HomeActueelVeiligheid in uitverkoop

Veiligheid in uitverkoop

Publicatiedatum: 6 jun. 2013 | Tweede Kamer

Voorzitter, Sinds de stevige bezuinigingsplannen van de staatssecretaris bekend zijn geworden, is er een opvallende storm van protest gekomen. Dat het personeel van de diverse justitiële instellingen zich duidelijk laat horen, is niet meer dan logisch. Het is hun werk om te zorgen voor veiligheid binnen de muren van de gevangenissen. Zij willen kwaliteit leveren. Hebben dat de jaren door gedaan en willen dat blijven doen. Met veel gedrevenheid zetten vele duizenden medewerkers zich hiervoor in. Als er dan zo fors bezuinigd wordt, dan is er reden te over om daar kritiek op te hebben.

Wat meer opvalt is de grote betrokkenheid van de omgeving van de gevangenissen. Waar je zou verwachten dat een gevangenis of tbs-kliniek in je achtertuin niet zo gewaardeerd wordt, blijkt dat gemeentebestuurders en bevolking juist grote moeite hebben met het sluiten ervan. Immers: werkgelegenheid is één van de belangrijke neveneffecten van de aanwezigheid van een gevangenis. Maar wat minstens zo mooi is: ook onder de plaatselijke bevolking zijn er veel mensen die zich als vrijwilliger inzetten binnen of voor de gevangenis. Reden te meer om voorzichtig te zijn met de sluiting. Blijkbaar zijn gevangenissen en tbs-klinieken geen aparte wereldjes, maar onderdeel van de lokale samenleving.

De SGP heeft zelf in het verkiezingsprogramma geïnvesteerd in de veiligheid. Bezuinigingen zijn in onze ogen dan ook niet gewenst. Het is nog niet zo heel lang geleden dat we hier in de Kamer stevige debatten hadden over het naar huis sturen van gedetineerden, omdat er een capaciteitstekort was.  In de achterliggende jaren is er dan ook fors geïnvesteerd om de capaciteit op peil te brengen. Ook in kwaliteit is er veel geïnvesteerd.

Nu zetten we soms nog heel nieuwe gebouwen te koop, omdat er onvoldoende mensen beschikbaar zijn voor detentie. De SGP heeft grote moeite met die afname van de intramurale capaciteit van gevangenissen van 11.346 plaatsen in 2013 naar 10.033 plaatsen in 2018. Wij vragen ons echt af wat dit gaat betekenen voor de veiligheid van de samenleving. Het is juist de inzet van het kabinet om opsporingspercentages omhoog te brengen. Met de afname van de capaciteit zorgt dit voor een tweeslachtig beeld: of het kabinet heeft de capaciteit hard nodig als gevolg van succesvol veiligheidsbeleid of het kabinet heeft die capaciteit niet nodig, omdat er toch geen positieve verwachtingen zijn.

Waarom straffen we in Nederland? We hebben daarbij een aantal doelen. De belangrijkste zijn de veiligheid van de samenleving en genoegdoening aan het slachtoffer. Gericht op de dader is het ook belangrijk om te werken aan de resocialisatie van de gedetineerde.

In de plannen wordt niet echt duidelijk wat de achterliggende visie op veiligheid is van de plannen om te bezuinigen. Vinden we het acceptabel dat mensen hun straf uitzitten buiten de gevangenis? Nog niet zo lang geleden hebben we voor bepaalde delicten gezegd dat er geen taakstraffen opgelegd mogen worden. Door de grote nadruk op elektronische detentie, gaan we nu mensen toch weer buiten de gevangenis plaatsen – met nu zelfs de mogelijkheid om gewoon hun werk te doen. In vergelijking met eerdere proeven zal het ook gaan over veel zwaardere gevallen.

Is deze extramuralisering van detentie wel gewenst? De SGP is een warm voorstander van goede resocialisatie van ex-gedetineerden. Als zij hun straf hebben uitgezeten, moet er alles aan gedaan worden om hen weer terug te brengen naar een normale plek in de maatschappij. Maar zolang die straf nog loopt, moet toch vooral het strafkarakter voorop blijven staan. Bij elektronische detentie is dat in onze ogen niet het geval. We hebben dan ook grote twijfels bij de grootschalige inzet van elektronische detentie.

