HomeStandpuntenJeugd(gezondheids)zorg

Standpunten

Jeugd(gezondheids)zorg

Ouders ontlenen meestal veel vreugde aan hun kinderen. Maar bij het opgroeien van kinderen doen zich ook allerlei vragen en problemen voor. Dat is eigen aan de opvoeding. We moeten dit niet onnodig gaan problematiseren. De meeste ouders redden zich behoorlijk, vaak met enige hulp uit hun omgeving. Toch zijn er ook ouders die behoefte hebben aan extra ondersteuning. Het is belangrijk dat er dan voldoende voorzieningen zijn. Een eenvoudig advies en lichte vormen van hulp kunnen soms grote problemen voorkomen.
Voorzieningen voor hulpverlening en ondersteuning moeten zo dicht mogelijk bij ouders en jongeren geplaatst worden. De gemeente speelt hierin een belangrijke rol. De komende jaren zal de gemeente zich moeten ontwikkelen tot het eerste niveau waarop zorg voor jeugd gestalte krijgt. De Centra voor Jeugd en Gezin moeten zich ontwikkelen tot laagdrempelige aanspreekpunten. Daarin zijn bijvoorbeeld de GGD en consultatiebureau actief. Voor leerlingen is het echter van belang dat er rond de school een goed functionerend zorgnetwerk beschikbaar is. Op scholen komen namelijk veel problemen aan het licht.
In sommige gevallen is het gezin geen veilige plaats voor kinderen. Dat is een trieste werkelijkheid. De overheid is dan geroepen om in te grijpen. Het gaat daarbij niet om het doordrukken van een visie van de overheid op de opvoeding, maar om het waarborgen van de veiligheid van het kind. Er moet ook naar gestreefd worden de ingreep zo beperkt en kort mogelijk te laten zijn.

Concreet:

  • Zolang subsidie voor kinderopvang bestaat, verdienen peuterspeelzalen vanwege hun pedagogische waarde minimaal hetzelfde niveau van bekostiging als kinderopvang.
  • De gemeente is verantwoordelijk voor de regie van diverse zorgnetwerken, zoals het Centrum voor Jeugd en Gezin en het Zorg Adviesteam.
  • Bij ondersteuning en zorg moet voluit ruimte zijn voor identiteitsgebonden hulp. De gemeente voorziet in de aanwezigheid van identiteitsgebonden organisaties in het Centrum voor Jeugd en Gezin.
  • De positie van landelijk werkende instellingen moet behouden worden.
  • Ouders moeten worden betrokken bij vragenlijsten binnen de jeugdgezondheidszorg.
  • De Bureaus Jeugdzorg moeten zich minder bezig houden met indicatiestelling, meer met zorgcoördinatie. Het indicatiebesluit wordt afgeslankt en dient minder vaak een vereiste te zijn.
  • Succesvolle campussen voor jongeren, die dreigen af te glijden naar criminaliteit, worden voortgezet.
  • Ingrijpen van de overheid in het gezin is alleen gerechtvaardigd en geboden als een bedreiging van de veiligheid van het kind in het geding is.
  • Huisartsen dienen beter toegerust te zijn om verschijnselen van kindermishandeling te kunnen onderkennen.
  • Er dient meer nazorg te worden geboden aan gezinnen waarbij een melding van kindermishandeling onterecht blijkt te zijn.
  • Ouders moeten strenger aangepakt worden als hun kinderen spijbelen, tenzij duidelijk is dat hun onvoldoende verwijt gemaakt kan worden.