HomeActueelSpreektekst Kees van der Staaij #APB2019

Spreektekst Kees van der Staaij #APB2019

Publicatiedatum: 27 sep. 2019 | Tweede Kamer

Bekijk of lees hier de spreektekst van SGP-voorman Kees van der Staaij, uitgesproken tijdens de algemene politieke beschouwingen 2019.

Mevrouw de voorzitter, laat ik maar gelijk met de deur in huis vallen: hou ze in de gaten, die diplomaten!

Afgelopen zomer heb ik wat navorsingen gedaan. Ik ben gestuit op een heel vervelende affaire. Ik zal man en paard noemen. Het gaat om de Russische ambassadeur hier in Den Haag, Dimitri Alekseevich Golitsyn. Deze man heeft jarenlang ongestoord zijn gang kunnen gaan. Mijn prangende vraag aan de regering is: wist u hiervan? En zo ja, waarom is er niet ingegrepen?

Russische kunsthonger
De Russische ambassadeur is nota bene betrokken bij het wegsluizen uit ons land van topstukken uit de Nederlandse schilderkunst. Meesterwerken uit de Gouden eeuw van Gerard Dou, Ruisdael, Rembrandt. Ze zijn allemaal in Sint Petersburg beland. En dat puur en alleen om de kunsthonger van tsarina Catharina de Grote te stillen. Zo komt het dat er vandaag de dag meer Rembrandts in de Hermitage in Sint Petersburg hangen dan in het Rijksmuseum in Amsterdam.

De historicus in de minister-president zal nu denken: "Maar wacht eens even, dat was vér voor mijn tijd." Dat klopt, het gebeurde in de achttiende eeuw. Maar daar komt de premier niet mee weg. Ik hoef hem niet uit te leggen dat hij staatsrechtelijk óók aanspreekbaar is op regeringsdaden uit het verleden, op het verkwanselen van nationaal erfgoed uit de Gouden Eeuw, en dát uitgerekend in de eeuw van de rede.

Rembrandt
Mevrouw de voorzitter, sta mij toe toe te lichten waarom het verlies van één specifiek schilderij mij persoonlijk het meest aan het hart gaat. Het gaat om een meesterwerk van Rembrandt, een enorm doek van meer dan 2 bij 2,5 meter. Het is één van zijn laatste werken. Kunsthistorici noemen het daarom ook wel Rembrandts ‘laatste woord’. Nog één keer komt in dit schilderij alles samen wat hij te zeggen had.

De barokke drukte uit veel van zijn eerdere schilderijen is verdwenen, de stijl is rustig en eenvoudig, heel intiem. We kijken een oude vader in het gezicht. Hij buigt zich liefdevol over zijn zoon die voor hem is neergeknield. De vader lijkt zijn zoon zachtjes naar zich toe te trekken. Als we inzoomen op de handen van de vader, zien we dat daar iets bijzonders mee aan de hand is: de ene hand ziet er stevig, krachtig uit, de andere hand oogt veel zachter, teer en kwetsbaar. De bovenmantel van de vader is warm rood. De zoon is kaal, zijn kleren lijken wel lompen. Een ontroerend tafereel. Daar lijkt de man rechts op het schilderij, misschien wel een oudere zoon van dezelfde vader anders over te denken. Die straalt iets nors, iets afstandelijks uit.

Inderdaad, ik heb het over Rembrandts ‘De terugkeer van de verloren zoon.’ Misschien zijn er die dit schilderij niet kennen. Voor hen is het vanaf nu te zien om mijn Twitteraccount, Facebook en Instagram. En omdat ik niet zeker weet of onze minister-president er met zijn Nokia bij kan komen, heb ik voor hem een speciale uitgave bij me. Ik zie de voorzitter nu licht jaloers kijken, laat ik nu voor haar ook een exemplaar hebben om haar te bedanken voor de manier waarop zij de vergadering voorzit.



Mevrouw de Voorzitter, dit wereldberoemde schilderij van Rembrandt is dus niet meer in Nederland. Maar wat we hier gelukkig nog wél hebben, zijn de Bijbelse woorden van dit verhaal waardoor Rembrandt zich liet inspireren. Deze gelijkenis, deze parabel, die Jezus eens vertelde is te vinden in Lukas 15.

De gelijkenis

Een vader had twee zoons.
De oudste was braaf en leefde netjes.
Hij bleef thuis, om zijn vader te helpen op het bedrijf.
De jongste zoon daarentegen eiste de erfenis op en trok de wijde wereld in.
Hij wilde weg en draaide zijn vader de rug toe.

