HomeActueelGeen gerommel in de Grondwet!

Geen gerommel in de Grondwet!

Publicatiedatum: 20 feb. 2018 | Eerste Kamer

Lees hier de bijdrage van Peter Schalk, de fractievoorzitter van de SGP in de Eerste Kamer, over het opnemen van een algemene bepaling in de Grondwet:

Ik ben blij dat de Commissie BiZa, onder de bezielende leiding van de heer Engels, heeft besloten dat er twee afzonderlijke debatten nodig waren over toevoegingen aan de Grondwet. Vorige week spraken we over het recht op een eerlijk proces. In dat debat heb ik aangegeven hoe de SGP kijkt naar wijzigingen van de Grondwet, namelijk: ‘Er iets uithalen zou alleen moeten gebeuren als dat weloverwogen is, en als duidelijk is wat de gevolgen zijn. Iets er in stoppen moet zorgvuldig en alleen als het echt nodig is’.

Ook de minister gaf een paar belangwekkende argumenten voor wijziging in de Grondwet:

  • Dringende maatschappelijke behoefte en meerwaarde
  • Voldoende constitutionele rijpheid

In dat licht was mijn fractie positief over het toevoegen van het recht op een eerlijk proces, omdat het ging om een toevoeging die concreet en toepasbaar was: recht en gerechtigheid doen, privaat en publiek! Vandaag spreken we alweer over een toevoeging, maar nu niet over een concreet recht, maar over een algemene bepaling waarvan mijn fractie zich in gemoede afvraagt wat het toevoegt, namelijk: De Grondwet waarborgt de grondrechten en de democratische rechtsstaat.

Ik haal beide elementen even uit elkaar. Allereerst, de Grondwet waarborgt de grondrechten. Waarom moet dat in de grondwet gezet worden, zo vraag ik aan de minister? Immers, een Grondwet veronderstelt toch al dat er regels en grondrechten zijn? Waarom zou je dat nog moeten benoemen?

In de wet staan toch ook plichten. Zou je dan ook niet moeten zeggen dat de Grondwet de plichten waarborgt? En, als er een algemene bepaling in de grondwet komt, moeten we dan in het Burgerlijk wetboek ook een algemeen bepaling zetten, met als tekst: Het burgerlijk wetboek waarborgt de burgerrechten. Kortom, de eerste frase lijkt me een typische dooddoener. We moeten het onze Grondwet niet aandoen er iets in te stoppen dat er niet in hoort, niets toevoegt en vooral verwarrend werkt. Graag een reactie van de minister.

Vervolgens zou de Grondwet de democratische rechtstaat waarborgen. Laat ik beginnen te zeggen dat het een groot goed is dat we in een rechtsstaat leven. Er zijn voorbeelden te over van landen waar de rechtsstaat ver te zoeken is, met alle gevolgen van dien, met name voor religieuze minderheden. In een rechtsstaat regeert het recht (rule of law) over de overheid en over de wetgever en het wetgevingsproces. In veel rechtsstaten wordt de volksvertegenwoordiging, tevens de medewetgever, samengesteld als gevolg van vrije verkiezingen. En de rechtsstaat heeft een onafhankelijke rechter. Al deze belangrijke zaken, democratische rechten, worden al in de Grondwet geregeld.

In dit wetsvoorstel wordt in feite, in tegenstelling tot het recht op een eerlijk proces, een abstract concept geïntroduceerd waarover veel onduidelijkheid bestaat. Er zijn immers verschillende legitieme uitwerkingen van het concept democratische rechtsstaat mogelijk.
Hoe dan ook, de Algemene bepaling geeft aan dat de Grondwet de democratische rechtsstaat moet waarborgen.

  • Kan de minister mij uitleggen hoe dat in de praktijk uitwerkt?
  • En wat dit voor toegevoegde waarde heeft, anders dan dat er een enorme discussie kan ontstaan over wat bedoeld wordt?

Laat ik een concreet voorbeeld noemen: In het donordebat van vorige week is het grondrecht van de onaantastbaarheid van het lichaam ‘uitgekleed’. Had dat bijvoorbeeld op basis van deze algemene bepaling voorkomen kunnen worden?

Daar komt nog iets bij. Hoe kan de Grondwet iets waarborgen? Ik kan me nog voorstellen dat je zou stellen dat de Grondwet de grondrechten bevat of dat de Grondwet de democratische rechtsstaat regelt. Maar wetten, dus ook de Grondwet, waarborgen niets, maar ze regelen, ze geven rechten en benoemen plichten. Waarborging, handhaving en nakoming van die wetten en verplichtingen, dat is een volgende stap.

  • Hoe kijkt de minister hier tegenaan? Klopt de terminologie wel?

En voorts, het kabinet focust op meerwaarde en constitutionele rijpheid. Vorige week stelde ik de vraag wanneer er sprake is van constitutionele rijpheid. De minister vond dat een lastige vraag. Ze tastte naar een antwoord en ik citeer: “een maatschappelijk debat dat zich langzaam maar zeker vertaalt in een wens of initiatief voor zo’n grondwetswijziging.” De minister noemde het een lastig vraagstuk en ze verwees naar ons gezamenlijk beoordelingsvermogen om het zeker te weten.
MdV, het minste dat ik dan zou verwachten is een stevige en doordachte tekst. Welnu, de tekst die door het kabinet is bedacht werd onmiddellijk onderuit gehaald en ingewisseld voor wat er nu voor ligt.

  • Vindt de minister dit dan wel voldoen aan het criterium van constitutionele rijpheid?

In deze Algemene bepaling staan dus twee elementen: de grondrechten en de democratische rechtsstaat. Mijn voorganger, de heer Holdijk, benadrukte dat de hoofdkenmerken van onze rechtsstaat, zoals de constitutionele monarchie en de parlementaire democratie, al uit een gecombineerd aantal grondwettelijke bepalingen worden afgeleid. Bovendien waarschuwde hij nadrukkelijk voor een Algemene bepaling als een soort eersterangsbepaling, die aan de overige tweederangsbepalingen vooraf gaat. En ook als je het niet wilt zien als een eersterangsbepaling, dan blijft het toch een interpretatiekader voor de rest van de Grondwet. Neem als voorbeeld de al genoemde constitutionele monarchie, dat toch ook een wezenskenmerk is van onze rechtsstaat.

  • Waarom zou in de Algemene bepaling niet gerefereerd moeten worden aan de constitutionele monarchie? Is die niet van waarde? Of is die van lagere orde?
  • Sterker nog: kan straks met een beroep op de democratische rechtsstaat een inbreuk gemaakt worden op de grondwettelijke bepalingen over de monarchie?

Vanaf het prille begin van deze discussie heeft de fractie van de SGP zich een voorstander getoond voor een preambule. Dat zou veel meer recht doen aan de intenties om duidelijk te maken wat de Grondwet is en hoe deze functioneert in onze rechtsstaat. Bovendien zouden in een preambule kernbegrippen kunnen worden opgenomen, zoals ‘menselijke waardigheid’, ‘recht op leven’, ‘machtenscheiding’ en ‘onafhankelijkheid van de rechterlijke macht’.

Gelukkig is dit nog maar een eerste lezing. Er is nog veel om over na te denken en te discussiëren. Ik zie dan ook uit naar de reactie van de minister.