Daar komt nog bij dat het zeer twijfelachtig is of elektronische detentie echt besparingen oplevert. In principe wil de staatssecretaris dat het personeel van de Dienst Justitiële Inrichtingen gaat controleren op de enkelband. Dat is op zich een goed uitgangspunt, maar tegelijkertijd wel arbeidsintensief. Want verblijven de betrokkenen ook in de buurt van de gevangenis of kunnen ze ook aan de andere kant van het land wonen? En in het algemeen zorgt de sluiting van de locaties voor arrestantenvervoer over grotere afstanden. Dat zorgt voor zowel politie als justitie voor veel extra inzet van materieel en mensen.

Vragen over uitkeringen door gemeenten wimpelt de staatssecretaris af door de stelling dat bij elektronische detentie het om werk gaat. Dat uitgangspunt heeft de volledige steun van de SGP, maar het is wel de vraag of dit realistisch is. Nog los van de hoge werkloosheidcijfers op dit moment. Het is nu eenmaal voor mensen die in de gevangenis gezeten hebben extra moeilijk om weer aan werk te komen. De praktijk zal dus waarschijnlijk zijn dat gemeenten met hoge kosten geconfronteerd worden.

We zien veel meer in de alternatieve plannen om binnen de gevangenissen gedetineerden zelf veel meer taken op te laten pakken – de selfsupporting gevangenis. Naarmate mensen zich beter gedragen, krijgen ze ook meer vrijheid en verantwoordelijkheid. Graag zien we dat de staatssecretaris dit plan en andere aangedragen alternatieven serieus neemt en kijkt welke mogelijkheden voor verbetering er zijn.

De SGP heeft ook grote aarzeling bij de bezuinigingen binnen de gevangenissen. Versobering van het regime kan acceptabel zijn: een gevangenis is geen hotel. Toch moeten we ook oppassen dat we niet alles aan de kant zetten. Werk of opleiding zijn belangrijke middelen om mensen (weer) te laten wennen aan deelname aan de maatschappij. De SGP is dan ook erg benieuwd wat de staatssecretaris concreet onderzoekt aan mogelijkheden om ook preventief gehechten arbeid te blijven aanbieden. Juist in deze periode – op het nu preventieve hechtenis of detentie betreft - kan er veel ingezet worden op opleiding of werk.

De VNG wijst er terecht op dat er afspraken liggen over de inzet alvast tijdens detentie als voorbereiding op terugkeer in de maatschappij.

Detentiefasering lijkt ons dan ook meer aan te sluiten bij een geleidelijke overgang naar de ‘gewone’ maatschappij dan  elektronische detentie. Op zijn minst moet zo’n ingrijpende wijziging in de vormgeving van de straf wel echt beter zijn – dat leent zich niet voor een zo grootschalig experiment zonder dat duidelijk is of het werkt. Dit geldt temeer bij kwetsbare groepen – en daar hoort uiteindelijk het overgrote deel van de gevangenen toe.

Het is ook de bedoeling om een fors deel van de cellen in te zetten voor meerpersoonscelgebruik. De SGP heeft hier geen principiële moeite mee. Wel zien we praktische bezwaren. Zeker nu de bevolking binnen de gevangenissen in principe relatief zwaardere delicten op hun naam zal hebben staan, is het de vraag of het mogelijk is om het met behoud van de veiligheid voor het personeel goed te organiseren. Wat zijn de gevolgen van de versobering van het regime? Is onderzocht of een zo groot deel van de gevangenen ook samen met anderen op één cel kan zitten, ook met alle psychiatrische problemen die re vaak zijn.

Nog specifiek een vraag over de TBS-klinieken. TBS-kliniek Veldzicht in Balkbrug: deze kliniek stelt zelf dat er sprake is van 95% bezetting, een relatief korte behandelduur en veel regionale werkgelegenheid in Overijssel. Op welke manier is daar rekening mee gehouden bij het plan voor sluiting van de kliniek? Datzelfde geldt voor Oldenkotte in Rekken. In hoeverre spelen ook kwaliteitsoverwegingen een rol in de besluitvorming? Wil de staatssecretaris dit nog eens goed tegen het licht houden – vanuit het oogpunt van kwaliteit en werkgelegenheid?

De SGP wil ook nadrukkelijk de aandacht van de staatssecretaris vragen voor de betrokkenheid van maatschappelijke organisaties bij werk binnen gevangenissen: Gevangenenzorg Nederland stelt voor om niet alleen te garanderen dat het werk van vrijwilligers gewoon op dezelfde voet kan doorgaan, maar ook te kiezen voor uitbreiding van de mogelijkheden voor de inzet van vrijwilligers. Wil de staatssecretaris de mogelijkheden hiervoor onderzoeken?