Besluit stopzetten MEP-subsidiesDatum publicatie: 31-08-2006 Auteur: C.G. van der Staaij Volgens artikel 72p van de Elektriciteitswet stelt de minister ieder jaar de hoogte vast van het vaste bedrag ter stimulering van de milieukwaliteit van de productie van duurzame elektriciteit. Op basis van dit artikel is het op zijn minst discutabel of de minister de bevoegdheid heeft om gedurende het jaar plotseling de hoogte van het tarief te wijzigen. Het lijkt een klein puntje, maar het lijkt de SGP-fractie op zijn minst goed dat de minister hier eerst op ingaat. Zonder bevoegdheid kan hij immers niets beginnen.
Met groot enthousiasme heeft toenmalig staatssecretaris Wijn in 2002 zijn wetsvoorstel verdedigd. Op dat moment vond hij het blijkbaar nodig om de productie van duurzame energie te stimuleren. Door de Kamer werd hij daar breed in gesteund. Wat is nu de precieze reden dat hij met ingang van 18 augustus de regeling stop heeft gezet? Is het echt zo erg als er ‘te veel’ duurzame energie wordt geproduceerd? Of is het puur een financiële reden?
De SGP-fractie wil met klem afstand nemen van de benadering van Minister Wijn. Eigenlijk smoort hij met deze herziene regeling alle nieuwe ontwikkelingen op dit gebied in de kiem.
Wij hebben begrepen dat in de praktijk een belangrijk deel van de MEP-middelen naar grote bedrijven is gegaan. Kleine bedrijven die - vaak met veel inspanningen en grote inzet – bezig zijn om nieuwe plannen te maken worden plotseling geconfronteerd met een streep door hun berekeningen. Juist bij deze bedrijven die al veel investeringen hebben gedaan om tot nieuwe plannen te komen, komt de klap extra hard aan. Vaak gaat het om bedrijven die echt proberen in hun bedrijf iets nieuws op poten te zetten, zodat het bijvoorbeeld helemaal zichzelf kan voorzien van energie.
Hoewel de SGP-fractie er vanuit bestuurlijk oogpunt begrip voor op kan brengen dat de minister deze maatregel met ingang van de dag van bekendmaking heeft laten ingaan, vinden wij dit toch onacceptabel. Soms jarenlange inzet gaat feitelijk verloren. Die bedrijven mochten er toch op vertrouwen dat de subsidieregeling nog gewoon kon blijven bestaan? Welke signalen heeft de minister van tevoren afgegeven waaruit men op kon maken dat de regeling zeer tijdelijk was?
Graag horen wij van de minister op welke manier hij aan de bedrijven die al ver gevorderd zijn met hun voorbereidingen tegemoet gaat komen. We hebben vele serieuze voorbeelden gekregen waaruit duidelijk kostenposten blijken van bijvoorbeeld 40.000 euro, maar soms zelfs ruimschoots een miljoen euro. De minister die beoogt de bedrijvigheid te stimuleren kan het toch deze bedrijven niet aandoen dat zij hun bedrijf op moeten geven of stevig in de min komen door deze maatregel? Naar onze mening is hier niet sprake van een gewoon bedrijfsrisico, maar van een onbetrouwbare overheid.
Wij vragen daarom de minister om een herziening zodat in ieder geval die bedrijven die aantoonbaar aanmerkelijke investeringen hebben gedaan in aanmerking komen voor een aanvraag voor een MEP-subsidie volgens de normale voorwaarden.
De SGP-fractie heeft een motie voor ogen met de strekking de staatssecretaris om zo’n overgangsmaatregel te verzoeken met bijvoorbeeld de volgende voorwaarden: *Het gaat om installaties die aan de voorwaarden van de MEP voldoen. *Zij hebben voor 18 augustus een milieu- of bouwvergunning aangevraagd en/of *Zij zijn aantoonbare contractuele verplichtingen aangegaan met een bank voor de financiering of een leverancier voor de installaties en/of *Er zijn voor die datum aantoonbare voorbereidingsactiviteiten of kosten gemaakt met het oog op de realisering van zo’n project. *Het betreft bedrijven met relatief kleine projecten van bijvoorbeeld maximaal 50 MW – onder meer is te denken aan agrariërs en tuinders.
