HomeActueelVerantwoording en vertrouwen

Verantwoording en vertrouwen

Publicatiedatum: 16 mei 2013 | Tweede Kamer

Het lijkt er de laatste jaren op dat de Kamer maar eens in de twee jaar gelegenheid krijgt een normale verantwoordingsdag te houden. Het kabinet dat in het najaar in het zadel is geklommen, struikelt namelijk als het tegenzit al na anderhalf jaar. Net als 2010 was 2012 daardoor het jaar van gaan en komen. We hebben nu weer twee kabinetten te behappen. Dat vindt de SGP jammer, omdat de aandacht wordt afgeleid van de echte verantwoording over de inhoud van beleid.

Verantwoording

Verantwoording en vertrouwen zijn nauw aan elkaar verbonden. Bij verantwoording staat - ondanks het politieke rumoer -  allereerst ook de vraag centraal of inkomsten en uitgaven op goede wijze zijn verlopen. De SGP bedankt de Algemene rekenkamer voor de degelijke en onafhankelijke rapportages. Met de rechtmatigheid van de bestedingen scoort de overheid opnieuw heel goed. Het is mooi dat de overheid op dit punt een betrouwbare instantie is. We gaan er wel vanuit dat de ernstige onvolkomenheden in het beheer van Veiligheid en Justitie zo snel mogelijk de wereld uit zijn! Ook bij Binnenlandse Zaken is het nodige aan de hand. Met grote decentralisaties voor de deur is het verontrustend dat het eigen beheer nauwelijks op orde is. Gaat de minister, zoals gesuggereerd door de Algemene Rekenkamer, actiever toezien op het financieel beheer bij departementen?

Volgens de Algemene Rekenkamer is er bij Binnenlandse Zaken ook onvoldoende zicht en controle op het afslanken van de overheid. Dat is pijnlijk, omdat burgers er juist in crisistijd van uit mogen gaan dat de overheid zich optimaal inzet om ook in eigen vlees te snijden. Afslanken van de overheid is budgettair nodig en om bureaucratie tegen te gaan. Hoe gaat de minister beter waarborgen dat de doelen worden gehaald? Op de kritiek van de Algemene Rekenkamer heeft de minister van Wonen en Rijksdienst aangegeven dat het wel meevalt. De Rekenkamer stelt vervolgens op pagina 58 dat er risico is op wens-denken. Dat wil de minister van Financiën toch niet op zijn geweten hebben bij zo’n belangrijkonderwerp?

De Rekenkamer benadrukt het belang van een helder overzicht over de planning en realisatie van bezuinigingen en hervormingen. We moeten goed zicht hebben of het kabinet bij deze grote opdracht op koers ligt. Compact is prima en aan te bevelen, maar er moet in ieder geval een koppeling zitten tussen de geplande bedragen en de vraag in hoeverre het kabinet op schema ligt. Het overzicht van Veiligheid en Justitie schiet wat dat betreft nog tekort. Kunnen we aanvulling tegemoet zien?

Vertrouwen

Het is niet genoeg dat de overheid de zaakjes technisch op orde heeft. Wij zien ook grote risico’s in het ontbreken van voldoende vertrouwen. Uit onderzoek blijft dat vertrouwen de brandstof is waarop de economie draait. Zonder voldoende vertrouwen kun je gas geven wat je wilt, de economie zal stagneren. Uit cijfers blijkt dat tussen 2008 en nu het consumentenvertrouwen van alle EU-landen alleen in Griekenland meer is gedaald. Graag verneem ik hoe de minister van Financiën er aan bouwt om het vertrouwen te herstellen. Als ik terugkijk en vooruitblik dan ben ik er niet gerust op dat dit centraal staat bij het kabinet. Want voor vertrouwen is noodzakelijk dat beleid zo snel mogelijk bekend, consistent en voorspelbaar is. Aan die voorwaarden voldoet het beleid in Nederland lang niet altijd. Ik noem een paar voorbeelden:

  1. Beleid moet zo snel mogelijk bekend zijn. Voor herstel van vertrouwen is onzekerheid funest. De noodzakelijke aanvullende bezuinigingen voor dit jaar zijn inmiddels in de parkeerstand gezet. Hoe verhoudt de intentieverklaring van het regeerakkoord zich tot deze beslissing? Levert het niet onnodig onzekerheid op waardoor het vertrouwen geremd wordt? En levert het ook niet het risico op dat als we pas in het najaar beslissen over aanvullende bezuinigingen we haast wel veroordeeld zijn tot nieuwe lastenverhogingen. Dat staat toch haaks op ruimte bieden voor investeringen en herstel van de economie? Hoe kunnen mensen dan vertrouwen hebben in de aanpak van het kabinet?
  2. Beleid moet consistent zijn. Door snelle kabinetswisselingen en alle akkoorden dreigt het gevaar van jojo beleid. Wat het ene akkoord invoert, schaft het andere af. Een sprekend voorbeeld daarvan is de langstudeerdersmaatregel. Terwijl iedereen zich ingesteld had op de langstudeerdersmaatregel moet iedereen zich nu voorbereiden op een sociaal leenstelsel. Maar of dat er komt en hoe dan is onduidelijk. Maar denk ook aan andere voorbeelden zoals de forensentaks en de inkomensafhankelijke zorgpremie. Dit soort gejojo is toch funest voor het vertrouwen? Hoe houdt de regering rekening met deze achtergrond, bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van het leenstelsel?
  3. Beleid moet voorspelbaar zijn. In dat kader moet maximaal gewerkt worden aan draagvlak om plannen door het parlement te krijgen. Anders blijven mensen onzeker over het beleid. Soms wordt er een beroep gedaan op de SGP ten aanzien van bezuinigingen. Dat is begrijpelijk. Maar wij maken ons niet alleen zorgen over de economische en sociale situatie van ons land, maar ook over immateriële waarden en de geestelijke vrijheid van burgers. Waar het vorige kabinet polarisatie op andere terreinen wilde vermijden, is het beeld inmiddels dat dit kabinet beslissingen op immaterieel gebied maar laat gebeuren. Denk bijvoorbeeld aan de smalende godslastering, de opening van winkels op zondag, de enkele feit constructie. Hoe geeft het kabinet zich rekenschap dat zij met deze houding partijen in het hart treft? Waarom blijft zij wel vragen om steun, terwijl bij de onderwerpen die voor deze partijen het meest wezenlijk zijn weinig voorzichtigheid wordt betracht?

Samenvattend, vraag ik het kabinet hierop te reflecteren. Zou voor herstel van vertrouwen niet nodig zijn dat beleid eerder bekend, consistent en voorspelbaar is?