HomeActueelOndanks mooie beloftes, asielbeleid nog steeds niet op orde

Ondanks mooie beloftes, asielbeleid nog steeds niet op orde

Publicatiedatum: 12 sep. 2018 | Tweede Kamer

Ondanks alle mooie beloftes en nieuwe wetgeving, blijkt het asielbeleid nog steeds niet op orde te zijn. SGP-Kamerlid Roelof Bisschop pleit voor verkorting van de procedures, toezicht op uitzetting en voor een goede procedure voor bekeerlingen. Lees hier zijn bijdrage aan het overleg in de Tweede Kamer.

"Op de drempel van een nieuw millennium waren de verwachtingen over het vreemdelingenbeleid hoog. De Vreemdelingenwet 2000 zou een nieuwe asielwereld gaan brengen. Vreemdelingen zouden snel duidelijkheid krijgen over hun toekomst en uitgeprocedeerden zouden meteen vertrekken. Het stapelen van procedures zou verleden tijd zijn. En in situaties waarin de regels onbillijk uitpakken zou in betrekkelijke anonimiteit gebruik gemaakt kunnen worden van de discretionaire bevoegdheid. Ik heb de afgelopen weken het idee gekregen dat er van dit visioen weinig over is. Ondanks eenduidige juridische uitspraken kunnen vreemdelingen hun verblijf zomaar tien jaar laten duren. Stapelen gebeurt niet alleen in het onderwijs, maar vooral ook nog lustig in de asielwereld. En in plaats van het besluit over individuele zaken verdwijnt de staatssecretaris in de anonimiteit, omdat hij moet onderduiken vanwege bedreigingen. De uitslag van het afgelopen weekend is voor de betrokkenen een opluchting, maar het vertrouwen in ons asielsysteem heeft opnieuw een flinke deuk gekregen.

Na de discussie over de asielzaak Mauro heeft de Kamer het verzoek van mijn collega Van der Staaij gesteund om in vreemdelingenrapportages te rapporteren over het aantal vreemdelingen dat langdurig in procedure verblijft. De bedoeling was dat we hierdoor meer controle zouden krijgen op dit probleem. Er zou gerichte actie moeten komen om deze groep zoveel mogelijk terug te dringen. Wat is hier precies mee gebeurd? Het staat in de rapportages, maar is daadwerkelijk extra inzet gekomen op de groep die langer dan vijf jaarillegaal in Nederland verblijft? Is er werkelijk voldoende urgentiebesef om tot kortere termijnen te komen?

De staatssecretaris stelt een commissie in die het stapelen van procedures moet gaan bestuderen. Over dit probleem is al veel bekend. Op voorhand lijkt duidelijk dat vooral de internationale regels oplossingen in de weg staan. Vindt de staatssecretaris ook dat het nu echt tijd wordt om eens serieus naar die regels te kijken? Valt dat ook onder de opdracht van de commissie?

De SGP heeft de afgelopen jaren regelmatig aandacht gevraagd voor het belang van goed toezicht op de terugkeer van uitgeprocedeerde vreemdelingen. De gebeurtenissen van vorige week roepen in dat licht de nodige vragen op. In de media viel te lezen dat voogdijinstelling Nidos verantwoordelijk zou zijn voor de uitzetting van minderjarigen. In dit geval werd ervoor gekozen om betrokkenen de dag voor het vertrek bij familie onder te brengen. Kennelijk valt het binnen de regels om buiten het bereik van overheidstoezicht onder te brengen. Mede daardoor kan onder meer het risico op onveilige situaties ontstaan. Vindt de staatssecretaris deze gang van wenselijk en logisch?
Nidos doet inmiddels zelf onderzoek. Kan de staatssecretaris aangeven of de inspectie jeugdzorg ook aanleiding ziet om onderzoek te doen? De SGP vindt de naïveteit van de vertrekregelingen uitermate onbevredigend. Beschouwt de staatssecretaris de onverkwikkelijke gebeurtenissen van de afgelopen dagen als een alarmbel om de EU met spoed tot realistische regels te manen?

De SGP is in beginsel positief over de brief van de staatssecretaris over de toetsing van bekeringen. Toch zien we nog belangrijke knelpunten, bijvoorbeeld als het gaat om de inbreng van deskundigen. Regelmatig blijkt dat de IND zichzelf als de belangrijkste deskundige beschouwt en dat aan deskundigen daarom weinig waarde wordt toegekend. Dat wringt met belangrijke jurisprudentie waarin gesteld wordt dat overheidsinstanties zelf niet als onafhankelijk gezien kunnen worden en dat de inbreng van deskundigen alleen met een gedegen inhoudelijke motivering terzijde kan worden geschoven. Wil de staatssecretaris eens nader uiteenzetten, wellicht schriftelijk, hoe het deskundigenbegrip uit het bestuursrecht in het vreemdelingenrecht toegepast gaat worden? We zien ook veel verschillen tussen de ambtenaren. Hoe zorgt hij ervoor dat we echt een eenduidig beleid krijgen?