HomeActueelNieuw systeem nodig voor passend onderwijs

Nieuw systeem nodig voor passend onderwijs

Publicatiedatum: 6 mrt. 2012 | Tweede Kamer

De SGP vindt dat het systeem van ondersteuning aan leerlingen op de schop moet omdat het huidige systeem te star is en verkeerde financiële prikkels kent. Uitstel is onverantwoord, ook als er geen bezuiniging zou zijn.

Plenair - Passend onderwijs
6 maart 2012
Elbert Dijkgraaf (SGP)

 

Bij de term zorgleerling vraag je je soms wel eens af of het nu vooral om zorg gaat of om een leerling. Dit wetsvoorstel wil de zaken weer recht zetten. Passend onderwijs verplaatst scholen van de zorgsector naar het onderwijs. Moesten scholen in het concept van dit wetsvoorstel nog zorg verlenen aan leerlingen, na invoering van het wetsvoorstel bieden scholen vooral ondersteuning. Dat is geen onderscheid voor taalkundige fijnproevers, maar een wereld van verschil. Afwijkingen van het gemiddelde moeten in het onderwijs niet direct geproblematiseerd worden als zorgvraag. Voor de SGP is dat een belangrijk gezichtspunt. Als deze cultuuromslag gemaakt kan worden is al veel gewonnen.
 
Volgens de schoolboekjes kan de overheid pas belangrijke plannen doorvoeren als daarvoor eerst een wet is aangenomen. Met het competentiegericht onderwijs nog vers in de herinnering weten we dat de realiteit er soms iets anders uitziet. Die onderwijsvernieuwing werd bij wet ingevoerd toen het in praktijk op veel plaatsen alweer afgeschaft was. Dat verdient niet echt de schoonheidsprijs. De SGP is daarom blij dat de wetgever er met de stelselwijziging van het passend onderwijs op tijd bij is. Het is belangrijk dat er zo snel mogelijk duidelijkheid geboden wordt over de invulling van passend onderwijs, zodat scholen echt aan de slag kunnen en moeten. Uiteraard is een tweede cruciale voorwaarde dat de invoering stapsgewijs gebeurd. Wat dat betreft moeten we de vinger goed aan de pols houden.

1. Vrijheid van onderwijs
Passend onderwijs raakt aan alle kanten de vrijheid van onderwijs: het gaat om de positie van ouders, leerlingen, scholen en leraren. De SGP vindt  het daarom mager dat de regering hier weinig aandacht aan besteedt. De Raad van State heeft namelijk kritische vragen.  In een antwoord van de regering kwam ik zelfs de merkwaardige zin tegen: “Samenwerkingsverbanden verzorgen geen onderwijs en in die zin is er dus geen relatie met artikel 23.” Dat gaat echt veel te kort door de bocht. De SGP nodigt de regering uit dit debat te gebruiken om dit gebrek te compenseren. Ik snijd een viertal punten aan:

A. Scholen hebben nu al de wettelijke verplichting leerlingen toe te laten die extra ondersteuning nodig hebben als dat redelijkerwijs mogelijk is. Het wetsvoorstel geeft echter op geen enkele wijze aan dat daar eigenlijk een zak geld bij hoort. Vindt de regering een verplichting zonder bijbehorend budget acceptabel? De SGP vindt dat de regering gelet op de vrijheid van onderwijs op zijn minst een richtingwijzer moet opnemen. De overheid kan zich niet van haar verantwoordelijkheid afmaken door enkel de hete aardappel naar een commissie door te schuiven. Daarnaast mag het referentiekader geen excuus zijn om wezenlijke zaken niet in de wet te regelen. Ik heb een amendement ingediend dat garandeert dat scholen hun profiel kunnen waarmaken tenzij dat een onevenredige belasting voor het samenwerkingsverband vormt.  Graag reactie.

B. Ondersteuning van leerlingen komt het beste uit de verf als scholen zelf hun profiel kiezen. De regering wil daarom terecht de basiszorg niet landelijk voorschrijven. Dat beperkt namelijk de bewegingsruimte voor scholen. De regering lijkt echter een beetje te gaan schipperen door onderwijsachterstanden en dyslexie te noemen.  De SGP ziet graag een consistente lijn: niet precies voorschrijven wat basiszorg is, maar laat deze zorg verplicht door het samenwerkingsverband omschrijven.  Graag reactie.

