HomeActueelInburgeren vraagt om wederkerigheid

Inburgeren vraagt om wederkerigheid

Publicatiedatum: 14 jun. 2017 | Eerste Kamer

Lees hier de volledige bijdrage van SGP-senator Peter Schalk tijdens het debat van dinsdag 13 juni 2017 over de inburgering van nieuwkomers:

Elke zondagmorgen worden bij ons in de kerkdienst de Tien Geboden voorgelezen. Het is frappant dat daarin de vreemdeling genoemd wordt. Ik citeer: "Gedenkt den sabbatdag, dat gij dien heiligt. Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; Maar de zevende dag is de sabbat des HEEREN uws Gods; dan zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw vee, noch uw vreemdeling, die in uw poorten is; ..." (Exodus 20 en Deuteronomium 4).

Wat mij opvalt is een soort wederkerigheid: de vreemdeling wordt geacht te leven naar de regels die voor het volk gelden, maar de inwoners hebben er zorg voor te dragen. Mooie wisselwerking. En belangwekkend voor onze houding ten opzichte van vreemdelingen in ons land en voor de visie van mijn fractie op het voorliggende wetsvoorstel, de Participatieverklaring bij het inburgeringsexamen.

Vandaag gaat het niet over wie er allemaal wel of niet in Nederland worden toegelaten. Dit wetsvoorstel regelt de invoering van het volgen van een participatieverklaringstraject voor inburgeringsplichtige vreemdelingen. Dus voor hen van wie het reeds duidelijk is dat ze in Nederland mogen blijven.

Maar voor hen geldt wel een integratieproces, waar ze aan deel moeten nemen. Als een vreemdeling gekozen heeft om zich in Nederland te vestigen, en toegelaten is, dan mag ook verwacht worden dat hij of zij een positieve houding aanneemt om deel te nemen en bij te dragen aan onze samenleving. Zij zullen zo moeten integreren dat ze in de toekomst ook op eigen benen kunnen staan.
Dat betekent wat mij betreft niet dat ze elke gewoonte van de Nederlanders hoeven over te nemen. Zeker de slechte gewoontes mogen best achterwege blijven. Maar ze zullen zich, net als de autochtone burgers van Nederland, moeten houden aan de wetten en regels van ons land.

Integratie wordt bevorderd wanneer nieuwkomers weten waar zij aan toe zijn en wat zij in het land van aankomst kunnen verwachten. Het scheppen van helderheid begint al in de inburgering. De Nederlandse identiteit en traditie moeten bijvoorbeeld helder aangegeven worden. Ik denk daarbij vooral aan de goede waarden en normen, die terug te voeren zijn op de christelijke tradities van ons land.

Deze wet heeft in de Tweede Kamer via een amendement van Dijkgraaf en Heerma aan kracht gewonnen door een heldere formulering in artikel 7a, lid 4, ik citeer:
Het participatieverklaringstraject wordt afgesloten met het afleggen van een participatieverklaring. Deze verklaring bevat de volgende slotformule: Ik verklaar dat ik kennis heb genomen van de waarden en spelregels van de Nederlandse samenleving en dat ik deze respecteer. Ik verklaar dat ik actief een bijdrage wil leveren aan de Nederlandse samenleving en reken erop dat ik daarvoor ook de ruimte krijg van mijn medeburgers.

Een paar vragen aan de minister:
• Hoe verhoudt zich dit met artikel 8 lid 2, waar staat: Bij ministerièˆle regeling wordt de tekst van de participatieverklaring vastgesteld? Het valt immers op dat in artikel 7 gesproken wordt van de “slotformule”.
• Mag mijn fractie daaruit concluderen dat er een formulering vooraf kan gaan, die in een ministeriële regeling wordt vastgelegd? Kan de regering bevestigen dat het niet de bedoeling is dat gemeenten een eigen tekst voor de participatieverklaring gaan hanteren?

Vervolgens is het wel van belang om te bezien hoe dit uitwerkt.
• Wat zijn de gevolgen voor de ondertekende participatieverklaring als een vreemdeling in het vervolgtraject vastloopt?
• Kan de ondertekening ongedaan gemaakt worden, of kan de participatieverklaring nietig verklaard worden door een gemeente als een vreemdeling zich misdraagt, of als hij zijn verplichtingen niet nakomt?
• Is het dan mogelijk om vervolgens opnieuw het traject in te gaan?

Tot slot: Is de minister bereid om het effect van deze wet te evalueren in die zin dat er een getrouw beeld komt van het aantal participatieverklaringen dat wordt ondertekend, en tevens een terugkoppeling van sancties bij niet voldoen aan de participatieverklaring?

Ik zie uit naar de reactie van de minister.