HomeActueelSGP wil dag van nationale rouw bij grote rampen

SGP wil dag van nationale rouw bij grote rampen

Publicatiedatum: 10 okt. 2018 | Tweede Kamer

Tijdens de begrotingsbehandeling van het minsterie van Algemene Zaken, vroeg SGP-voorman Kees van der Staaij aan minister-president Rutte na te denken over de manier waarop Nederland omgaat met rampen. Lees hieronder de spreektekst van Van der Staaij.

"Regelmatig krijgt ook ons land te maken met schokkende gebeurtenissen die, zeker als er veel slachtoffers te betreuren zijn, een golf van verdriet veroorzaken onder de bevolking. Ik denk bijvoorbeeld aan de afschuwelijke ramp met vlucht MH-17, of aanslagen waarbij veel onschuldige burgers de dood vinden. Bij mijn fractie roept dit de vraag op: waarom hebben wij, in tegenstelling tot heel veel andere landen, waaronder naaste buren als België, Engeland en Frankrijk, geen dagen van nationale rouw?

Als ik goed geïnformeerd ben, hadden we die in het verleden wel, maar kwam daar een jaar of veertig terug een eind aan omdat sommige van de eraan verbonden maatregelen werden gezien als een aantasting van ieder individuele vrijheid. Ik vind dat een gemis.

Bij rampen en andere calamiteiten die mensen heel diep raken en heftige emoties oproepen, blijkt steeds weer en steeds meer dat mensen er behoefte aan hebben om uiting te geven aan hun gevoelens. Momenteel lijkt het er een beetje op dat iedereen zelf maar invulling moet geven aan het verwerken van zijn of haar emoties. Tegen die achtergrond zou er naar het oordeel van mijn fractie op z’n minst eens nagedacht kunnen worden om te kijken of hier wat meer structuur in aan te brengen is en of er toch niet ook nationaal vorm aan gegeven kan worden.

Ik verwees net naar dagen van nationale rouw die je in veel landen hebt en in Nederland in het verleden ook had. Mijn oproep aan de minister-president is om na te gaan hoe een en ander in andere landen is geregeld, en daaraan conclusies te verbinden voor Nederland. Zou hij dit aan de Kamer willen toezeggen en zijn bevindingen met de Kamer te delen.

Openstelling paleizen
Korte uitzonderingen van vreemde overheersing daargelaten, zal ons land binnenkort niet meer bestuurd worden vanaf het Binnenhof. In 2020 gaat het historische Binnenhof op slot. De bedoeling is voor zo’n vijf en een half jaar, met de nadruk op het woord bedoeling. U weet het, we gaan verbouwen, en dat betekent dat we breken met een eeuwenlange traditie. Voor de binnenstad van Den Haag is de ontruiming van het Binnenhof voor meer dan vijf jaar natuurlijk een enorme klap. Tegen die achtergrond zou het naar mijn smaak goed zijn als er enige compensatie zou kunnen plaatsvinden voor het verlies van de bekendste toeristische attractie van de Hofstad. Nu wil het geval dat er de afgelopen jaren wat is geëxperimenteerd met een beperkte openstelling van enkele paleizen in de zomermaanden, paleis Noordeinde en Huis ten Bosch. Dat is enorm gewaardeerd, blijkens drommen mensen die zich meldden om eens achter de hekken van de paleizen te mogen kijken. Mijn vraag is: kan de minister-president bevorderen dat de openstelling van de paleizen in de toekomst wordt uitgebouwd? Ik denk trouwens ook aan andere mogelijke publiekstrekkers in Den Haag, zoals de Koninklijke Stallen.

Europa
De Nederlandse minister-president is na acht jaren torentje een van de veteranen in Europa. In de stukken wordt gesteld dat 2019 een belangrijk jaar wordt voor de EU. Nu denk ik dat je dit voor ieder jaar wel kunt zeggen, maar dit keer valt de focus vooral op de aanstaande Brexit en de Europese verkiezingen volgend voorjaar. Verkiezingen zijn altijd belangrijk, en het vertrek van een land in de EU is zonder precedent, dus inderdaad erg belangrijk.

Twee dingen daarbij. Met gevoel voor understatement waar de Britten zelf ook goed in zijn, wordt gesteld dat er geen ‘eenduidig perspectief is op een stabiele toekomstige relatie’ tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk. Of er een ordentelijke uittreding plaats zal vinden, is overigens niet alleen een kwestie van de Britten, óók Europa draagt daarin een verantwoordelijkheid. Het gaat niet aan, zo zou ik willen zeggen, dat Groot-Brittannië nu door Brussel als een kwajongen wordt behandeld omdat een meerderheid van de bevolking ervoor gekozen heeft op eigen benen verder te gaan. Dat zou wel erg kortzichtig zijn en de verdere verhoudingen op de proef stellen. Laten we niet vergeten dat we na een Brexit, of die nu hard of zacht is, hard of zacht, elkaar nodig blijven hebben en dat er een nieuw evenwicht moet gaan ontstaan in de wederzijdse betrekkingen. Kan de minister-president ons zeggen dat hij zijn behendigheid en senioriteit gaat inzetten om te voorkomen dat er een gevoel gaat ontstaan van rancune en ‘het betaald zetten’ bij de Britten.

Al jaren wordt er gesproken over de hervormingsagenda van de Europese Unie. De SGP-fractie maakt zich daar zorgen over. Niet dat erover gesproken wordt, maar dat het zo vre-se-lijk lang duurt en de resultaten nou niet om over naar huis te schrijven zijn. U moet me maar niet euvel duiden dat ik er dan ook redelijk argwanend over ben. Als ik het over de hervormingsagenda heb, dan heb ik het over een Europa dat minder hooi op de Brusselse vork neemt en afslankt. Concreet: bestaande bevoegdheden teruglegt bij de lidstaten en minder nieuwe taken aantrekt.