HomeActueelJe kunt niet 'een beetje gewetensbezwaard' zijn

Je kunt niet 'een beetje gewetensbezwaard' zijn

Publicatiedatum: 20 mei 2019 | Eerste Kamer

Lees hieronder de bijdrage van SGP-senator Peter Schalk tijdens de behandeling van de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) in de Eerste Kamer.

Vandaag bespreken we een wet die ingrijpende veranderingen op de arbeidsmarkt beoogt, terwijl eerder genomen maatregelen, met name van de Wet werk en zekerheid nog niet zijn geëvalueerd. Blijkbaar constateert de minister knelpunten die zo evident zijn dat het wachten op een evaluatie alleen maar schadelijk is, en komt hij met de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB). Om zicht te krijgen op nut en noodzaak daarvan is een vergelijking tussen beide wetsvoorstellen op zijn plaats.

Drie belangrijke doelen van de Wwz waren:

  1. meer zekerheid te creëren voor flexwerkers,
  2. het ontslagrecht eenduidiger, eenvoudiger en goedkoper te maken,
  3. en de WW activerender te maken.

Blijkbaar zijn die doelen onvoldoende bereikt. Nu komt de minister met de WAB, met als hoogste doel om de kosten- en riscioverschillen tussen contractverlenging te verminderen. Daarmee wil de regering bereiken dat flexwerkers niet meer uit angst worden aangenomen, maar vanuit de aard van de arbeid. De kernvraag is natuurlijk of de WAB wel het gewenste effect zal sorteren. Die vraag klemt te meer daar de RvS heeft gewaarschuwd voor de het zogenoemde Waterbedeffect, oftewel, door het oplossen van het ene probleem zal het de spanningen elders op de arbeidsmarkt vergroten.

In reactie daarop stelt de minister dat de balans niet alleen door dit wetsvoorstel zal worden bereikt, maar dat hij deze wet meer ziet als eerste aanzet in een reeks van drie maatregelen.

Ten eerste de WAB, waarin het verschil in bescherming tussen flexibele en vaste arbeidsovereenkomsten verkleind. Ten tweede wordt de positie van zelfstandigen op de arbeidsmarkt, de verplichtingen van werkgevers in verband met arbeidsongeschiktheid en ziekte, en leven lang ontwikkelen aangepakt. Ten derde komt er een advies over de fundamentele vragen over de toekomst van de regulering van werk die op de langere termijn spelen.

Op zich zijn dit drie stappen die allemaal van belang kunnen zijn. Echter, voor mijn partij is nog niet zomaar duidelijk waarom deze 3 plannen zo in elkaar zouden grijpen dat er wel een betere balans op de arbeidsmarkt zou ontstaan. De RvS waarschuwt dat er weliswaar risico’s worden weggenomen of bestreden, maar dat dit niet automatisch de arbeidsmarktzaak in balans brengt. Bovendien, voorlopig ligt er alleen een wet voor het eerste punt, terwijl de regering nog druk bezig is met de twee andere maatregelen. In de Nadere Memorie van Antwoord geeft de regering zelfs aan om voor het bredere pakket te kiezen door een pragmatische aanpak langs vijf separate maar samenhangende routes, om zo stappen te kunnen zetten en draagvlak te vergroten.

  • Kan de minister duidelijk uiteenzetten wat de samenhang is die gezamenlijk leidt tot een betere balans op de arbeidsmarkt?
  • Wat als regering daar niet in slaagt? Dat is niet ondenkbaar, als je kijkt naar bijvoorbeeld het klappen van het pensioenakkoord.
  • Wat brengt de WAB ons dan aan meerwaarde als de beide andere doelen niet of niet geheel behaald worden?

De SGP-fractie maakt zich ook zorgen mensen met een zwakke arbeidsmarktpositie. Het gaat over de zogenoemde insiders met een vast dienstverband en een stevige bescherming. Outsiders hebben geringe bescherming en weinig zekerheid. Voor werkgevers die te maken hebben met ontwikkelingen als technologisering en globalisering wordt het niet zomaar een stabiele marktpositie. Logisch dat werkgevers keuzes maken op basis van risico’s en kosten, en dus aankoersen op flex, juist en vooral voor de mensen met een zwakker arbeidsmarktpositie. Maar dat is wel de meest kwetsbare groep. Zij hebben te maken met een steeds breder probleem: te beginnen bij de arbeidsmarkt. Dat heeft echter ook gevolgen voor hun algemene welzijn, voor hun toekomstperspectief, voor hun positie op de woningmarkt. Oftewel, mensen met een zwakkere arbeidsmarktpositie komen in een soort van vicieuze cirkel terecht.

  • Hoe kan dat worden doorbroken? Gebeurt dat in voldoende mate door dit wetsvoorstel?

