HomeActueel'Kind het beste af met natuurlijke vader en moeder!'

'Kind het beste af met natuurlijke vader en moeder!'

Publicatiedatum: 19 nov. 2019 | Tweede Kamer

Kees van der Staaij in debat met andere Kamerleden over meerouderschap, zaaddonoren, draagmoeders en gezinnen met drie of nog meer ouders. Bij al deze wensen van ouders, komt het belang van het kind onder druk te staan.

 

Lees hieronder of via deze link het opinieartikel van de SGP dat op 14 november in Trouw is verschenen.

Bij draagmoederschap moet het belang van het kind het zwaarst wegen

Adoptie leert ons dat bij wetgeving over draagmoeders het kind voorop moet staan, aldus SGP-partijleider Kees van der Staaij - zelf adoptieouder - en Wenneke de Ruijter, stagiaire bij de SGP.

Kees van der Staaij en Wenneke de Ruijter

Het kabinet wil draagmoederschap wettelijk gaan regelen. Kenmerkend voor deze en andere plannen rond ‘herijkt ouderschap’ is dat de overheid actief meewerkt aan situaties waarbij kinderen niet opgroeien bij de genetische ouders. De onderliggende gedachte is het belang van kinderen te dienen. Maar is dit echt in hun belang?

Nieuw is het niet dat kinderen soms niet opgroeien bij hun natuurlijke ouders. Bij adoptie bijvoorbeeld is dit even­eens het geval. En net als bij adoptie gaat het bij draagmoederschap vaak om een internationaal verschijnsel.

Opvallend is dat het krijgen van kinderen via spermadonoren of draagmoederschap vaak positief begroet wordt. De schaduwkanten komen minder in beeld, terwijl we van interlandelijke adoptie inmiddels weten dat het niet allemaal rozengeur en maneschijn is. Steeds vaker worden de schaduwkanten van adoptie voor het voetlicht gebracht, wordt de vinger gelegd op kwetsbaarheden en risico’s.

Niet de ‘ontvangende ouders’ staan voorop
De eerste les die we kunnen leren van de adoptie-ervaringen is dat het moet gaan om een situatie waarbij het kind écht niet kan opgroeien bij de natuurlijke ouders. Voordat adoptie mogelijk is, moet er aan allerlei strenge voorwaarden voldaan zijn. Terecht! Niet de ‘ontvangende ouders’ staan wettelijk voorop, maar het kind voor wie een gezin wordt gezocht. Deze (wettelijke) norm om op te groeien bij de genetische ouders is steeds steviger in verdragen verankerd.

Hoe anders is het bij internationaal draagmoederschap: de wensen van de nieuwe ouders staan centraal. Opzettelijk wordt een situatie tot stand gebracht waarbij het kind niet opgroeit bij de natuurlijke ouders. De reactie zou kunnen zijn: als het kind welkom is en liefhebbende ouders krijgt, is dat toch prima? Maar dit is niet het hele verhaal. Van geadopteerden weten we inmiddels dat zij kunnen worstelen met vragen als: ‘Op wie lijk ik?’ en ‘Van wie ben ik er één?’ Deze vragen rijzen ook bij kinderen van spermadonoren of van buitenlandse draagmoeders. Hen wordt de mogelijkheid ontnomen om op te groeien bij degenen aan wie zij genetisch verwant zijn. Als de kinderwens van de nieuwe ouders de enige rechtvaardiging hiervoor is, is dat een wel erg magere argumentatie.

Afstammingsinformatie
Eén les lijkt op het eerste gezicht ­geleerd te zijn: er wordt veel aandacht besteed aan een recht op afstammingsinformatie en een goede registratie. Dat klinkt goed, maar hoe hard is dit te regelen? Juist als er buitenlandse donoren of draagmoeders in het spel zijn, gaat het gemakkelijk mis.

De vrijwilligheid van het afstand doen is een uiterst belangrijke voorwaarde voor interlandelijke adoptie. Als daaraan niet voldaan wordt, en geldelijk gewin de boventoon voert, is er sprake van afschuwelijke kinderhandel. Ondanks waarborgen is er ook bij draagmoederschap nog steeds het levensgrote probleem dat er een verdienmodel is. Niet zelden gaat het om vrouwen in kwetsbare posities.

Als de overheid willens en wetens meewerkt aan het laten opgroeien van kinderen bij niet-genetische ouders, schept dat grote verplichtingen. Bij interlandelijke adoptie was de wetgever zich dat bewust. Een voorlichtingscursus, gesprekken met de Raad voor de Kinderbescherming en andere eisen worden aan aankomende adoptie­ouders gesteld. Indringend wordt getoetst of de keuze weloverwogen is. Het kabinet geeft als advies dat van wensouders en draagmoeder wordt verlangd dat zij zich laten voorlichten en counselen. Als die waarborgen worden vergeleken met de procedures bij adoptie, dan zijn ze boterzacht.

Kortom: het is de moeite waard om de kabinetsvoornemens nog eens indringend te confronteren met de lessen van interlandelijke adoptie. En laat uiteindelijk het belang van het kind écht het zwaarst wegen!