Hoe lang die zoon precies weg is geweest is niet bekend. Maar het moet een lange tijd zijn geweest. Want er staat dat hij naar een ver land reisde. Er staat ook dat het vele geld dat hij had meegekregen op zekere dag op was. Je zou kunnen zeggen: hij belandde in de goot. Uiteindelijk vond hij een baantje als varkenshoeder, in die tijd het laagste van het laagste. Hij had niets meer en wilde zijn honger stillen met de drab die voor de varkens bestemd was. Diep in die ellende komt hij tot inkeer en besluit naar huis terug te keren...
Schuldbewust.
Smerig.
Berooid.

En dan volgt in het Bijbelverhaal die prachtige tekst (vers 20), waar staat dat toen hij nog veraf was zijn vader hem zag en met ontferming werd bewogen. Vader liep hem tegemoet, viel zijn zoon om zijn hals en kuste hem.

Geen boze blik, maar een liefdevol oog.
Geen afstandelijke hand, maar een warme omhelzing.
Niet één verwijt uit zijn mond, maar een kus…

Zijn vader is zó blij over de terugkeer van de verloren zoon, dat hij een groot feest geeft. De oudste zoon is daar boos over. Hij weigert naar het feest te komen. Voor zo’n wegloper die het geld van de vader er bij de hoeren doorheen jaagt, wordt het gemeste kalf geslacht, zo moppert hij. Terwijl er nooit een feest gehouden is voor hem, de brave oudste zoon, die zich altijd keurig heeft gedragen. Zijn vader blijft de oudste zoon vriendelijk, indringend nodigen ook in de feestvreugde te delen. Hoe het afloopt met de oudste zoon blijft open, maar aan het eind van het verhaal is juist hij in zekere zin de verloren zoon...

De onvoorwaardelijke liefde van de vader die uit deze gelijkenis spreekt, heeft de eeuwen door velen gefascineerd. Die genadige houding heeft de eeuwen door velen geïnspireerd. Niet alleen Rembrandt, maar ook talloze andere schilders, componisten, schrijvers en dichters. En óók bestuurders en politici.

Hedendaagse Kamerleden over 'de verloren zoon'

Ter voorbereiding op deze algemene beschouwingen heb ik me afgevraagd wat deze gelijkenis van de verloren zoon bij hedendaagse Kamerleden losmaakt. Daarom heb ik zes collega’s aangeklampt met de vraag: wat zegt jóu het verhaal over de verloren zoon?

Een liberale parlementariër uit een atheïstisch nest zei: “Voor mij betekent dit verhaal: geef de hoop nooit op! Zoon, vertrouw op de liefde van je vader! En vader, blijf openstaan voor je zoon.”
Een sociale liberaal die zich graag inzet voor de rechten van ongelovigen plaatste wel wat vraagtekens bij de oprechtheid van de bekering van de verloren zoon, maar voegde daar mild aan toe: “Als je iemand vergeeft, is dat zonder meer een viermoment.”
Een ander kamerlid, die de leeftijd van 50 al vele jaren geleden passeerde, reageerde met passie: “Terugkomen is hier het kernwoord. Je kan zó blij zijn met iets wat bij je hoorde en weer terugkomt.”
Een nu christelijk kamerlid die van huis uit niet vertrouwd was met Bijbelverhalen zei: “Weet je, dit verhaal zegt mij dat niemand te diep kan zakken, maar dat er altijd een mogelijkheid is weer op te krabbelen.”
Die notie hoorde ik ook terug bij een bedachtzame parlementariër uit een groeiende partij in het linkse deel van de Kamer: “Ik pleit er altijd voor: geef mensen na een misstap altijd een tweede kans, al begrijp ik best dat oudste zonen dat wel lastig vinden…”
Een socialistisch kamerlid begon ook over de oudste zoon. Ze zei: “De boosheid van de oudste zoon is eigenlijk ook best invoelbaar. Het is mooi dat de vader aan de beide zonen aandacht besteedt. Houdt ook oog voor de brave ontevreden oudste zoon,” was haar pleidooi! Allemaal prachtige noties!

