HomeActueelBeschermde planten

Beschermde planten

Publicatiedatum: 9 sep. 2015 | Tweede Kamer

Steeds vaker vragen bedrijven octrooien aan voor ‘nieuwe’ planteigenschappen. Deze eigenschappen, zoals betere ziekteresistentie, worden op een natuurlijke manier ingekruist of door genetische modificatie. Dat betekent dat andere veredelingsbedrijven planten met deze eigenschappen niet meer zomaar kunnen gebruiken om nog betere plantenrassen te ontwikkelen. De SGP vindt dat een zorgelijke ontwikkeling. Kamerbreed is er steun voor invoering van een zogenaamde uitgebreide veredelingsvrijstelling in de Europese Bio-octrooirichtlijn, zodat veredelingsbedrijven minder ruimte krijgen om planteigenschappen te claimen. De SGP wil dat de regering zich hier beter voor inzet. Samen met enkele andere fracties overhandigt SGP-Kamerlid Elbert Dijkgraaf in een Kamerdebat daarom onderstaande notitie aan staatssecretaris Dijksma.

Vrijheid voor veredeling

Welke stappen moet de Nederlandse regering het komende half jaar zetten om planteigenschappen uit de beklemmende greep van octrooibescherming te halen?

Notitie SGP, SP, ChristenUnie en Partij voor de Dieren
7 september 2015

Urgentie

Maart jl. heeft het Europees Octrooibureau besloten dat ook ‘nieuwe’ planteigenschappen die via klassieke veredeling in de plant gebracht zijn onder de octrooibescherming mogen vallen. Dit betekent dat ook producten van klassieke veredeling onder het octrooirecht vallen. Veel vergelijkbare octrooiaanvragen lagen op de plank en zullen nu doorgezet worden. Alleen al met betrekking tot groenten liggen  meer dan 200 octrooiaanvragen klaar om behandeld te worden.
In de Nederlandse politiek is unaniem verzet tegen deze ontwikkeling. Het ondermijnt het aloude  kwekersrecht. Het wordt lastiger om plantenrassen door te ontwikkelen. Ook wordt juridisering en monopolisering van de plantenveredeling gestimuleerd in plaats van innovatie en diversiteit.  Uitbreiding van de octrooibescherming in de plantenveredeling betekent voor de sterke Nederlandse veredelingssector een grote stap achteruit.
Het eerste half jaar van 2016 is Nederland voorzitter van de Europese Unie. Dat biedt kansen om de Europese Commissie en andere lidstaten in beweging te zetten.

Routes

Het is positief dat veredelingsbedrijven in de groentesector via het International Licensing Platform afspraken hebben gemaakt. Dit is echter niet voldoende voor de lange termijn. Eén van de belangrijke spelers, Monsanto, heeft zich niet aangesloten. Verder staat het bedrijven vrij om zich terug te trekken. De afspraken betreffen bovendien alleen de groentesector.  Om de principes van het kwekersrecht daadwerkelijk overeind te houden zijn twee routes denkbaar:

  • Invoering van een uitgebreide veredelingsvrijstelling in de Bio-octrooirichtlijn. Nederland zet hier op in.
  • Het vrijstellen van planteigenschappen van octrooieerbaarheid. Duitsland en Frankrijk hebben zich tot nu toe vooral in deze richting uitgesproken. 

Invoering van een uitgebreide veredelingsvrijstelling heeft strategisch gezien de voorkeur, omdat 1) het inhoudelijk een minder grote inbreuk is, en 2) het risico reëel is dat bedrijven bij het vrijstellen van planteigenschappen van octrooieerbaarheid met succes om de vrijstelling heen claimen. Omdat een uitgebreide veredelingsvrijstelling een vreemde eend in de bijt van het octrooirecht is, is het van belang dat deze veredelingsvrijstelling op Europees niveau goed uitgelegd wordt.

