HomeActueelEindelijk onderzoek naar eenverdieners

Eindelijk onderzoek naar eenverdieners

Publicatiedatum: 13 dec. 2016 | Tweede Kamer

 

Na lang aandringen van de SGP komt er eindelijk een onderzoek naar de eenverdieners. Lees hier de bijdrage van SGP-senator Peter Schalk tijdens de bespreking van het belastingplan.

 

Mevrouw de voorzitter, ik begin met felicitaties aan het kabinet: uitgerekend vandaag komt het CPB met prachtige cijfers. Het economisch herstel zet door, we zien de werkloosheid verder dalen, we verwachten begrotingsevenwicht. Kortom: de crisis is voorbij. Ik hoop dat de staatssecretaris deze felicitaties wil doorgeleiden naar het kabinet!

Overigens, de grootste bijdrage aan de groei van de economie komt van de consumptie door huishoudens. Dus laten we ons daar op focussen, ook bij de behandeling van het Belastingplan. Want we moeten nu niet op de lauweren gaan rusten, maar doorpakken.

Ik citeer: ““Een stelselherziening zonder lastenverlichting is niet haalbaar, maar een lastenverlichting zonder een bijbehorende stelselherziening is een gemiste kans”. Dit is een citaat van het kabinet bij de presentatie van plannen in de Kamerbrief uit ‘Keuzes voor een beter belastingstelsel’. Daarin werden fiscale hervormingen en lastenverlichting aan elkaar gekoppeld.

Behartigenswaardige woorden. Maar de praktijk is anders. Vorig jaar was er 5 miljard lastenverlichting in de aanbieding. Deze keer 1,1 miljard. Beide keren: wel lastenverlichting, geen stelselherziening: gemiste kans, volgens de eigen bewoordingen van het kabinet. Leuk voor nu, niet voor de toekomst.

Mevrouw de voorzitter, die stelselherziening is heel hard nodig. Nu deze kabinetsperiode aan het einde is, en er al volop ingezet wordt op de komende verkiezingen, is dat een relevant punt om aan de orde te stellen.

Want hoe je het ook wendt of keert: er zijn grote verschillen in belastingdruk. Dat komt naar de mening van mijn fractie vooral omdat de inzet van het Kabinet niet is om iedereen op eenzelfde manier te behandelen, maar om bepaalde gedragingen van mensen te stimuleren. Dat noemen we prikkels. Maar prikkelen van de een leidt tot remmen voor de ander. Dat leidt allemaal tot rare verhoudingen, en tot tegendraadse uitwerkingen:

Ik noem er zo maar een paar:

  • Door het afbouwen van de overdraagbare algemene heffingskorting worden mensen geprikkeld om betaalde arbeid te gaan verrichten. Dat heeft gevolgen voor de zorg voor kinderen en voor het bieden van mantelzorg. Maar ja, de individuele benadering vraagt om zelfstandige economische eenheden.
  • Echter, in de huursector draaien we de redenering weer om. Als je als huurder 35.000 euro verdient, dan gaat je huur met 1,5 % omhoog. Maar als je oudste zoon flexwerker wordt en iets meer dan 4.000 euro per jaar verdient, dan geldt het gezinsinkomen van 39.000 euro. En dan gaat de huur met 4% omhoog. Dan gaat het ineens weer om draagkracht van het gezin.

Zo haal je de prikkel tot werken weg: wat vindt de staatsecretaris van deze situatie? Moet die zoon dan maar niet gaan werken?
Hoe dan ook: dit zijn tegendraadse prikkels.

Nog zo’n interessante tegenstelling:

  • De IACK prikkelt om meer te gaan verdienen, want daardoor loopt het bedrag van de korting op. Opnieuw, dat is goed voor het individualisme, voor de economische zelfstandigheid van iedereen. Prikkelen dus!
  • Maar daartegenover staat weer het geval waar ik tijdens de APB en de AFB al over heb gesproken: als je 22.000 euro verdient, dat is ongeveer het minimum loon voor 22-jarige, en je weet je inkomen op te krikken naar 32.000 euro, dan houd je van die 10.000 bruto maar 355 euro over, dus 1 euro per dag. Weg prikkels!

Hoe komt dit toch?

Nou, in feite is het antwoord heel eenvoudig: door te schuiven met toeslagen en inhoudingen, en door die in te zetten als prikkels, is er een belastinggedrocht ontwikkeld. En wel omdat er met elke maatregel een specifieke groep in de klem komt. Vervolgens wordt een oplossing bedacht, maar het enige effect is dat er dan op een andere plaats een knelpunt ontstaat.

