Standpunten

Arbeid

Wie z’n leven zinvol wil besteden, kan dat het best doen door te leven ten dienste van God en van zijn naaste. Dat kan door onder meer je belangeloos in te zetten voor anderen. Velen doen dat: vrouwen, mannen, meisjes en jongens die op tal van manieren anderen een handje helpen. Hun bijdrage aan de maatschappij is letterlijk en figuurlijk van onschatbare betekenis.
Een andere, en eveneens onmisbare manier om de Bijbelse opdracht in te vullen is deelname aan het arbeidsproces. Dat is ook hard nodig, wil een gezin en wil de huidige gecompliceerde samenleving ‘draaiende’ gehouden kunnen worden. Iedereen is in eerste instantie zélf als eerste verantwoordelijk voor het levensonderhoud van zichzelf en zijn gezin. Daarbij geldt het (bijbelse) uitgangspunt dat de arbeider zijn loon waardig is en dus een eerlijke beloning krijgt voor zijn inspanningen. Op de schouders van alle werkenden, werkgevers, werknemers en zelfstandigen, drukt een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de hele economie.

De overheid probeert zoveel mogelijk burgers aan een baan te helpen. We mogen er bijvoorbeeld niet berusten als mensen in de bijstand zonder geldige reden niet aan het werk willen. Anderzijds zal de overheid realistisch moeten zijn als het gaat om arbeidsongeschiktheid. Bepaalde mensen zullen gelet op hun beperkingen nooit meer aan het werk kunnen. ZIj verdienen dan goede ondersteuning. 

Als de kansen op werk vaak beperkt zijn, denk onder meer aan oudere werklozen, moeten we niet te snel vrijstellingen verlenen, bijvoorbeeld in de vorm van een recht om plaats te maken voor jongere werknemers. De overheid moet wel vermijden dat oudere werklozen met sollicitatieverplichtingen worden opgezadeld die geen reeel perspectief meer bieden. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor herkeuringen.

De overheid stimuleert werkgevers om kansen te bieden aan langdurig werklozen en jongeren, al dan niet met een arbeidsbeperking. Daarvoor zijn bijvoorbeeld fiscale regelingen beschikbaar die korting geven op de loonkosten. De SGP vindt dat die regeling met name voor het midden- en kleinbedrijg royaler beschikbaar moet zijn. De verantwoordelijkheid van de overheid betekent niet dat er extra subsidies moeten komen voor het opleiden van jongeren en persoonlijke coaching bij langdurige werkloosheid. Het is belangrijk dat uitkeringsgerechtigheden voldoende beroep op omscholing kunnen doen, hoewel dat niet in elke individuele situatie een recht op omscholing hoeft te betekenen. Van burgers mag ook eigen inzet verwacht worden. Uiteraard moet de ondersteuning van overheidsinstanties wel toereikend zijn.

Concreet:

  • In een gezin zijn man en vrouw samen verantwoordelijk voor elkaar en voor hun kinderen. Hun eventueel gezamenlijke arbeidsparticipatie mag niet ten koste gaan van de zorg voor kinderen of mantelzorg. De overheid houdt daar in haar beleid rekening mee.
  • Voor het opvangen van de kosten van de vergrijzing is het van belang dat mensen, als ze dat kunnen en willen, meer gaan werken. De norm zou weer 40 uur per week moeten worden. Deze norm kan behaald worden door het verrichten van betaalde én onbetaalde arbeid, zoals vrijwilligerswerk en mantelzorg.
  • De marktsector reageert sneller en heftiger op de nieuw ontstane economische situatie dan de collectieve sector. Daardoor is het mogelijk de loonruimte van de collectieve sector te beperken. Als gevolg daarvan is het ook eenvoudiger loonmatiging in de marktsector langer vol te houden. Dit is cruciaal voor het behoud van banen en voor de concurrentiepositie van de Nederlandse economie.
  • Het ontslagstelsel wordt sterk vereenvoudigd. Er komt een wettelijke ontslagvergoeding, die rekening houdt met leeftijd en aantal dienstjaren en maatwerk voor de recht mogelijk maakt. Een preventieve ontslagtoets blijft bestaan.
  • De overheid moet er strikt op toezien dat werkgevers voldoende aandacht besteden aan het voorkómen van gezondheidsrisico’s.
  • De fiscale stimulans voor opbouw van aanvullend pensioen wordt voor inkomens van meer dan 1,5 maal modaal geschrapt voor het deel boven deze grens. Voorwaarde is wel dat er duidelijke afspraken komen over wat mensen over hun pensioenen moeten weten en wat pensioenfondsen moeten aanbieden om te zijner tijd grote nadelige verrassingen te voorkomen.
  • Bestaande wetgeving over arbeidsdiscriminatie moet worden nageleefd.