De liefhebbende Vader
Wat mijzelf aanspreekt in dit verhaal is het tegendraadse. Het is niet het voorspelbare verhaal van een rebelse zoon en een brave zoon, met als moraal van het verhaal: wees ook een brave broeder. Sterker nog, eigenlijk draait het niet om de zonen. Dat zie je ook op het schilderij van Rembrandt. Het volle licht dat onze grootste schilder zo weergaloos kon vangen in zijn werken, valt op de liefhebbende vader. Voor mij staat deze gelijkenis symbool voor de onvoorstelbare liefde van de hemelse Vader voor zondige mensen, en dat door het volbrachte werk van Jezus Christus. Liefde voor mensen die God de rug hebben toegekeerd. En dan doet het er niet toe of die mensen nu conservatief of progressief zijn, of ze braaf naar de kerk gaan of daar juist niets van willen weten. Diep in ons hart zijn wij van huisuit allemaal van Hem vervreemd. Maar er is een weg terug. En bij thuiskomst leer je dan te leven van genade en vergeving. Dan is het pas echt feest en mag je, met vallen en opstaan, proberen zelf óók liefdevol en vergevingsgezind in het leven te staan. Dan wil je heel graag op die Vader lijken.

Christelijke noties
Ik besef: velen in ons land en in Europa zien christelijke noties als iets uit een ver verleden, zij zijn blij dat ze het huis van de vader achter zich hebben gelaten. VVD-kamerlid Herman Louwes, een nuchtere boer uit Groningen die jarenlang voor de VVD in de Tweede en Eerste Kamer zat, vroeg zich zo’n 70 jaar geleden bij de behandeling van de begroting Sociale Zaken af: veronderstelt ons systeem van sociale zekerheid niet een moraal die er vaak helemaal niet meer is. Louwes zei: “Hoevelen hebben geen herinnering aan de geborgenheid van de godsdienstige overtuiging en aan het fundament van een godsdienstig gezin? Dat zijn geen verloren zonen, maar zonen van de verloren zoon. Het zegt hen niets meer.” Tot zover Louwes.

En tóch! Ze zijn er ook nu: mensen op zoek, met een onbestemd verlangen. Op zoek naar een echt thuis.Ik denk aan die sympathieke twintiger. Nooit een voet in de kerk gezet. Hij doet alles waar hij zin in heeft. Hij gaat met een flinke dosis pilletjes van feest naar feest. Hij noemt zichzelf nogal ruimdenkend. Bordeelbezoek vindt hij “niets mis mee”. Als we wat langer doorpraten geeft hij aan: “Ik vind er niet de echte liefde waar ik als ik eerlijk ben zo naar verlang.” Een wekelijkse rustdag vindt hij betuttelend, maar hij voelt zich tegelijkertijd zó opgejaagd. Hij vindt het geweldig dat hij in dit land kan doen en laten wat hij wil. Niks is te gek. Hij heeft zelfs de vrijheid om een eind aan zijn leven te laten maken als hij er wel “klaar mee is”. Is al die vrijheid niet doorgeschoten?

Mevrouw de voorzitter, het is niet te geloven, maar laat ik nou even later ook zijn oudere broer ontmoeten. Dat gesprek viel me niet mee. Hij mopperde nogal op zijn jongste broer. Hij noemde hem losbandig en verkwistend. Ja, mijn broer is naar een verslavingskliniek gegaan en heeft bij de schuldhulpverlening aangeklopt. ’Ik ben daar niet blij mee’, zei hij, ’dit gaat gewone hardwerkende Nederlanders als ik weer veel geld kosten. Zijn schuld wordt kwijtgescholden, terwijl ik hard moet werken en steeds meer belasting moet betalen.”

Voorzitter, ik ben nu zo benieuwd wat het kabinet tegen zowel de jongste als de oudste zoon zou willen zeggen.

Doorgeschoten vrijheidsdenken
Herkent het kabinet ook de schadelijkheid van doorgeschoten vrijheid? Wat zijn nu de concrete stappen om normalisering van drugs tegen te gaan en verslaving aan te pakken? Wat mij opvalt is dat het kabinet met sneltreinvaart bezig is staatswiet mogelijk te maken, maar dat de aanpak van misstanden in de prostitutie in de laagste versnelling staat. Waarom duurt het zo lang voor de aangekondigde wetten komen en waarom wordt niet meer menskracht ingezet in de strijd tegen mensenhandel?

Doorgeschoten vrijheidsdenken heeft ook de bescherming van kwetsbaar leven aangetast. Dat geldt niet alleen voor de abortuswetgeving, maar ook internationaal blijft terechte kritiek komen tegen de euthanasiewetgeving. Wanneer gaat het kabinet die kritiek nu eens serieus nemen? Nog een heel ander punt, over doorgeschoten vrijheid gesproken: meer dan in de tijd van de gelijkenis is het tegenwoordig massaal mogelijk naar een vergelegen land te vliegen. Dat is prachtig, maar heeft ook een stevige schaduwkant in de daarmee gepaard gaande luchtvervuiling. Wanneer gaat de vervuiler daarvoor nu ook betalen?

