer dit besluit wordt gezien als uitvoering van de afspraak.
Het Besluit wil duidelijkheid bieden, maar biedt onduidelijkheid. De wijziging zorgt er niet voor dat de regels voor de overtijdbehandeling veranderen. De wet is nog steeds niet van toepassing. Dat constateert ook de vrijwel voltallige Eerste Kamer in een brief aan de staatssecretaris. Het is dus een juridisch misbaksel: een gewrongen en schimmige constructie. En dat bij een thema dat noodzaakt tot het nemen van serieuze maatregelen ter bescherming van ongeboren kinderen.
Als de wijziging wel de overtijdbehandeling onder de wet zou brengen, zou ook de beraadtermijn van vijf dagen gelden voor de overtijdbehandeling. Dat wordt door de staatssecretaris ook erkend. Er wordt echter nergens een uitzondering vastgelegd. Enkel het in de toelichting noemen van het feit dat de beraadtermijn niet van toepassing is op overtijdbehandelingen, is juridisch niet verantwoord. Afwijking van de wet kan niet via een nota van toelichting gedaan worden: er ontstaat dus een gedoogsituatie. Waar is de flexibele beraadtermijn dan wel geregeld?
Een juridisch legitieme uitwerking zou slechts zijn: in artikel 1 van de wet uitdrukkelijk vastleggen dat de wet ook geldt voor overtijdbehandelingen, waarbij dan een flexibele beraadtermijn wordt ingebouwd.
De staatssecretaris zegt steeds dat de eisen van wet en besluit materieel wel gelden. Wat houdt dat precies in? Het klinkt mooi, maar feitelijk houdt dat niet meer in dan dat er wordt gesproken over het ‘respecteren van de regels rond hulpverlening en besluitvorming’ – de huidige gang van zaken dus.
Women on waves De staatssecretaris stelt terecht dat het aanbieden van overtijdbehandelingen door Women on Waves slechts in een kliniek mag plaatsvinden. Wij maken echter bezwaar tegen haar opmerking dat een ‘extra vergunning voor een tijdelijk te treffen voorziening’ mogelijk is als WoW niet met de mobiele kliniek wil uitvaren. Wat bedoelt zij hiermee? Artikel 7 Waz is toch niet bedoeld om uitzonderingen mogelijk te maken, maar alleen aanvullende voorwaarden te geven? Wij gaan niet akkoord met het bieden van ruimte om de regels te ontduiken, door toe te staan dat zij zonder mobiele kliniek op pad gaan.
Beloning slecht management Gisteren was er opnieuw reden tot verbazing. Er gaat extra geld – hoeveel? – naar de abortusklinieken in Amsterdam. Dit is een beloning van slecht management! Wij zijn niet in voor zo’n raar en principieel ongewenst beleid. Ziekenhuizen krijgen ook niet zomaar extra geld bij wanbeheer. Nergens is een verplichting vastgelegd om voldoende abortusklinieken in stand te houden. Het is immers geen normale zorg.
Levensbeëindiging pasgeborenen Een andere kwestie die de bescherming van het leven aantast is de levensbeëindiging van pasgeborenen. Al twee jaar zijn er geen meldingen bij de commissie. Er is geen overeenstemming bij artsen en de toetsingscommissie heeft eigen regels. De normen zijn dus onduidelijk. Nog steeds is er geen duidelijke maatstaf om te beoordelen of levensbeëindiging is toegestaan. Naar onze mening dient toetsing vooraf en niet achteraf plaats te vinden.
Veel belangrijker is dat het onduidelijk is of er wel werkelijk sprake is van uitzichtloos en ondraaglijk lijden. Het Centrum voor Ethiek en Gezondheid constateerde in 2007 dat terughoudendheid nodig is en dat tot dusverre alternatieve mogelijkheden om het lijden van het kind te verlichten onderbelicht gebleven zijn. Van die aanbeveling moet serieus werk gemaakt worden. De staatssecretaris reageert hier veel te afhoudend. Graag nader onderzoek.
Een van de achtergronden van het ontbreken van meldingen zou zijn dat er als gevolg van de twintig-weken-echo meer kinderen met ernstige aandoeningen geaborteerd worden. Dat mag echter nooit een argument zijn, omdat het principieel geen verschil uitmaakt of een kind wordt geaborteerd of na geboorte gedood. Dat is even ernstig. Waarom komt er niet één verslaglegging over abortus naar aanleiding van handicaps, late zwangerschapsafbreking en levensbeëindiging pasgeborenen? Goed onderzoek is nodig en vooral ook aanscherping van de regels.
|