Met name roepen wij hiertoe ook op omdat het in de praktijk heel verschillend blijkt te zijn welke volgorde men voor een goede bedrijfsvoering moet hanteren. De aanvraag van een MEP-subsidie is in het algemeen bepaald niet de eerste grote stap die moet worden genomen.
Naast deze overgangsregeling voor bestaande gevallen zouden wij van de minister graag vernemen dat hij zich toch reeds inzet voor de langere termijn voor een betere MEP-regeling. Op dit moment is de berekening van de onrendabele top lang niet in alle gevallen goed. Bij een nieuwe regeling moet duidelijk uitgegaan worden van een kwalitatief criterium – wat levert een bepaalde installatie op voor het milieu. Differentiatie is noodzakelijk, zodat het geld niet opgaat aan projecten die het eigenlijk nauwelijks nodig hebben. Hij hoeft hiermee een volgend kabinet niet voor de voeten te lopen. Een CDA/VVD-kabinet zal immers hetzelfde willen als in de huidige periode en een CDA/PvdA zal op zijn hoogst een nog beter alternatief willen….
Ten slotte ontvangen wij graag een nadere concretisering van de FES-envelop van 150 miljoen voor innovatieve duurzame energie.
7 september: ingediende moties"
28665 Milieukwaliteit Elektriciteitsproductie
Motie van het lid Van der Staaij c.s.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat een abrupt einde aan de subsidiemogelijkheid voor nieuwe projecten op het terrein van duurzame elektriciteit ernstige en onwenselijke gevolgen heeft voor met name kleinere ondernemers die al veel voorbereidingen en investeringen gepleegd hebben, maar nu niet meer in aanmerking kunnen komen voor subsidie;
overwegende dat een gunstig investeringsklimaat is gebaat bij een stabiel overheidsbeleid;
overwegende dat een loutere tegemoetkoming in de geleden schade in dergelijke gevallen onvoldoende recht doet aan deze gepleegde investeringen en gemaakte voorbereidingskosten en het geld dat daarmee gemoeid is bovendien niet ten goede komt aan de groei van het aandeel duurzame elektriciteit;
verzoekt de regering te voorzien in een overgangsregeling waarin alsnog een subsidie kan worden verleend - voor relatief kleinschalige projecten - die op 18 augustus 2006 aantoonbaar in voorbereiding waren, bijvoorbeeld doordat een bouw- of milieuvergunning is aangevraagd, - die overigens voldoen aan de in de MEP-regeling gestelde eisen en voorwaarden; opdat deze projecten alsnog doorgang kunnen vinden
en een ontwerp daartoe aan de Kamer voor te leggen voor 14 september 2006,
en gaat over tot de orde van de dag.
Van der Staaij Hessels Samsom Vendrik Gerkens Van der Ham Slob
28665 Milieukwaliteit Elektriciteitsproductie
Motie van het lid Van der Staaij c.s.
De Kamer, gehoord de beraadslaging,
overwegende dat een abrupt einde aan de subsidiemogelijkheid voor nieuwe projecten op het terrein van duurzame elektriciteit beleidsmatig onwenselijk en juridisch twijfelachtig is en dat deze maatregel bovendien schadelijk is voor het investeringsklimaat en het vertrouwen van de burgers in de overheid;
verzoekt de regering af te zien van de voorgenomen maatregel, en geen einde te maken aan de bestaande MEP-subsidiemogelijkheden voordat een aansluitende, adequate en duurzame nieuwe regeling voorhanden is, waarin de subsidieverlening de onrendabele top niet overstijgt,
en gaat over tot de orde van de dag.
Van der Staaij Samsom Vendrik Gerkens Van den Brink Van der Ham Slob
|