HomeActueelAfschaffen voorwaardelijke invrijheidstelling

Afschaffen voorwaardelijke invrijheidstelling

Publicatiedatum: 17 mei 2017 | Tweede Kamer

 

Voorstel van wet: conceptversie

Memorie van toelichting: conceptversie


De SGP heeft een initiatiefwetsvoorstel geschreven om de strafoplegging te wijzigen. Lange gevangenisstraffen zijn geen lange gevangenisstraffen. In principe zit een veroordeelde maar tweederde deel van zijn straf echt uit. Een voorbeeld: 12 jaar gevangenisstraf is in de praktijk 8 jaar celstraf + 4 jaar vrijheid onder toezicht. In zijn vonnis rept de rechter hier met geen woord over. En dat hoeft hij ook niet te doen, omdat deze regeling volledig buiten hem omgaat.

Kees van der Staaij: ‘wij willen een strengere en duidelijke koers. Het automatisme van strafkortingen moet er vanaf. Het is nu alleen bij uitzondering mogelijk dat een lange gevangenisstraf volledig wordt uitgezeten. Dit zorgt voor veel onbegrip en weerstand in de samenleving. Een bekend voorbeeld daarvan was de vrijlating van Van der G, de moordenaar van Pim Fortuyn. Het blijft moeilijk om uit te leggen waarom iedere veroordeelde in aanmerking komt voor een forse strafkorting.’

De SGP wil de voorwaardelijke invrijheidstelling afschaffen. Dit betekent echter niet dat veroordeelden na hun vrijlating plompverloren op straat worden gezet. Een begeleide terugkeer naar de samenleving blijft in veel gevallen nodig en verlaagt het risico op herhaling. Daarom stelt de SGP voor om de voorwaardelijke veroordeling uit te breiden. Een rechter krijgt dan de optie om ook bij straffen die langer duren dan 4 jaar te kunnen bepalen dat een deel van de straf voorwaardelijk zal zijn. Dat deel mag echter maximaal een kwart van de straf zijn en niet langer duren dan 4 jaar.

Bij slecht gedrag tijdens detentie moet de veroordeelde zijn voorwaardelijke deel uitzitten. En bij slecht gedrag na zijn vrijlating moet hij alsnog terug de bak in. De proeftijd na vrijlating zal – net als nu – gepaard gaan met voorwaarden. Voorbeelden daarvan zijn: contact en locatieverboden, een meldplicht, verbod op verslavende middelen of verplichte behandeling. Wanneer iemand zich niet aan de voorwaarden houdt, moet de rechter ingrijpen. Dit gebeurt nu te weinig. De reclassering ziet bij 1 op de 5 gedetineerden die vrij komen, reden om de veroordeelde terug te sturen naar de gevangenis. In de praktijk gaat slechts de helft van die betreffende personen terug naar de cel (cijfers: 2015).

De hoofdlijnen van het wetsvoorstel:

  • Het automatisme verdwijnt door de afschaffing van de voorwaardelijke invrijheidstelling.
  • De voorwaardelijke veroordeling kan voortaan ook van toepassing zijn op gevangenisstraffen van meer dan 4 jaar.
  • Als er een voorwaardelijke straf wordt opgelegd, moet de rechter dit expliciet vermelden.
  • Het rechterlijke vonnis wordt daardoor duidelijk en transparant.
  • Dit zorgt voor een eerlijk signaal naar de maatschappij.
  • De rechter krijgt meer straftoemetingsvrijheid.
  • Het voorstel behoudt de mogelijkheden om ex-gedetineerden te begeleiden bij hun terugkeer naar de samenleving.
  • Het voorwaardelijke deel van de straf wordt ingeperkt tot maximaal een kwart van de straf (het kan dus ook minder zijn) en zal in geen geval langer duren dan 4 jaren.
  • De voorwaarden en het toezicht die van toepassing zijn op het voorwaardelijke strafdeel, kunnen dadelijk uitvoerbaar worden verklaard.
  • De Wet op Langdurig Toezicht wordt hierop toegepast, zodat de proeftijd zo nodig verlengd kan worden.