Staatsschuld
De jongste zoon in de gelijkenis maakt zich schuldig aan potverteren, dat wil ik het Nederlandse kabinet niet direct verwijten. Al lange tijd groeit de Nederlandse economie. Dat is mooi, maar we moeten er ook rekening mee houden dat er weer magere jaren kunnen komen. Zijn we recessiebestendig? Dát is een belangrijke vraag, zeker nu de economische en politieke situatie in de wereld uiterst onzeker, en daarmee kwetsbaar is. Zou het niet een goed idee zijn om zoals in Zweden, een lagere norm voor aanvaardbare staatsschuld te hanteren om zo meer buffer te krijgen voor slechtere tijden? Graag hoor ik daarop de reactie van het kabinet.

Potverteren wordt in Europa helaas wél beloond. De Europese Centrale Bank houdt de rente kunstmatig laag en blijft miljarden van Noord- naar Zuid-Europa sluizen. Door die lage rente moeten ouderen, die jarenlang hebben gespaard, straks interen op hun pensioen. Hoe gaat het Nederlandse kabinet hiermee om?

Mevrouw de Voorzitter, we hebben in het land niet alleen met jongste zonen te maken, maar ook met oudste zonen, ontevreden burgers. Dit kabinet heeft beloofd vertrouwen te willen herstellen van ontevreden burgers. We zijn nu halverwege de rit. Hoe wordt dit waargemaakt?

Studenten en eenverdieners
Terechte punten verdienen het om opgepakt te worden. Die studieschuld van veel jongeren rijst de pan uit, vooral als je ouders niet heel rijk zijn en ook niet heel arm. Waarom schuift het kabinet dit probleem voor zich uit, terwijl duidelijk is dat het stelsel zo niet goed werkt? De SGP stelt voor alle studenten uit gezinnen met een middeninkomen een echte tegemoetkoming in de studiekosten te geven in de vorm van een studiebeurs, in plaats van hen met een lening op te zadelen. Zo help je heel direct de middeninkomens, niet in de laatste plaats de eenverdieners onder hen. Want hoewel de koopkracht voor eenverdieners gelukkig stijgt, gaan tweeverdieners er opnieuw méér op vooruit. Daarmee wordt de kloof tussen een- en tweeverdienersdus weer groter. Het blijft de SGP een doorn in het oog dat éénverdieners soms tot wel zes keer zoveel belasting betalen over eenzelfde gezinsinkomen als tweeverdieners.

Aantrekkelijke regio
Om te voorkomen dat zonen en dochters uit de regio wegtrekken vraagt een goede spreiding van onderwijsvoorzieningen de aandacht. Onlangs trokken de Drechtsteden en Gorinchem hierover aan de bel. Het is een prachtige regio op een kruispunt van weg, water en spoor. Zij hebben plannen liggen voor een versterking van de maritieme bedrijvigheid, voor maakindustrie, voor het vasthouden van jongeren die wegtrekken omdat er te weinig hoger onderwijs is, te weinig betaalbare woningen. Ziet het kabinet ruimte voor een regiodeal met dit gebied en andere gebieden die een impuls kunnen geven aan de ontwikkeling?

Mevrouw de Voorzitter, tot slot nog dit. Ik wilde vandaag graag het licht laten vallen op de liefhebbende Vader. Het echte leven is meer dan politiek alleen. Juist als we daar geen oog voor hebben, kunnen we gemakkelijk teveel verwachten van vadertje staat. Vadertje staat kan niet alles. Geen harten van jongste zonen veranderen. Geen oudste zonen van hun wrok afhelpen.

Gods onmisbare zegen
Maar vadertje staat kan wél de goede weg wijzen, de juiste kaders bieden. Soms met de sterke arm optreden, soms juist met zachte hand leiding geven. Laat dat met kracht, wijsheid en enthousiasme gebeuren. De SGP wenst de ministers en staatsecretarissen bij hun verantwoordelijke werk van harte Gods onmisbare zegen toe.

En o ja, mocht er zich ooit nog een gelegenheid voordoen voor een zacht prijsje de verloren zoon uit Sint Petersburg terug te krijgen, dan zou ik zeggen: grijp die kans! Misschien dat een commissie-Pechtold hier eens naar kan kijken?