HomeActueelVeel gebulder, maar weinig kanonnen

Veel gebulder, maar weinig kanonnen

Publicatiedatum: 29 mei 2018 | Tweede Kamer

De SGP is niet tevreden over de defensiebegroting. Kamerlid Chris Stoffer: “Als we ons eigen leger en onze eigen veiligheid serieus willen nemen, dan moet er meer geld bij. Wat ons betreft minstens het dubbele. Het kabinet komt wel met mooie doelstellingen, maar moet dan ook de portemonnee willen trekken.”

1,5 miljard euro is volgens de SGP slechts een pleister op de begrotingswonden die er tijdens de jaren van bezuiniging bij defensie zijn ontstaan. De partij trekt in haar verkiezingsprogramma 3 miljard euro uit voor defensie. Stoffer: “Dat is het minimale bedrag dat in deze kabinetsperiode nodig is om de slagkracht van het leger te vergroten, ook daarna zal er blijvend en stevig geïnvesteerd moeten worden in defensie.”

Ook volgens defensie-expert Rob de Wijk van het HCSS zijn de huidige investeringen volstrekt onvoldoende voor een geloofwaardige bijdrage aan de NAVO. Binnen de NAVO is afgesproken dat het defensiebudget toe groeit naar 2% van het BBP in 2024. Stoffer: “Dat percentage wordt met het tempo van dit kabinet in nog geen honderd jaar gehaald. Het is daarom zaak dat we gaan werken aan een meerjarig defensieplan, zoals mijn voorganger Elbert Dijkgraaf eerder al in een (aangenomen) motie heeft voorgesteld."

De SGP vraagt zich af in hoeverre de investeringen toereikend zijn om de beoogde doelstellingen te kunnen bereiken. Als voorbeeld noemt hij de F-35. “Als we door de aanschaf van 37 toestellen slechts 4 jachtvliegtuigen langdurig kunnen inzetten, hoe draagt dat dan bij aan ‘het vergroten van de inzetbaarheid van de jachtvliegtuigen’, zoals het kabinet zegt te willen doen?”, vraagt Stoffer zich af, “tot nog toe hoor ik wel veel gebulder, maar zie ik weinig kanonnen.”

De SGP diende twee moties in naar aanleiding van het debat over de defensienota. De eerste motie vraagt om een serieuze poging om de afgesproken 2 procentsnorm van de NAVO te halen. De tweede motie vraagt naar de mogelijkheden om extra F-35 toestellen aan te schaffen. 

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende, dat tijdens de NAVO-top in Wales in 2014 is afgesproken dat het Nederlandse Defensiebudget wordt verhoogd richting 2% van het BBP in 2024;

overwegende, dat de Defensienota hoofdzakelijk ingaat op de versterking van de krijgsmacht tijdens deze kabinetsperiode, maar onduidelijk is over de periode 2020-2024;

verzoekt de regering, conform de NAVO-norm en in lijn met de aangenomen motie-Dijkgraaf over langjarige financieringssystematiek (34 775-X, nr. 57), prioriteit te geven aan een spoedige uitwerking van een perspectief op Defensie na 2020,

en gaat over tot de orde van de dag.

Stoffer

 

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende, dat na de invoering van de F-35 langdurig een groep van vier jachtvliegtuigen kan worden ingezet;

overwegende, dat voor het realiseren van de doelen op het veilig blijven, veiligheid brengen en veilig verbinden een groter aantal jachtvliegtuigen wenselijk of noodzakelijk kan zijn;

verzoekt de regering, te onderzoeken in hoeverre de aanschaf van een groter aantal F-35’s noodzakelijk is en wat de mogelijkheden daarvoor zijn;

en gaat over tot de orde van de dag,

Stoffer