C. Om dubbel werk te voorkomen kan een samenwerkingsverband een centraal aanmeldpunt inrichten. Een postbus noemt de regering dat, prima. De SGP gaat er van uit dat systemen die niet alleen een postbus zijn, maar die ook een verdeelfunctie hebben niet tegen de zin van een school opgelegd kunnen worden. De vrijheid van ouders om de school van hun voorkeur te kunnen bereiken is hier ook in het geding. Graag een bevestiging van dit uitgangspunt.

D. Ouders moeten een school niet alleen kunnen kiezen, maar ook kunnen bereiken. Leerlingenvervoer mag daarbij geen belemmering zijn. Ik heb een amendement ingediend dat gemeenten verplicht zelf een afweging te maken over de inzet van ouders.  Ziet de regering dit belang?

2. Samenwerkingsverbanden nieuwe stijl
De SGP is kritisch over Haagse blauwdrukken voor een nieuwe regio-indeling. Het is een beter vertrekpunt om uit  te gaan van de bestaande verbanden en expertise. Kan de minister nog eens helder toelichten waarom het model van het wetsvoorstel niet tot bestuurlijke drukte leidt?  En waarom kan een dekkend aanbod niet op een kleinere schaal worden geregeld?  Specifiek probleem is dat sommige besturen in meer dan tien samenwerkingsverbanden met slechts één school zitten. Dat wordt erg lastig. Wat vindt de regering van mijn amendement om hiervoor een uitzondering te maken?

Leerlingen die kunnen leren en die leerplichtig zijn, verdienen een plek op school. De SGP hoopt dat het wetsvoorstel het probleem van thuiszitters zal verminderen. Is de tijdelijke plaatsing van een leerling echt een oplossing? Wat te doen als een school wel op tijd weet dat de leerling geweigerd moet worden, maar lange tijd niet geweigerd kan worden omdat geen andere school beschikbaar is. De leerling wordt tijdelijk geplaatst terwijl de school juist aangeeft dat de ondersteuning er niet is. Heeft de leerling hier baat bij? En is het niet de taak van het samenwerkingsverband om na weigering een passend plek te vinden? Graag een reactie.

Scholen voor cluster 2 worden verplicht omgevormd tot instellingen. Dat heeft volgens de regering een technische oorzaak. De SGP vraagt zich af waarom de landelijke organisatie niet gerealiseerd kan worden in een samenwerking tussen de bestaande scholen. Graag een toelichting waarom dit uitvoeringstechnisch echt niet zou kunnen. 

3. Eenvoud en flexibiliteit
Samenwerkingsverbanden moeten zo slank mogelijk zijn. Het risico van bureaucratie en stroperigheid  ligt overal op de loer. De ondersteuningsplanraad is een sprekend voorbeeld, alleen de naam al. Gaat zo’n medezeggenschapsraad werken als het samenwerkingsverband de hele provincie beslaat (Friesland) of wanneer het aantal betrokkenen verviervoudigt? Hebben deze mensen voldoende kennis en capaciteit? Medezeggenschap moet geen geloof worden, zeker niet als er effectievere alternatieven zijn. Ik heb een amendement ingediend waardoor de belangen van ouders en leraren in plaats van in een ondersteuningsplanraad in het toezicht verankerd zijn.  Graag reactie.

Wie bij de voorbereiding van het wetsvoorstel de stoet aan geschillenregelingen en commissies voorbij ziet trekken, ziet door de geschillenregelingen het geschil niet meer. Het is wellicht verstandig om de wirwar niet nog groter te maken. De SGP vindt logische en eenduidige keuzes belangrijk. Een concreet voorbeeld: als de Commissie gelijke behandeling op grond van de Wet gelijke behandeling een oordeel kan geven over geschillen inzake handicap en chronische ziekte, dan is het niet verstandig hiernaast weer een nieuw orgaan op te tuigen. Toetst de regering hierop?

Samenwerkingsverbanden hebben hun handen al vol om binnenshuis met alle deelnemers tot overeenstemming te komen. Allerlei extra verplichtingen zijn een risico voor de inhoud van passend onderwijs. De SGP wil die risico’s zoveel mogelijk beperken. Het overleg met de gemeente is zo’n risico, want daar kan een hoop tijd in gaan zitten. Gaat de minister in overleg met de VNG over een landelijk alternatief voor geschillen? Overigens: hoe verdedigt de regering de invloed van gemeenten op onderwijsvoorzieningen nu het grondwettelijke uitgangspunt is dat verticale delegatie alleen is toegestaan voor uitvoeringstechnische zaken?