TRIPS-verdrag

De regering geeft aan dat voor invoering van de uitgebreide veredelingsvrijstelling in het octrooirecht het TRIPS-verdrag (WTO; artikel 27-30) aangepast moet worden. Daar is op z’n minst verschil van mening over. Betrokken experts als mr. Oosting (Hogan Lovells) en mr. Van der Kooij (Universiteit Leiden) zien wel ruimte voor een uitgebreide veredelingsvrijstelling binnen de kaders van het TRIPS-verdrag. Volgens het TRIPS-verdrag moeten in ieder geval plantenrassen beschermd worden door het octrooirecht of een gelijkwaardig beschermingssysteem. Het huidige kwekersrecht, inclusief uitgebreide veredelingsvrijstelling, voldoet aan de voorwaarden van het TRIPS-verdrag. Waarom zou een uitgebreide veredelingsvrijstelling in de Bio-octrooirichtlijn dan niet voldoen aan het TRIPS-verdrag? De fracties verwijzen in dit verband ook op de US Plant Patent Act. De beschermingsomvang van octrooien op bepaalde plantenrassen is beperkt tot aseksueel vermeerderde planten. Afwijkende planten die via kruising en selectie worden verkregen, vallen hier niet onder. Dat betekent dat doorgaande veredeling mogelijk blijft (zonder licentieafdracht) en feitelijk eenzelfde vrijstelling als de uitgebreide veredelingsvrijstelling gecreëerd wordt. De US Plant Patent Act is niet in strijd verklaard met het TRIPS-verdrag. Verder wordt geconstateerd dat het TRIPS-verdrag meer ruimte biedt dan lidstaten vaak denken (verklaring Max Planck instituut, https://www.mpg.de/8132986/Patent-Declaration.pdf). In de juridische analyses van regering en Raad van State wordt op voorgaande punten nauwelijks ingegaan. Voor goede voortgang van de discussie over invoering van de uitgebreide veredelingsvrijstelling is het van belang dat, als het even kan, het TRIPS-verdrag buiten beschouwing gelaten wordt.

Stand van zaken

  • De Europese Commissie is bezig met een evaluatie van de Bio-octrooirichtlijn. Ze heeft daartoe een  expertcommissie ingesteld. De geruchten gaan dat de expertgroep met betrekking tot onderhavige kwestie verdeeld is. Het is dus de vraag of deze bal de goede kant uit gaat rollen. De regering heeft de Europese Commissie gevraagd om vaart te maken met de evaluatie van de Bio-octrooirichtlijn.
  • De Nederlandse regering onderzoekt enkele scenario’s voor de invulling van een uitgebreide veredelingsvrijstelling. Dit onderzoek loopt nog.  Wageningen UR en SEO komen in het najaar met enkele relevante rapporten. De regering werkt ook aan een position paper als inzet voor de Europese discussie.

Stappen

Het is van belang dat met het oog op het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie vaart gemaakt wordt. Hierbij drie belangrijke stappen die de Nederlandse regering het komende half jaar zou moeten zetten:

  1. Cruciaal is dat Nederland voordat het Nederlandse voorzitterschap begint, alles uit de kast haalt om met Duitsland en Frankrijk een gezamenlijk standpunt in te nemen en een gezamenlijke vuist te maken. De fracties vragen om daarbij niet te wachten op de rapporten van SEO en WUR en ook niet op de verslagen van de Europese expertgroep en de Europese Commissie. De inzet op een uitgebreide veredelingsvrijstelling blijft strategisch gezien de voorkeur houden. Belangrijker nog is dát een gezamenlijke inzet gekozen wordt.
  2. Snelle uitvoering van onderzoeken naar de uitgebreide veredelingsvrijstelling en snelle keuze voor een mogelijke invulling.
  3. Snel duidelijkheid krijgen over de (ontbrekende) noodzaak om het TRIPS-verdrag aan te passen. Hierbij moeten niet onnodig leeuwen en beren opgeworpen worden. Voor het standpunt dat (ook) bij invoering van een uitgebreide veredelingsvrijstelling in het octrooirecht geen aanpassing van het TRIPS-verdrag nodig is, is goede onderbouwing beschikbaar. De regering moet dit standpunt vooralsnog als uitgangspunt nemen.

Deze stappen bieden een goede basis om tijdens het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie de (aanzet tot) herziening van de Bio-octrooirichtlijn succesvol tot één van de prioriteiten te maken. Tijdens het voorzitterschap kan in dit verband ook een internationale conferentie over dit onderwerp georganiseerd worden.

SGP - Elbert Dijkgraaf
SP - Henk van Gerven
ChristenUnie - Carla Dik-Faber
Partij voor de Dieren - Esther Ouwehand