HomeStandpuntenVeehouderij

Standpunten

Veehouderij

De veehouderij is vaak de gebeten hond. Of het nu gaat om de uitstoot van ammoniak, de import van soja, het uitbreken van dierziektes, dierenwelzijn of ‘megastallen’. De sector is volop aan de slag met verduurzaming. Dat verdient stimulans. De SGP wil daarom meer geld en ruimte voor innovatieve, duurzame stalsystemen.
Vergaande regelgeving werkt contraproductief. Nederland is immers geen eiland. Ook moet eerst een boterham verdiend worden, voordat geïnvesteerd kan worden in betere stallen. De SGP kiest daarom voor een constructieve opstelling, voor het uitbouwen van positieve ontwikkelingen en initiatieven. Niet alleen de veehouderij, maar ook supermarktketens en consumenten zullen hieraan hun steentje bij moeten dragen. Het gezinsbedrijf is voor de SGP de gewenste schaalgrootte waarbij de zorg voor het dier het beste gewaarborgd is.

Dieren behoren tot Gods schepping. We mogen ze gebruiken, maar niet misbruiken. Wie een dier alleen maar ziet als een productiemiddel waarmee geld te verdienen is, doet geen recht aan de eigen waarde van het dier. Daarom is de bescherming en het welzijn van dieren een verantwoordelijkheid voor ieder mens en ook van de overheid.

Concreet:

  • Voor de ontwikkeling en uitrol van vernieuwende stalsystemen en technieken waarmee boeren en tuinders beter kunnen zorgen voor het milieu en hun vee, moet meer geld worden uitgetrokken.
  • Regels die innovatieve, milieu- en diervriendelijke stalsystemen in de weg staan moeten worden aangepast.
  • Een verbod op ‘megastallen’ klinkt sympathiek. Maar waar de grens getrokken moet worden, is arbitrair. En de winst van een verbod op megastallen voor dierenwelzijn en milieu is zo goed als nul. Dierenwelzijn hangt vooral af van de stalinrichting en het management door de veehouder. Er zijn voldoende instrumenten om ongewenste schaalvergroting te verhinderen.
  • Het massaal doden van vee en vernietigen van alle vlees bij uitbraken van dierziekten mag nooit meer voorkomen. Nederland moet zich daarvoor inzetten in Brussel.
  • Transporten van met name slachtvee over lange afstand moeten beperkt worden tot maximaal 500 kilometer of acht uur.
  • Waar mogelijk moet gebruik van antibiotica beperkt worden. Veehouders en dierenartsen moeten wel tijdig effectieve antibiotica in kunnen zetten om onnodig dierenleed te voorkomen.
  • Het verbod op het kappen van snavels wordt teruggedraaid. Verenpikken blijkt in de praktijk lastig te voorkomen.
  • Gemeenten krijgen via de Omgevingswet meer ruimte om bij volksgezondheidsproblemen paal en perk te stellen aan de uitbreiding van veebedrijven. Bestaande regelgeving en meer innovatie zorgen voor minder emissie van ammoniak en fijn stof.
  • Mogelijk dierenleed als gevolg van onbedwelmde slacht moet zoveel mogelijk voorkomen worden. Geen verbod, maar strenge regels en goede controle. Voor ‘koosjere’ slacht moet ruimte zijn en blijven.
  • De Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (NVWA) moet voldoende capaciteit krijgen om onder meer mest- en vleesfraude op te sporen.
  • Stalbranden zijn ingrijpend voor dieren en mensen. Veehouders moeten hun verantwoordelijkheid nemen en onderhoud van installaties niet op zijn beloop laten. Hun financiële positie maakt het echter heel lastig om bij bestaande stallen te investeren in brandwerende muren e.d. De overheid moet dit faciliteren. De SGP is voorstander van een verplichte keuring van de elektrische installaties in stallen en van betere brandwering van de ruimtes waar deze installaties zich bevinden. Dat zou al veel uitmaken. Stalbranden beginnen vaak bij kortsluiting door problemen in de elektrische installatie.

 Zie verder Landbouw en Fosfaatrechten.