In het laatste voorbeeld hebben de maatregelen er toe geleid dat de armoedeval is weggeregeld bij mensen die de arbeidsmarkt gingen betreden. Als je niets verdiende, en een klein baantje aannam, dan kwam je in de armoedeval terecht. Dus is er iets bedacht waardoor de marginale druk op een andere plek kwam te liggen, en wel precies bij degenen die het al heel moeilijk hebben, namelijk zij die van een minimuminkomen moeten rondkomen.

  • Is dat het sociale beleid dat dit kabinet heeft bedoeld?
  • Is er nu werkelijk niets te bedenken waardoor die druk terecht komt bij de sterkere schouders?
  • Is de staatssecretaris het met de fractie van de SGP eens dat het systeem inmiddels gewoon oneerlijk is?

Wordt het niet hoog tijd om eens een echte vernieuwing in te zetten? Denk aan een leefvormneutraal stelsel. Enige jaren geleden is dat al ingebracht door een bijzondere combinatie in de Tweede Kamer, namelijk de heer Koolmees van D66 en de heer Dijkgraaf van de SGP. Juist als dergelijke combinaties te vormen zijn moet een kabinet toch toehappen?
Je zou ook kunnen denken aan het splitsingsstelsel, zoals in Duitsland wordt toegepast. Liefst in combinatie met een sociale vlaktaks. Dat biedt mogelijkheden om tot een eerlijker belastingdruk te komen.

Daarmee zou ook de schrijnende positie van eenverdieners worden aangepakt. Vorig jaar heb ik in een motie het kabinet opgeroepen om maatregelen te nemen om de substantiële verschillen in belastingdruk te verkleinen, omdat eenverdieners tot 5x meer belasting betaalden dan tweeverdieners.
En vandaag constateren we dat de belastingplannen tot nu toe leiden tot een zich steeds verdiepende kloof: in hetzelfde rekenvoorbeeld van vorig jaar gaat de eenverdiener straks 6x zoveel belasting betalen. Allemaal het gevolg van de stapeling van belastingen, toeslagen en inhoudingen.

  • Hoe beoordeelt de staatssecretaris dit?

Mevrouw de voorzitter, het is duidelijk, de huidige kabinetsperiode heeft geen soelaas geboden voor de eenverdiener. Intussen is wel het besef doorgedrongen dat er iets fundamenteel fout zit, overigens niet alleen bij de eenverdieners, maar ook de alleenstaanden en de tweeverdieners. Ik verwijs naar het reeds genoemde probleem van de 10.000 euro bruto die netto slechts 355 euro oplevert. Dat leidde tot brede steun van mijn motie bij de APB.

Het doet me deugd dat het Kabinet, dat de motie ontraadde, desondanks deze keer wel aan de slag is gegaan. Er komt een onderzoek door SZW en tijdens de AFB heeft de staatssecretaris toegezegd dat er voor de behandeling van het Belastingplan een brief zou zijn, met de onderzoeksvraag, de opzet en de beleidsopties.

Deze brief hebben we inmiddels ontvangen. Dank daarvoor!
Ik heb er nog enkele vragen bij:

  1. Bij de onderzoeksopzet: Er is een heldere opsomming van de aspecten die bij de belastingen een rol spelen. Daarnaast worden ook andere inkomensafhankelijke regelingen meegenomen, zoals de aanvullende studiebeurs en de eigen bijdrage WMO/WLZ. Heel goed dat deze nu ook in kaart gebracht worden. Is de staatssecretaris het eens met de fractie van de SGP dat juist dergelijke inkomensafhankelijke regelingen forse impact kunnen hebben op de marginale druk?
  2. Bij de onderzoeksvragen: In de onderzoeksopzet wordt ook de IACK genoemd, maar in de onderzoeksvragen kom ik de IACK niet tegen. Is dat wel onderdeel van het onderzoek?
  3. Ten aanzien van de beleidsopties: Uitgangspunt is budgetneutraliteit. Hoe wordt nu voorkomen dat in de beleidsopties verschuiving alleen maar zorgt voor verplaatsing van het probleem?
  4. Het streven is het onderzoek voor 15 maart aan beide Kamers aan te kunnen bieden. Er ligt al een toezegging van de staatssecretaris dat het onderzoek er dan moet zijn. Wil de minister die toezegging bevestigen?

Mevrouw de voorzitter, er is nog een ander onderwerp dat ik graag wil aanstippen.

Vorig jaar is uitvoerig gediscussieerd over de fictieve rendementsheffing. Iedereen weet dat kleine spaarders geen hoog rentepercentage krijgen voor hun spaarcentjes. De 4% die gehanteerd wordt is absurd, zeker voor spaarders die niet willen beleggen. De aanpassing voor een lager rendement onder de 100.000 en een verhoging boven de 100.000 lijkt aardig, maar is toch ook niet reëel. Mijn fractie ziet uit naar een reële rendementsheffing.

  • Hoe kijkt de staatssecretaris daar tegenaan?

Ik zie uit naar de beantwoording door de staatssecretaris.