HomeActueelVrouwen en kinderen eerst

Vrouwen en kinderen eerst

Publicatiedatum: 30 jan. 2018 | Tweede Kamer

Vandaag wordt er in de Tweede Kamer gedebatteerd over het voorstel om de opgeschorte dienstplicht uit te breiden. De dienstplicht – die in de praktijk niet geldt – moet dus niet alleen voor mannen gelden, maar ook voor vrouwen.

De SGP is het daar niet mee eens. “Waarom moeten we een niet geldende dienstplicht nu van toepassing laten zijn op vrouwen? Welk probleem lossen we hier nu mee op? En waarom op dit moment?”, vraagt Roelof Bisschop zich af. 

Van alle Europese landen heeft alleen Noorwegen een dienstplicht voor vrouwen. Een Noorse feministe zei in dit verband dat vrouwen sowieso een belangrijke bijdrage leveren aan de samenleving: “Vrouwen dragen nog altijd de zwaarste last als het gaat om zorg voor gezinnen, zieken en ouderen. Hun inspanningen op dit gebied zijn veelvuldig en van grote sociale waarde.” 

SGP’er Roelof Bisschop noemt het “wel zo hoffelijk” om de vrouwen uit te zonderen van de dienstplicht. “Een vrouw die zelf graag in dienst wil, leggen wij geen strobreed in de weg. Maar het is onnodig om vrouwen daartoe te verplichten.” 

De SGP is overigens wel voor een maatschappelijke diensttijd of dienstplicht voor iedereen. Ook het kabinet heeft plannen in die richting. Met het oog op de invoering van een maatschappelijke dienstplicht is het merkwaardig dat de regering nu met het voorstel komt om de dienstplicht uit te breiden voor vrouwen.

 

Lees hieronder de volledige bijdrage van Roelof Bisschop aan het debat over de wijziging van de Kaderwet dienstplicht en van de Wet gewetensbezwaren militaire dienst in verband met het van toepassing worden van de dienstplicht op vrouwen (Kamerstuk 34 764):

 “Vrouwen en kinderen eerst!” – het is een bekende kreet in tijden van nood. Dan wordt niet bedoeld: laat de vrouwen en kinderen voorop gaan in de strijd! Nee, dan gaat het juist om de bescherming van vrouwen en kinderen, en wel door mannen. Vrouwen en kinderen mogen als eerste het zinkende schip verlaten. Zo ‘heurt’ het!

Het zal niemand verrassen dat de SGP daarom kritisch is over het voorliggende wetsvoorstel. Concreet zetten wij vraagtekens bij de noodzaak, het nut en de praktische uitvoerbaarheid, maar ook bij de onderliggende gelijkheidsopvatting aangaande mannen en vrouwen.

Allereerst ziet de SGP niet de noodzaak van het wetsvoorstel. “Het is de vraag of Defensie behoefte heeft aan en ooit toegerust kan zijn op het oproepen van grotere bevolkingsgroepen,” zo geeft de regering zelf al aan. En: “(…) reactivering van de dienstplicht [is] in feite alleen aan de orde in een zeer specifieke situatie, zijnde een wezenlijke, naar verwachting langdurige, territoriale dreiging en een politieke wil tot het beschikbaar stellen van tijd en geld.”Dat zijn nogal wat voorbehouden en voorwaarden.

Heeft dit wetsvoorstel daarom niet een erg hoog hypothetisch gehalte? Welk probleem lossen we hier eigenlijk mee op? Met andere woorden, hoe waarschijnlijk is het dat een wezenlijke, langdurige, territoriale dreiging zich daadwerkelijk zal voordoen? En waarom wordt nu de dienstplicht voor vrouwen ingevoerd? Vanwaar deze timing?

Ten tweede betwijfelt de SGP-fractie het nut van datgene wat het voorstel beoogt. Welke praktische meerwaarde heeft het de dienstplicht ook voor vrouwen te laten gelden? Ik doel dan uiteraard op de tastbare meerwaarde voor de kwaliteit en slagkracht van het leger in tijden van ‘wezenlijke en langdurige dreiging’ of van oorlog. Graag een reactie van de minister.

En als we over het buitenland spreken: wat zijn, zowel in positief als in negatief opzicht, de ervaringen met een dienstplicht voor mannen en vrouwen in landen als China en Israël?

Ten derde ziet de SGP nogal wat haken en ogen wat betreft de praktische uitvoerbaarheid. Zo lenen legeronderdelen zoals de onderzeedienst of speciale eenheden zich niet of veel minder voor actieve betrokkenheid van vrouwen. Bovendien kan de situatie zich voordoen dat beide ouders worden opgeroepen. Wordt expliciet in de wetgeving opgenomen dat dit niet aan de orde zal zijn?

Mijn vierde aandachtspunt is de onderliggende gelijkheidsopvatting bij dit voorstel. Gelijkwaardigheid, of gelijkheid, betekent volgens ons niet dat vrouwen en mannen precies hetzelfde zijn of dezelfde dingen doen. Van alle Europese landen heeft alleen Noorwegen een dienstplicht voor vrouwen. Maar ook daar zijn er bezwaren. Een Noorse feministe zei in dit verband dat vrouwen sowieso een belangrijke bijdrage leveren aan de samenleving: “ vrouwen dragen nog altijd de zwaarste last als het gaat om zorg voor gezinnen, zieken en ouderen. Hun inspanningen op dit gebied zijn veelvuldig en van grote sociale waarde.” En als vrouwen dan ook nog verplicht worden de landsverdediging op zich te nemen, worden vrouwen dan juist niet extra zwaar belast?

Uit dit alles vloeit voort dat de SGP wel gecharmeerd is van het uitgangspunt dat de mannen het voor de vrouwen en kinderen ‘opnemen’. Wel zo hoffelijk.

Voorzitter, nu vraagt men zich misschien af, wat wil de SGP dan wel?

Welnu, de SGP-fractie is ten eerste vóór keuzevrijheid. Een vrouw die graag in dienst wil, leggen wij geen strobreed in de weg. Heeft de minister de mogelijkheid overwogen om de bal bij de individuele vrouw te leggen? Wat zijn hiervan wat haar betreft de voor- en nadelen?

Ook is de SGP voor een maatschappelijke diensttijd of dienstplicht voor iedereen. En het mooie is: daar vinden wij dit kabinet volledig aan onze zijde! Is het niet op zijn minst merkwaardig dat de regering nu met dit wetsvoorstel komt, terwijl zij ook een maatschappelijke diensttijd wil invoeren? Hoe verhouden deze twee initiatieven zich tot elkaar, en wat is de meerwaarde van een militaire dienstplicht ten opzicht van een maatschappelijke diensttijd?

Omdat dit wetsvoorstel té veel fundamentele vragen oproept, kan de SGP er niet haar ja-woord aan verbinden.