Passend onderwijs moet ook ruimte maken voor flexibeler ondersteuning aan leerlingen. In de afstemming tussen regulier en speciaal onderwijs doen zich wat problemen voor. Ik noem twee zaken:

  1. Momenteel is er een regeling waarmee leerlingen uit het speciaal onderwijs regulier onderwijs kunnen volgen.  De Inspectie kiest zelf een maximumgrens, terwijl daar geen wettelijke basis voor is. De SGP heeft vaker aangegeven dat zulke situaties niet acceptabel zijn. Handhaving moet gebeuren op basis van heldere wettelijke regels. Gaat de minister hiermee aan de slag? De SGP vindt dat in deze regeling ook een versoepeling overwogen moet worden. 
  2. Gedeeltelijke plaatsing vanuit het regulier onderwijs in het speciaal onderwijs lijkt niet mogelijk. Gaat de minister die route ook mogelijk maken?

Bij de invoering van passend onderwijs is de rol van de Inspectie van cruciaal belang. Het is duidelijk dat het voor samenwerkingsverbanden een stevige kluif is het eerste ondersteuningsplan op tijd klaar te hebben. Houdt de Inspectie duidelijk rekening met de fase waarin de ontwikkeling van passend onderwijs zich bevindt? Het is duidelijk dat aan basale vereisten voldaan moet zijn, zoals een dekkend aanbod, maar in de uitwerking zal niet op elke slak zout gelegd moeten worden.

Financiën
De door de regering ingeboekte bezuinigingen maken de noodzaak van zorgvuldigheid bij de invoering van passend onderwijs nog sterker. Het is een stevige opgave. Desondanks is het niet verstandig de steun voor het wetsvoorstel alleen te laten afhangen van de bezuinigingen. De noodzakelijke hervorming kunnen we namelijk niet gemakkelijk voor ons uit schuiven. Budgettaire kaders kunnen daarentegen relatief eenvoudig gewijzigd worden.

De SGP is blij dat aan haar wens tot uitstel van de bezuinigingen is tegemoetgekomen. Anders waren we dit jaar al aan het bezuinigen geslagen. Dat uitstel is natuurlijk geen garantie voor succes. Het is noodzakelijk om goed te blijven volgen hoe de ontwikkeling van passend onderwijs verloopt. Er zullen eind 2012 en eind 2013 evaluaties plaats vinden door de evaluatiecommissie.  De SGP gaat ervan uit dat in de evaluatie eind 2013 ook zal worden bezien hoe de bezuiniging zich verhoudt tot de bestuurskracht die op dat moment in de samenwerkingsverbanden aanwezig is.

De SGP vindt het begrijpelijk dat naar eenduidigheid in de verdeling gezocht wordt, maar is nog niet helemaal overtuigd dat de rechtlijnige verevening echt de juiste lijn is. Vindt de regering het een realistische opgave voor sommige samenwerkingsverbanden dat zij alleen al door de verevening twee tot drie miljoen gekort worden, een kwart van het huidige budget? De SGP vindt het verstandig om in ieder geval het automatisme waarmee het wetsvoorstel verplicht in 2015 de verevening te starten eruit te halen.  Laten we de komende jaren goed gebruiken om nog eens zorgvuldig naar dit probleem te kijken.

Tot slot
Het huidige systeem biedt onvoldoende waarborgen om ondersteuning aan leerlingen binnen verantwoorde financiële kaders te regelen. Daarom zou het onverstandig zijn om een hervorming voor ons uit te schuiven. Het vorige kabinet heeft die uitdaging terecht opgepakt en de urgentie wordt nog steeds breed gevoeld. De structuur die het wetsvoorstel biedt, is volgens de SGP een stevig alternatief. Er komt meer ruimte voor flexibele oplossingen en prikkels voor ongewenst gedrag worden verwijderd. Dat laat onverlet dat de invoering van een nieuw systeem veel inspanning kost van scholen, leraren en ouders. De regering moet die werkelijkheid voldoende erkennen, bijvoorbeeld door naast deze stelselwijziging niet allerlei extra plannen en maatregelen aan scholen op te leggen. De SGP is benieuwd hoe de regering deze handschoen gaat oppakken.