Standpunten

Leraren

Onderwijs kan alleen bloeien als scholen en leraren voldoende ruimte krijgen om hun werk te doen, in samenspraak met ouders. Het is niet de bedoeling dat de overheid scholen en leraren voor de voeten loopt. De overheid moet de neiging onderdrukken om scholen de les te lezen en leraren voor te schrijven hoe het onderwijs het beste gegeven dient te worden. Goed onderwijs begint met vertrouwen in de kracht van leraren.

Leraren die de ruimte krijgen, moeten die ruimte natuurlijk ook goed weten te benutten. Scholing van leraren verdient daarom de hoogste prioriteit. De status van het leraarschap moet bovendien verbeteren. Het beeld dat je zelfs met een minimum aan scholing altijd nog in het onderwijs terecht kunt, moet verdwijnen. De overheid dient daarom om haar beurs te trekken om het aantal vakbekwame leraren de komende jaren stevig te vergroten.

Concreet:

  • De periodieke actieplannen voor de verschillende onderwijssectoren worden tot het strikt noodzakelijke beperkt. Subsidies voor specifieke regelingen en projecten worden zoveel mogelijk voorkomen.
  • De overheid dient zeer terughoudend te zijn met het voorschrijven van verplichte instrumenten en methoden. Uniforme eindtoetsen, diagnostische toetsen en het opbrengstgericht werken worden geannuleerd.
  • Scholen die door een vereniging worden bestuurd, krijgen vrijstelling van de medezeggenschapsverplichtingen.
  • De mogelijkheden voor het gebruik van de lerarenbeurs worden vergroot.
  • Leraren die hun eerstegraads bevoegdheid hebben, krijgen recht op een hogere salarisschaal.
  • De wettelijke mogelijkheden om onbevoegde en onbekwame leraren voor de klas te zetten worden de komende jaren geleidelijk afgeschaft.