Een ander punt van zorg van de fractie van de SGP is de open ontslaggrond, met name door het invoeren van de cumulatiegrond. Opnieuw eerst even terug naar de Wet werk en zekerheid. In het sociaal akkoord dat heeft geleid tot de Wwz werden in het kader van een nieuw ontslagrecht twee belangrijke afspraken gemaakt. Enerzijds werd ontslagvergoeding, de transitievergoeding, vastgelegd en werd de hoogte daarvan in de wet ook aanzienlijk beperkt ten opzichte van de tot dan toe gangbare kantonrechtersformule. Anderzijds werden de ontslaggronden limitatief in de wet genoemd, waarbij een rechtsgeldig ontslag voortaan alleen zou kunnen plaatsvinden indien volledig aan één van de in de wet genoemde gronden voldaan zou zijn. Deze afspraken zorgden voor een zeker evenwicht: enerzijds ging de ontslagvergoeding omlaag, anderzijds werd de ontslagtoets strikter.

De WAB komt eigenlijk met een halve tegenbeweging. Door het invoeren van een open ontslaggrond, onder de naam cumulatiegrond, wordt het combineren van diverse ontslaggronden weer mogelijk. Kantonrechters moeten straks gaan bepalen of de cumulatie, de stapeling, van ontslaggronden een eventueel ontslag rechtvaardigen. Voor werknemers is dat dus een verslechtering, voor werkgevers kan het duurder uitpakken.

  • Waar is de balans?
  • Wordt door het invoeren van de cumulatiegrond voor ontslag het evenwicht juist niet verstoord?

Het zou van wijsheid getuigen als er eerst grondig onderzoek zou zijn gedaan naar het effect van het invoeren van een extra ontslaggrond. Nu bestaat het risico dat deze extra ontslaggrond een vluchtroute wordt om een ontslag weer “gemakkelijk” te kunnen bewerkstelligen. Dat staat op gespannen voet met een zorgvuldig personeelsbeleid en zorgt ook voor een onbalans in het ontslagrecht.
Bovendien is de cumulatiegrond niet gelimiteerd. Het is duidelijk dat dit een eindeloos gedoe kan opleveren. Een stapeling van gronden, die allemaal op zichzelf geen grond voor ontslag zouden zijn, kan nu gevoeglijk eenzijdig worden uitgenut om ontslag af te dwingen.

  • Zijn er grenzen aan de cumulatie te stellen? Is de minister bereid om paal en perk te stellen aan de cumulatie, bijvoorbeeld door een maximum van aan te voeren gronden vast te stellen?
  • Als de minister aangeeft dat het noemen van een maximum niet past in de wet, dan is het extra van belang om te voorkomen dat er een soort grabbelton van ontslaggronden ontstaat om tot 100% op te tellen.
  • Is het mogelijk om aan te geven dat er bij het gebruik van de cumulatiegrond samenhang tussen de diverse gronden aangetoond moet worden?

Immers, door een maximum te stellen komt er een nieuwe balans: dan zal de werkgever een keuze moeten maken van de gronden die echt van belang zijn. En door samenhang te eisen wordt de werknemer niet gedwongen zich op een veelheid van kleine punten te moeten verdedigen. Bovendien wordt de kantonrechter niet meegesleept in een veelheid van misschien wel gezochte gronden om een ontslagaanvraag te onderbouwen.

Er zit me nog iets anders dwars bij de cumulatiegrond. Daar kan namelijk ook de 6e ontslaggrond bij worden gebruikt, namelijk de werkweigering bij gewetensbezwaar. Dat wordt wel heel ingewikkeld, omdat de gewetensbezwaarde via de wet beschermd is, in die zin dat iemand niet mag worden ontslagen als hij gewetensbezwaar heeft zolang de werkgever niet kan aantonen dat hij het werk niet anders heeft kunnen (doen) uitvoeren.

Door de cumulatiegrond kan elke ontslaggrond in verkleinde vorm gelden. Dat kan er toe leiden dat een werkgever het een beetje lastig vindt om de bedongen werkzaamheden anders te (doen) uitvoeren. Dat doet geen recht aan de positie van een gewetensbezwaarde en aan de bedoeling van de wetgever.

  • Is de minister het met me eens dat gewetensbezwaar niet gedeeltelijk kan zijn? En tevens dat een werkgever niet gedeeltelijk aannemelijk kan maken dat de arbeid in aangepaste vorm kon worden verricht?
  • Kan de minister bevestigen dat in geval van een beroep op gewetensbezwaar binnen de cumulatiegrond het ontslag van de gewetensbezwaarde werknemer niet gemakkelijker wordt gemaakt, waardoor de rechtspositie van de gewetensbezwaarde niet wordt verzwakt en uitgehold?
  • Hoe kan de minister bevorderen dat de rechter terughoudend zal omgaan met het betrekken van gewetensbezwaar bij de cumulatiegrond?

In de Tweede Kamer zijn diverse onderdelen van de wet verbeterd. Dat was winst. Ik hoop dat de minister de verschillende zorgpunten die ik benoemd heb kan wegnemen.

Ik dank u!