Standpunten ABC

Europese Unie

Hervorming

De bijna dogmatische ideologie dat de EU één dient te worden en haar invloedssfeer en macht steeds verder uit moet breiden, is bij veel Europese burgers en ondernemers op haar retour. Alleen de Europese elite lijkt niet in de gaten te hebben dat het maatschappelijk draagvlak voor het ‘project Europa’ er sinds de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (EEG) nog niet zo slecht voor heeft gestaan. Als gevolg van onder meer de financiële en de vluchtelingencrisis dringt steeds meer het besef door dat de EU bestaat uit een groot aantal staten die veel gemeenschappelijk hebben, maar waartussen ook wezenlijke verschillen bestaan. Deze zijn vaak terug te voeren op een andere geografische ligging, geschiedenis, cultuur en economische ontwikkeling. Juist de miskenning van deze verschillen zet de EU onder druk.

Vanzelfsprekend zijn de EU-lidstaten mede debet aan de crises in de EU. Zij hebben de EU zo sterk gemaakt. Toch blijven veel Europese regeringen besluiten nemen die zorgen voor een verdere uitbouw en verdieping van de EU. Vaak spreken zij met dubbele tong: EU-kritisch in hun nationale parlementen, maar ‘eurofiel’ in Brussel. Zelfs de Brexit, symbolisch dieptepunt van de crisis in de EU, brengt niet op andere ideeën. Daarom moet Nederland het voortouw nemen, en de huidige malaise aangrijpen om de EU grondig en realistisch te hervormen.

De EU van de toekomst moet er radicaal anders uitzien dan de EU die we tot nu toe hadden. We mogen niet vergeten dat de samenwerking tussen Europese staten een steentje bijdroeg en bijdraagt aan de vrede, veiligheid en welvaart in Europa. Maar de EU moet veel eenvoudiger en flexibeler. De macht moet meer komen te liggen bij nationale parlementen. Op terreinen als de interne markt zijn harde basisafspraken tussen lidstaten nodig, maar het is goed als op andere terreinen sommige lidstaten wel, en andere daarbij niet of minder samenwerken. Meer vrijheid, minder uniformiteit.

Lidstaten

  • De EU moet inzetten op een radicale hervorming en niet uitbreiden met nieuwe lidstaten.
  • Turkije hoort cultureel, economisch, godsdienstig noch politiek bij Europa. Alleen al daarom kan van toetreding van dat land tot de EU geen sprake zijn. De manier waarop de Turkse regering optreedt tegen oppositie, pers, en minderheden als Koerden, christenen en Armeniërs onderstrepen dat nog eens.
  • De keuze voor een Brexit is een feit. Het is in ieders belang dat aangestuurd wordt op een goede samenwerking waar zowel de Britten als de EU op de lange(re) termijn baat bij hebben.

Anders

  • Binnen de EU moet er veel meer ruimte komen voor verschillende vormen en maten van samenwerking. Binnen een coöperatief model kan dat per land en per onderwerp verschillen.
  • Diepere doordenking is nodig over wat op EU-niveau geregeld moet worden, zoals vrijhandel, interne markt, milieu, veiligheid, landbouw, energie, en klimaatbeleid, en over datgene wat op het niveau van nationale lidstaten geregeld kan blijven, zoals onderwijs, sociale zekerheid- en belastingbeleid.
  • De Nederlandse regering moet zich in gaan zetten voor een ombouw van de EU waarbij de macht niet meer bij Brusselse instituties ligt, maar bij nationale regeringsleiders, ministers en parlementen die niet de belangen van de EU, maar allereerst die van de eigen staten vertegenwoordigen, op een wijze die een onevenredig grote invloed van grote lidstaten voorkomt.
  • EU-instellingen als de Europese Commissie moeten veel meer een regisserende dan een inhoudelijk-sturende functie krijgen.
  • De bevoegdheden en het budget van de Europese Commissie moeten fors verminderd worden. Zo is stevige inperking van de gedelegeerde bevoegdheden op onder meer landbouwgebied hoognodig.
  • De Europese Raad en de Raad van de Europese Unie moeten veel meer doen om de Commissie in het gareel te houden.
  • Bovendien moet er meer openheid komen in de besluiten en brieven van de Europese Commissie en de Europese Raad.
  • Het Verdrag van Schengen maakt het mogelijk dat personen binnen de EU vrij kunnen reizen. Voor de veiligheid van de burgers van de Schengenlanden is het dan ook van groot belang dat de buitengrenzen van die landen goed worden bewaakt. Doen ze dat niet (goed), dan volgt een ‘Schengen-exit’.
  • In tijden van crisis kan bewaking van binnengrenzen een legitieme aanvulling vormen op de bewaking van buitengrenzen.
  • Transparantie en controle op de besteding van Europese gelden moeten worden versterkt door de nationale beheerverklaring te verplichten.
  • Het Europees Parlement vergadert voortaan alleen nog in Brussel.

Minder

  • Nederland strijkt de Europese vlag op alle overheidsgebouwen
  • EU-verdragen waarbij nationale bevoegdheden worden afgestaan aan Brussel kunnen voortaan alleen nog worden aangenomen als daar in zowel de Tweede als Eerste Kamer een twee-derde meerderheid voor is.
  • Nederland moet minder geld afdragen aan de EU.
  • De lidstaten moeten volledig vrij zijn om zelf te beslissen over wezenlijke zaken als abortus en euthanasie en huwelijksmoraal.
  • Er worden geen Europese gelden vrijgemaakt voor onderzoek waarbij menselijke embryo’s worden gedood.
  • Door de Europese richtlijn gelijke behandeling gaat een dikke streep omdat deze afgedwongen gelijkheid de vrijheid te veel verdringt.
  • Er komt geen EU belastingheffing.
  • Bij het afsluiten van handelsverdragen moet gekeken worden hoe een gelijk speelveld voor kwetsbare (landbouw)sectoren gehandhaafd blijft.
  • De macht van het Europese Hof van Justitie moet beperkt worden.
  • Europese Verdragen moeten niet uitgelegd worden volgens het "steeds hechtere Unie"-principe, maar het subsidiariteitsbeginsel.
  • Europese verdragen en richtlijnen moeten in dat licht bij de tijd worden gebracht dan wel worden geschrapt.
  • Er moet periodiek een stofkam door de Europese verdragen en richtlijnen om te bezien of deze nog bij de tijd zijn, of beëindigd dienen te worden. Daarbij moet nadruk liggen op het voorkomen van dubbelingen tussen EU-verdragen en andere internationale verdragen, bijvoorbeeld als het gaat om asiel of sociale zaken.